Alle soortenZangvogelsVireo's › Cassinvireo

Cassinvireo | Vireo cassinii

Cassin's Vireo | Vireo de Cassin

De cassinvireo is de westelijke soort van de drie die tot 1997 samen als solitary vireo werden gerekend, en staat qua kleur tussen de andere twee in: grijzer dan de brilvireo, groener dan de loodkleurige vireo. Hij broedt in open, droog bos van Zuid-Brits-Columbia tot Californië en overwintert langs de Pacifische zijde van Mexico.

Cassinvireo (Vireo cassinii)
Foto: Chuck Homler d/b/a Focus On Wildlife — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks korte, ruw gefloten frasen van enkele noten, telkens met ongeveer twee seconden pauze ertussen, urenlang in hetzelfde tempo volgehouden. De frasen eindigen afwisselend hoog en laag, wat een vraag-en-antwoordpatroon geeft. De klank is schuriger dan die van de brilvireo en minder hees dan die van de loodkleurige vireo, al overlappen de drie elkaar zodanig dat één frase vaak niet volstaat. Bij onrust klinkt een snelle, scheldende ratel en een reeks harde tsja-tsja-tsja-noten.

Luister: ZangXC269951

Opname: Christopher Eliot — CC BY-SA 4.0 · North Fork Blackfoot River, Powell County, Montana, United States · xeno-canto

Herkenning

Middelgrote vireo met een dikke snavel en blauwgrijze poten. Kop, nek en flanken zijn grijsgroen, de keel en buik witachtig, met een geelgroene waas op de flanken. Om het oog ligt een witte bril die op de teugel doorloopt; het contrast met de kop is minder scherp dan bij de brilvireo. De rug is dof olijfgroen, de vleugel draagt twee witte strepen en de armpennen hebben lichte randen. Man en vrouw zijn gelijk; vrouwtjes en vogels in het najaar zijn gemiddeld valer en grijzer. Hij foerageert methodisch in de midden- en onderlaag van de boom, leest bladeren en twijgen af en vangt af en toe een insect in de vlucht.

Verwarrings­soorten

De brilvireo en de loodkleurige vireo zijn de directe verwanten. De cassinvireo heeft een grijsgroene kop die maar zwak tegen de witachtige keel afsteekt, terwijl de brilvireo een blauwgrijze kop heeft die scherp tegen een zuiver witte keel staat; ook zijn bij de brilvireo de bril feller wit en de flanken geler. De loodkleurige vireo is groter en langstaartiger, geheel grijs zonder olijfgroen in de rug, met een bredere en witter oplichtende bril en hooguit een zweem geel op de flanken. Het areaal helpt maar beperkt, want in Arizona en New Mexico trekken cassinvireo's door het broedgebied van de loodkleurige vireo. Huttons vireo is kleiner, heeft een onderbroken oogring in plaats van een doorlopende bril en geen contrasterende witte keel.

Leefgebied

Vrij droog en open bos in de bergen en heuvels van het westen, van zeeniveau tot ongeveer 2400 meter: ponderosaden, douglasspar, Oregon-eik, en gemengd naald- en loofbos langs beken. Aaneengesloten, dicht opgaand bos wordt gemeden ten gunste van percelen met open kroonlaag en struiklaag. In Mexico overwintert hij in tropisch loofbos, oeverbos, doornstruweel en woestijnwashes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt van Zuid-Brits-Columbia door Washington, Oregon, Idaho, West-Montana, Nevada, Utah en Californië tot in de Sierra de San Pedro Mártir van Baja California. De winter brengt hij door langs de Pacifische zijde en het zuidwesten van Mexico, van Sonora en Baja California Sur zuidwaarts tot Guerrero en Oaxaca, met kleinere aantallen in het binnenland van Durango en Zacatecas. Door Arizona, New Mexico, Colorado en West-Texas trekt hij door. De trek verloopt in het najaar laat, met veel vogels nog in oktober onderweg.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in mei in open ponderosaden- of eikenbos op het geluid: korte, ruwe frasen met ruim twee seconden ertussen, langzamer en schuriger dan de zang van een roodoogvireo. Kijk bij een stille vogel naar de keel — is de grens tussen kop en keel zacht, dan is het een cassinvireo en geen brilvireo.

Staat van instandhouding

Partners in Flight schat de broedpopulatie op ongeveer 5 miljoen vogels en geeft de soort een Continental Concern Score van 9 van de 20, wat als lage zorg geldt. De Breeding Bird Survey laat tussen 1968 en 2015 een toename van ongeveer 1 procent per jaar zien. Lokaal drukt parasitering door de bruinkopkoevogel het broedsucces, vooral in versnipperd bos; ontbossing in het Mexicaanse winterareaal geldt als het andere knelpunt.

Wetenschappelijke naam

Vireo cassinii | Xántus, 1858

János Xántus beschreef de soort in 1858 als Vireo cassinii, naar een exemplaar uit Fort Tejon in Californië; omdat ze nooit van geslacht is veranderd, staan auteur en jaartal zonder haakjes. De soortnaam eert John Cassin, negentiende-eeuws ornitholoog aan de Academy of Natural Sciences in Philadelphia. Tot 1997 gold de vogel als ondersoort van Vireo solitarius. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot, naar het Latijnse vireo, de naam van een groene vogel.