Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Veery
Veery | Catharus fuscescens
Veery | Zorzalito rojizo
De veery is de minst gevlekte van de Noord-Amerikaanse Catharus-lijsters: warm kaneelbruin van boven en met niet meer dan een waas van vage vlekken op de bovenborst. Hij broedt in vochtig loofbos met dichte ondergroei van Zuid-Canada tot de noordelijke Verenigde Staten en overwintert als enige van het geslacht vrijwel volledig in het Amazonebekken.
Geluid
De zang is een neerwaartse spiraal van fluitende tonen, twee tot drie seconden lang, elke toon lager dan de vorige en met een galmende bijklank doordat de vogel beide zijden van zijn syrinx tegelijk gebruikt. Hij zingt vanaf een lage, verborgen tak, vooral in de schemering. De meest gehoorde roep is een hard, dalend vie-eur, waaraan de Engelse naam is ontleend; verder een droge grinnik, een scherp wok en een traag wie-oe.
Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 3.0 · Gooseberry Falls State Park, Lake, Minnesota, United States · xeno-canto
Herkenning
De bovenzijde is effen warm kaneel- tot roodbruin, zonder kleurverschil tussen rug en staart. De onderzijde is wit met een lichtbruine bovenborst waarop de vlekken vaag en klein zijn en soms nauwelijks opvallen; de flanken zijn grijs. De oogring ontbreekt of is hooguit een dunne, onvolledige lijn, waardoor het gezicht effen en uitdrukkingsloos oogt. De poten zijn roze. Westelijke vogels zijn duidelijk olijfbruiner en sterker gevlekt dan oostelijke.
Verwarringssoorten
De dwerglijster heeft een volle okerkleurige oogring en okerkleurige wangen en zingt in een opgaande spiraal; de veery mist die bril en zingt naar beneden. De grijswangdwerglijster is kouder grijsbruin met duidelijker vlekken en een grijze wang. De heremietlijster heeft een roodbruine staart tegen een olijfbruine rug en wipt zijn staart na de landing. De Amerikaanse boslijster is forser en heeft grote, scherpe ronde vlekken tot op de flanken. Een olijfbruine westelijke veery is in de hand soms alleen aan de vage borstvlekken en de zwakke oogring te scheiden.
Leefgebied
Vochtig loofbos en gemengd bos met een dichte struiklaag, bij voorkeur bij beken, moerasbosjes of natte laagten: elzenbroek, wilgenstruweel, jong bos na kap en beekbegeleidend bos. Een gesloten, laag struweel is belangrijker dan de boomsoort. Te sterke begrazing door witstaarthert dunt de ondergroei uit en maakt een bos ongeschikt. In de winter zit hij in de ondergroei van tropisch regenbos en in secundair bos.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het broedgebied loopt van Zuidoost-Brits-Columbia en Alberta oostwaarts door Zuid-Canada tot Newfoundland en Nova Scotia, en zuidwaarts tot Iowa, Ohio en New Jersey, met uitlopers door de Appalachen tot Noord-Georgia en in de Rocky Mountains tot Colorado en Utah. De trek gaat over de Golfkust, het Caribisch gebied en Midden-Amerika; zenderonderzoek heeft aangetoond dat het winterareaal vrijwel volledig in het centrale en zuidelijke Amazonebekken van Brazilië ligt, met een deel in Venezuela en Colombia. Binnen het gidsgebied verblijft hij buiten het broedseizoen dus alleen als doortrekker.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De beste kans is het laatste half uur voor donker in juni, aan de rand van een vochtig bosperceel met dicht struweel: de neergaande, galmende zang is dan bijna het enige geluid, terwijl de vogel zelf laag en onzichtbaar blijft zitten. Loop overdag langs een beekoever en let op de effen roodbruine rug van een lijster die van het pad wegwipt; het ontbreken van een oogring is op korte afstand het snelste onderscheid met de dwerglijster.
Staat van instandhouding
Partners in Flight schat de broedpopulatie op ongeveer elf miljoen vogels. De Breeding Bird Survey laat tussen 1966 en 2019 een afname van ongeveer 0,6 procent per jaar zien, samen ruwweg 28 procent; de Continental Concern Score staat op 12 van de 20. Het verlies en de versnippering van vochtig loofbos in het noorden, de eileg door de bruinkopkoevogel en het verdwijnen van de dichte ondergroei door hoge aantallen witstaarthert drukken op de broedpopulatie, terwijl in het Amazonegebied winterhabitat in landbouwgrond wordt omgezet.
Wetenschappelijke naam
Catharus fuscescens | (Stephens, 1817)
Stephens beschreef de soort in 1817 als Turdus fuscescens, naar een exemplaar uit Pennsylvania; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam fuscescens is neolatijn voor 'donker wordend', van fuscus 'donkerbruin'. Het geslacht Catharus komt van het Griekse katharos 'zuiver, schoon'. De Engelse naam Veery, die in het Nederlands is overgenomen, is een klanknabootsing van de dalende vie-eur-roep.




