Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Brilvireo
Brilvireo | Vireo solitarius
Blue-headed Vireo | Vireo solitario
De brilvireo is de oostelijke soort van de drie die tot 1997 samen als solitary vireo werden gerekend. Hij is te kennen aan de blauwgrijze kop met een brede witte bril en de scherp afgegrensde witte keel. Hij broedt in koel naald- en gemengd bos van Canada en de Appalachen en is in het oosten de eerste vireo die in het voorjaar terugkeert en de laatste die in het najaar vertrekt.
Geluid
De zang is een reeks korte, heldere gefloten frasen van twee tot vier lettergrepen, telkens gescheiden door ongeveer een seconde stilte, en de reeks wordt urenlang voortgezet. De frasen wisselen af tussen een hoog en een laag slot, zodat het patroon als vraag en antwoord klinkt. Het tempo is lager dan dat van de roodoogvireo en de klank is helderder, minder schurend dan die van de geelborstvireo. Daarnaast heeft de soort een snelle, scheldende ratel die bij trekvogels en vogels buiten het broedseizoen het meest gehoorde geluid is, en in het broedgebied korte kreten, trillers en een nasaal njaa. Bij ruzie klappen mannetjes met de snavel.
Opname: steve — CC BY-SA 4.0 · Salem, Burke County, North Carolina, United States · xeno-canto
Herkenning
Forse vireo met een dikke snavel en blauwgrijze poten. De kop is blauwgrijs, met een brede witte bril die om het oog loopt en op de teugel doorgaat. De keel en de borst zijn zuiver wit en steken scherp af tegen de grijze kop en de grijze kopzijde. De rug is olijfgroen, de flanken zijn geelgroen gewassen, de buik is wit. Over de donkere vleugel lopen twee opvallende gelige tot witte strepen; de armpennen hebben brede lichte randen. Man en vrouw zijn gelijk, met weinig kleurverschil. Hij foerageert langzaam, zoekt de binnenzijde van takken af in plaats van de buitenste twijgen en pakt daarbij rupsen, kevers, wantsen en spinnen.
Verwarringssoorten
De cassinvireo en de loodkleurige vireo zijn de directe verwanten; alle drie zijn afgesplitst van wat vroeger één soort was. De brilvireo heeft de sterkste tegenstelling tussen een blauwgrijze kop en een zuiver witte keel, de meest olijfgroene rug en de geelste flanken. De cassinvireo heeft een doffere, grijsgroene kop die veel minder tegen de keel afsteekt, en een vager begrensde bril. De loodkleurige vireo is vrijwel geheel grijs, zonder olijfgroen op de rug en met hooguit een zweem geel op de flanken, en is groter en langstaartiger. Het areaal helpt: de brilvireo is de enige van de drie in het oosten. De geelborstvireo heeft een gele keel en borst en een gele bril.
Leefgebied
Koel gemengd en naaldbos met spar, hemlock, zilverspar en den, met een ondergroei van els, wilg, populier, berk of esdoorn. In de Appalachen broedt hij ook in loofbos met beuk, eik en esdoorn. Hij vraagt een gesloten kroonlaag en een ontwikkelde struiklaag. In de winter zit hij in gemengd dennen-loofbos, moerasbos aan de kust en struweel; in Mexico en Midden-Amerika ook in bergbos en halfopen boomland.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt door het Canadese boreale gebied van Noordoost-Brits-Columbia en Alberta oostwaarts tot Newfoundland, en in de Verenigde Staten van Minnesota en de Grote Meren tot New England, met een zuidelijke tak langs de Appalachen tot in Noord-Georgia. In Virginia, de Carolina's en Georgia broedt hij in de bergen en overwintert hij op de kustvlakte, zodat hij daar het hele jaar aanwezig is. Het winterareaal beslaat verder het zuidoosten van de Verenigde Staten tot Oost-Texas, Oost- en Zuid-Mexico, Belize, Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua, Cuba en de Bahama's. Door het middenwesten en de centrale staten trekt hij alleen door.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
In het oosten is hij half april al terug, weken voor de meeste zangers, en in oktober en november nog aanwezig — dat maakt hem in die twee periodes de meest waarschijnlijke vireo. Let op de scherpe grens tussen de grijze wang en de witte keel; die grens is bij cassinvireo en loodkleurige vireo veel vager.
Staat van instandhouding
Partners in Flight schat de broedpopulatie op ongeveer 13 miljoen vogels; het aantal is sinds 1970 ruwweg verdubbeld en de soort staat niet op de waarnemingslijst. De toename hangt samen met het teruggroeien van bos in het noordoosten na eerdere kap. De soort blijft gebonden aan bos met een gesloten kroonlaag, zodat grootschalige kap in het broedgebied het aantal lokaal drukt.
Wetenschappelijke naam
Vireo solitarius | (Wilson, 1810)
Alexander Wilson beschreef de soort in 1810 als Muscicapa solitaria, naar een vogel uit de bossen van Bartram bij Philadelphia; omdat ze later in het geslacht Vireo is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam solitarius is Latijn voor 'eenzelvig, alleenlevend'. Tot 1997 gold Vireo solitarius als één soort met de huidige cassinvireo en loodkleurige vireo; moleculair onderzoek leidde tot een splitsing in drie soorten, waarbij de oorspronkelijke naam bij de oostelijke vogel bleef. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot, naar het Latijnse vireo, de naam van een groene vogel.





