Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Geelborstvireo
Geelborstvireo | Vireo flavifrons
Yellow-throated Vireo | Vireo gorjiamarillo
De geelborstvireo is de enige vireo van Noord-Amerika met een heldergele keel en borst en een witte buik. De gele bril om het donkere oog en de twee witte vleugelstrepen maken hem in het oostelijke loofbos herkenbaar. Hij is een zomervogel die in Midden-Amerika, Noord-Zuid-Amerika en op de Antillen overwintert.
Geluid
De zang bestaat uit korte frasen van twee of drie lettergrepen, elk met een schurende, hese klank, met steeds een seconde of langer stilte ertussen; het patroon wordt urenlang in hetzelfde tempo herhaald. Een veelgehoorde frase klinkt als drie-acht, afwisselend stijgend en dalend. De roodoogvireo zingt een vergelijkbare reeks maar met heldere, niet-schurende frasen en in een hoger tempo. De man zingt vanaf de kroonlaag, ook tijdens de trek, en zingt minder zodra hij gepaard is. Beide geslachten hebben een harde, scheldende ratel bij verstoring, die langer en luider wordt naarmate de dreiging dichterbij komt.
Opname: Scott Gravette — CC BY-NC-SA 4.0 · Lawrence County, Alabama, United States · xeno-canto
Herkenning
Forse vireo met een dikke, blauwgrijze snavel en blauwgrijze poten. Kop, keel en borst zijn helder geel, de buik en onderstaart zijn wit; de grens tussen geel en wit loopt scherp over de borst. Rond het donkere oog ligt een gele bril die tot op de teugel doorloopt. De rug is olijfgroen, de stuit en het achterste deel van de rug zijn grijs, wat een tweekleurige bovenzijde geeft. Over de donkere vleugel lopen twee brede witte strepen. Man en vrouw zijn gelijk. Hij foerageert traag en methodisch in de midden- en bovenlaag van het bos, hupt over kale takken en hangt daarbij regelmatig stil.
Verwarringssoorten
De dennenzanger heeft ook geel op de borst, maar dat geel is doffer, waziger begrensd en loopt door op de flanken; de snavel is dun en spits in plaats van dik en blauwgrijs, de staart heeft witte vlekken en de vleugelstrepen zijn smaller. Bovendien zit die soort vrijwel alleen in dennenbos. De brilvireo heeft een witte keel en een blauwgrijze kop met een witte bril, en geel alleen op de flanken. De witoogvireo heeft eveneens een gele bril, maar een witte keel, geel alleen op de flanken en bij volwassen vogels een witte iris. De geelkeelzanger heeft een dunne snavel, een zwart-wit gezichtspatroon en een gele keel zonder gele borst.
Leefgebied
Open loofbos en gemengd bos, met voorkeur voor randen, open plekken en oude opgaande bomen langs water en wegen. Voor broeden is een aaneengesloten bosoppervlak van ongeveer honderd hectare of meer nodig; kleine snippers worden gemeden. In de winter zit hij in bos, halfopen boomland, tropisch bos en koffieplantages met schaduwbomen tot ongeveer 1800 meter.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt in het oosten van de Verenigde Staten, van Oost-Texas, Oklahoma, Kansas en Nebraska oostwaarts tot de Atlantische kust, en noordwaarts tot Zuid-Ontario, Zuid-Quebec en Maine. In het noorden van Florida broedt hij, in het uiterste zuiden overwintert een klein aantal. Het winterareaal ligt in Zuid-Mexico, vooral aan de Golfzijde en op het schiereiland Yucatán, in Belize, Guatemala, Honduras, El Salvador en Nicaragua, verder zuidwaarts tot Colombia en Venezuela, en op Cuba, Jamaica, Hispaniola en de Bahama's. De trek verloopt in het voorjaar grotendeels over de Golf van Mexico.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in april en mei in oud loofbos langs een rivier of bosrand en ga op het geluid af: schurende frasen van twee of drie lettergrepen met een seconde pauze, trager dan de roodoogvireo. Hij zit hoog, dus kijk naar de scherpe grens tussen gele borst en witte buik als hij tegen de lucht afsteekt.
Staat van instandhouding
Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de broedpopulatie op ongeveer 4,4 miljoen vogels; de soort staat niet op de aandachtslijst. De Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) laat tussen 1970 en 2014 een toename van ongeveer 62 procent zien. In het begin van de twintigste eeuw verdween hij uit stedelijke gebieden in het noordoosten, mogelijk door het bespuiten van iepen tegen insecten; met het terugkeren van bos herstelde het aantal zich. De belangrijkste beperking blijft versnippering van het bos, omdat hij grote aaneengesloten oppervlakken nodig heeft.
Wetenschappelijke naam
Vireo flavifrons | Vieillot, 1808
Louis Pierre Vieillot beschreef de soort in 1808 als Vireo flavifrons; omdat ze nooit van geslacht is veranderd, staan auteur en jaartal zonder haakjes. De typelocatie is opgegeven als de Verenigde Staten, in de praktijk het oosten daarvan. De soortnaam komt van het Latijnse flavus 'geel' en frons 'voorhoofd'. Het geslacht Vireo werd eveneens in 1808 door Vieillot ingevoerd, naar het Latijnse vireo, de naam van een groene vogel, verwant aan virere 'groen zijn'.




