Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Bicknells dwerglijster
Bicknells dwerglijster | Catharus bicknelli
Bicknell's Thrush | Zorzal de Bicknell
Bicknells dwerglijster broedt in het door wind en ijzel geteisterde sparrenbos op de toppen van de bergen van Noordoost-Amerika en overwintert vrijwel uitsluitend op Hispaniola. Van alle regelmatig in Noord-Amerika broedende zangvogels heeft hij een van de kleinste areaal-oppervlakten; pas in 1995 is hij als aparte soort van de grijswangdwerglijster gescheiden.
Geluid
De zang bestaat uit vier frasen van fluitende, ietwat nasale tonen; de laatste frase blijft gelijk in toonhoogte of gaat omhoog, terwijl die van de grijswangdwerglijster juist daalt — dat is in het veld het betrouwbaarste onderscheid. Er wordt vooral bij zonsopgang en in het laatste uur voor donker gezongen, geregeld door meerdere mannetjes tegelijk. De roepen zijn een dalend fluitje, een grommend alarm en een nasale vluchtroep.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · Le Fjord-du-Saguenay Regional County Municipality (near Saint-Fulgence), Saguenay–Lac-Saint-Jean, Quebec, Canada · xeno-canto
Herkenning
Een kleine, compacte Catharus met olijfbruine tot kastanjebruine bovenzijde en een staart die iets roodbruiner is dan de rug. De onderzijde is vuilwit met dofzwarte vlekken op de bovenborst en grijze flanken. De oogring is smal, grijs en vaak onvolledig, de wang grijs. Kenmerkend is de snavel: het onderste tweederde van de ondersnavel is geel, alleen de punt is zwart. De poten zijn roze.
Verwarringssoorten
De grijswangdwerglijster is de belangrijkste verwarringssoort en is niet betrouwbaar op kleur te scheiden; hij is gemiddeld groter en grijzer van boven, met minder roodbruin in de staart en gemiddeld minder geel op de ondersnavel, maar de zang beslist: dalende slotfrase bij de grijswangdwerglijster, gelijkblijvend of stijgend bij Bicknells dwerglijster. De dwerglijster heeft een volle okerkleurige oogring en okerkleurige wangen. De veery is warmer roodbruin met vage vlekken. Buiten de zangperiode is een zwijgende vogel in het veld meestal niet op naam te brengen.
Leefgebied
Dicht, laag en sterk vervormd sparren- en balsemdennenbos op bergtoppen, vrijwel altijd boven ongeveer 900 meter, waar wind en ijzel de bomen kort houden — aan de kust van Nova Scotia en de Golf van Sint-Laurens zakt dat tot vlak boven zeeniveau. Ook jong, dicht bos na kap of storm wordt gebruikt, mits de ondergroei gesloten is. In de winter zit hij in vochtig breedbladig bergbos op Hispaniola, van laagland tot boven de duizend meter, met een voorkeur voor ongestoord bos.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het broedgebied beslaat Oost-Quebec, New Brunswick en Nova Scotia en de hoogste toppen van New England en New York: de Adirondacks, de Catskills, de Green Mountains, de White Mountains en de bergen van Maine. De trek verloopt langs de oostkust en over de Bahama's naar de Grote Antillen. Ongeveer negentig procent overwintert op Hispaniola, vooral in de Dominicaanse Republiek; kleinere aantallen zitten in Oost-Cuba, Oost-Jamaica en Puerto Rico.
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De beste kans is een bergtop met dwergsparrenbos in Vermont, New Hampshire of de Adirondacks, in de tweede helft van juni, in het half uur rond zonsopgang of vlak voor donker — overdag zwijgt de soort vrijwel geheel. Let op de slotfrase van de zang en niet op het uiterlijk; ga bij twijfel liever weg zonder determinatie dan dat je een zwijgende vogel op kleur benoemt.
Staat van instandhouding
De IUCN beschouwt de soort als kwetsbaar (VU), en in Canada geldt sinds december 2022 de status bedreigd. De wereldpopulatie wordt op minder dan 120.000 vogels geschat, met ruwweg 70.000 in de Verenigde Staten en 40.000 tot 50.000 in Canada. Op de broedplaatsen krimpt en versnippert het hooggelegen sparrenbos door skigebieden, zendmasten, windparken en een opschuivende boomgrens bij een warmer klimaat; op Hispaniola is het verlies van breedbladig bergbos door houtkap, houtskoolwinning en landbouw de grootste druk, en die twee kleine gebieden maken de soort aan beide kanten van de trekweg kwetsbaar.
Wetenschappelijke naam
Catharus bicknelli | (Ridgway, 1882)
Ridgway beschreef de vogel in 1882 als Hylocichla aliciae bicknelli, als ondersoort van de grijswangdwerglijster, naar een exemplaar van vlak bij de top van Slide Mountain in Ulster County, New York; omdat hij later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam eert Eugene Pintard Bicknell, de amateurornitholoog die de vogel daar verzamelde. Het geslacht Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'. De Amerikaanse ornithologenunie erkende hem in 1995 als aparte soort.



