Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Loodkleurige vireo
Loodkleurige vireo | Vireo plumbeus
Plumbeous Vireo | Vireo plomizo
De loodkleurige vireo is de grijze soort van de drie die tot 1997 samen als solitary vireo werden gerekend: geen olijfgroen in de rug, geen geel op de flanken, alleen grijs, wit en een brede witte bril. Hij broedt in de droge bergbossen van het Grote Bekken, de Rocky Mountains en het zuidwesten, en is in de Mexicaanse hooglanden standvogel.
Geluid
De zang is een reeks korte, schurende frasen met steeds een pauze ertussen, afwisselend stijgend en dalend, in hetzelfde tempo volgehouden zolang de vogel zingt. De klank is hees en ruw, hoorbaar grover dan die van de brilvireo en gemiddeld ook grover dan die van de cassinvireo, al is die laatste grens niet altijd te trekken. De frasen zijn wat langer en trager dan bij de twee verwanten. Verder heeft de soort een raspende ratel en een krassend scheldgeluid bij verstoring van het nest.
Opname: Sue Riffe — CC BY-NC-SA 4.0 · Upper Beaver Meadows-RMNP, Larimer Cty, Colorado, United States · xeno-canto
Herkenning
De grootste en langstaartigste van de drie voormalige solitary vireo's, met een dikke, zwarte snavel met een grijze basis aan de ondersnavel en blauwgrijze poten. Kruin, nek en rug zijn effen grijs, zonder olijfgroen. De onderzijde is overwegend wit, met grijze flanken; sommige ondersoorten tonen een zweem groen of geel op de flanken en de rug. Een brede witte bril loopt om het oog en als een streep over de teugel, wat tegen de grijze kop opvalt. Over de donkere vleugel lopen twee witte strepen. De iris is bruin. Man en vrouw zijn gelijk. Hij foerageert langzaam en methodisch in naaldbomen en eiken.
Verwarringssoorten
De cassinvireo is kleiner en korter van staart en heeft een grijsgroene in plaats van zuiver grijze kop, een olijfgroene waas op de rug en geelgroene flanken; zijn bril is smaller en minder helder wit. De brilvireo heeft een blauwgrijze kop, een olijfgroene rug en duidelijk gele flanken, en broedt niet in het westen. Bij valere najaarsvogels van de cassinvireo kan het verschil klein zijn; let dan op de rug, want enig groen sluit de loodkleurige vireo vrijwel uit. De grijze vireo van dezelfde droge bergen is slanker, heeft maar één zwakke vleugelstreep, een dunne witte oogring zonder brilstreep over de teugel, en beweegt de lange staart voortdurend.
Leefgebied
Droog bergbos tussen ruwweg 1150 en 2500 meter, in Mexico tot 3000 meter: ponderosaden, douglasspar, dennen-eikenbos en pinyon (laaggroeiende den van de droge zuidwestelijke bergvoeten)-jeneverbesbos, plus oeverbos met populier en eik in canyons. In Mexico ook eikenstruweel. Tijdens de trek gebruikt hij galerijbos, mangrove en groenblijvend bos.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt in het binnenland van het westen, van Zuidoost-Montana, Zuidwest-South Dakota en Zuid-Centraal-Idaho door Wyoming, Nevada, Utah, West-Colorado, Oost-Californië, Arizona en New Mexico tot West-Texas. In de Mexicaanse berggebieden, van Chihuahua, Coahuila en Nuevo León zuidwaarts over de Sierra Madre en het Transmexicaanse vulkanengordel tot Oaxaca en Chiapas, is hij grotendeels standvogel. De noordelijke populaties trekken weg en overwinteren in West- en Zuidwest-Mexico; kleine aantallen bereiken Belize, Guatemala en Honduras.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
In mei en juni is een ponderosadennenhelling in Arizona, New Mexico of Colorado de beste plek; luister naar hese frasen met pauzes ertussen, grover dan die van een cassinvireo. Voor de determinatie is één blik op de rug genoeg: volledig grijs, zonder enig groen, is de loodkleurige vireo.
Staat van instandhouding
Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de populatie op ten minste 3,5 miljoen volwassen vogels en beschouwt de soort als niet bedreigd (LC). Toch laat de Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) tussen 1968 en 2015 een afname van ongeveer 2,4 procent per jaar zien, wat neerkomt op een cumulatieve daling van ruwweg 70 procent. Als drukfactoren worden verlies van bos door bebouwing en kaalkap genoemd; het verdwijnen van oude ponderosadennen en het uitdunnen van pinyon-jeneverbesbos raken hem rechtstreeks.
Wetenschappelijke naam
Vireo plumbeus | Coues, 1866
Elliott Coues beschreef de soort in 1866 als Vireo plumbeus, naar een exemplaar uit Fort Whipple in Arizona; omdat ze nooit van geslacht is veranderd, staan auteur en jaartal zonder haakjes. De soortnaam komt van het Latijnse plumbeus 'loodkleurig', naar het effen grijze verenkleed. Tot eind jaren negentig gold de vogel als ondersoort van Vireo solitarius; moleculair onderzoek leidde tot een splitsing in drie soorten, die samen een superspecies vormen. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot, naar het Latijnse vireo, de naam van een groene vogel.





