Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Bermudastormvogel

Bermudastormvogel | Pterodroma cahow

Bermuda Petrel | Petrel cahow

De bermudastormvogel is een van de zeldzaamste zeevogels ter wereld: hij broedt uitsluitend op een handvol kleine eilandjes bij Bermuda en gold van de zeventiende tot het midden van de twintigste eeuw als uitgestorven. Sinds de herontdekking van achttien broedparen in 1951 is de soort, geholpen door decennia van intensief natuurbeheer, langzaam teruggekomen van de rand van uitsterven.

Bermudastormvogel (Pterodroma cahow)
Foto: steve b — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op de broedeilandjes bij Bermuda is de bermudastormvogel 's nachts te horen met een schor, klagend geroep, dat door de vroege Engelse kolonisten als cahow werd weergegeven en de soort zijn andere naam gaf. Overdag, en op de Golfstroom voor de Amerikaanse kust waar hij buiten het broedseizoen wordt gezien, is hij net als de meeste stormvogels stil. Van de vogels die op pelagische tochten voor North Carolina worden gemeld, is dan ook nooit meer dan het geluid van de vleugels bij het opstijgen genoteerd.

Luister: DuetXC738388

Opname: Robert L. Flood — CC BY-NC-SA 4.0 · St.George's, St. George's Parish, United Kingdom · xeno-canto

Herkenning

Een middelgrote stormvogel met een donkere, grijszwarte kap die vloeiend overgaat in de nek en rug, zonder scherpe grens of lichte halsband. De bovenvleugels en staart zijn donkergrijs, de stuit is smal en onopvallend wit, en de gehele onderkant, inclusief de onderrand van de vleugel, is wit met een smalle donkere rand. De snavel is klein en dun voor een stormvogel van dit formaat. Mannetje en vrouwtje verschillen niet uiterlijk.

Verwarrings­soorten

De zwartkapstormvogel (Pterodroma hasitata), waarmee de bermudastormvogel het vaakst wordt verward, is groter en zwaarder gebouwd, met een duidelijk zwaardere snavel en meestal een scherp afgetekende witte stuit en lichte halsband die bij de bermudastormvogel ontbreken of hoogstens vaag doorschemeren. De desertasstormvogel (P. deserta) is lichter van kleur met een grijzere borstband en mist de vrijwel geheel donkere kap. Op de Golfstroom, waar hij zeldzamer is dan beide andere soorten, vraagt een waarneming van de bermudastormvogel dan ook altijd om zorgvuldige documentatie.

Leefgebied

Buiten het broedseizoen leeft de bermudastormvogel volledig op open oceaanwater, met een concentratie in en rond de Golfstroom tussen Bermuda, Nova Scotia en North Carolina. Voor het broeden gebruikt hij enkele kleine, rotsachtige eilandjes met een dunne bodemlaag, waarin hij een hol graaft of een natuurlijke rotsspleet gebruikt; om verzakking van de zachte kalksteenbodem tegen te gaan, zijn op het belangrijkste eiland inmiddels kunstmatige betonnen nestholen aangelegd. Land buiten de broedeilanden gebruikt de soort niet.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

De volledige wereldpopulatie broedt op Nonsuch Island en enkele naburige eilandjes in Castle Harbour, Bermuda; het historische broedgebied van meer kleine eilanden in dezelfde baai is door erosie en verstoring grotendeels verloren gegaan. Na het uitvliegen in mei en juni verspreiden de vogels zich noordwestwaarts over de Golfstroom, met geregelde waarnemingen voor Cape Hatteras, North Carolina, vooral van eind mei tot in september. Voor 1996 was de soort buiten Bermuda vrijwel onbekend bij levende waarnemers; sindsdien is ze, dankzij gerichte pelagische boottochten, uitgegroeid tot een zeldzame maar regelmatige verschijning voor de Amerikaanse kust.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

De beste kans op de bermudastormvogel binnen dit gebied is een pelagische boottocht in de Golfstroom voor Cape Hatteras tussen eind mei en begin juni, ver voorbij de rand van het continentaal plat. Vergelijk elke kandidaat zorgvuldig met de talrijkere zwartkapstormvogel: de kleinere snavel en de dooflopende, niet scherp afgetekende kap van de bermudastormvogel zijn op foto's beter te beoordelen dan in het veld.

Staat van instandhouding

Van de achttien broedparen die in 1951 werden teruggevonden, is de populatie via honderdtweeëndertig paar in 2019 gestaag gegroeid tot enkele honderden vogels in totaal — een van de bekendste herstelverhalen onder zeevogels. Concurrentie om nestholen met de grotere witstaarttropenvogel, verlies van broedhabitat door orkanen en de blijvende afhankelijkheid van een handvol kleine eilandjes maken de soort desondanks nog altijd uiterst kwetsbaar.

Wetenschappelijke naam

Pterodroma cahow | (Nichols; Mowbray, 1916)

John Treadwell Nichols en Louis L. Mowbray beschreven de soort in 1916 als Aestrelata cahow, met de zuidoostzijde van Castle Island bij Bermuda als typelocatie; omdat ze sindsdien in het geslacht Pterodroma — ingevoerd door Bonaparte in 1856 — is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam cahow is een verlatinisering van de Engelse spelling van de roep van de vogel, dezelfde klank waarnaar de soort ook in de volksmond wordt genoemd. Bermudastormvogel en cahow zijn in de praktijk twee namen voor precies dezelfde vogel.