Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Botteri's gors

Botteri's gors | Peucaea botterii

Botteri's Sparrow | Chingolo de Botteri

Botteri's gors is een grote, effen bruine grasgors met een zware snavel en een lange, ronde staart. In de Verenigde Staten broedt hij in twee van elkaar gescheiden gebieden: de woestijngraslanden van Zuidoost-Arizona en de kustprairie van Zuid-Texas. Hij verraadt zich vrijwel altijd eerst met de zang.

Botteri's gors (Peucaea botterii)
Foto: ALAN SCHMIERER — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een stuiterende reeks: enkele losse tsjip-notities die steeds sneller volgen en uitlopen in een droge triller, alsof een balletje op een stenen vloer uitstuitert. Die versnelling is het betrouwbaarste kenmerk van de soort. Alleen het mannetje zingt, meestal vanaf een struik of een yucca, soms in een korte vlucht, maar zonder de hoge zangvlucht van Cassins gors. Roepen zijn een kort tsip, vaak verdubbeld, en een ratelend tjr-r-r.

Luister: ZangXC1036622

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · Santa María del Tule, Santa María del Tule, Oaxaca, Mexico · xeno-canto

Herkenning

Van boven grijsbruin tot roestbruin met fijne zwarte strepen, van onderen effen crème tot vuilwit, zonder borststrepen en zonder borstvlek. De kop is plat, de snavel groot en grijsblauw met een donkere bovensnavel; achter het oog loopt een dunne bruine streep en de wenkbrauw is bleek en onopvallend. De staart is lang, rond en effen bruin, met vage dwarsbandjes op de middelste pennen. Man en vrouw zijn gelijk gekleurd.

Verwarrings­soorten

Cassins gors is de directe verwarringssoort en broedt vaak in hetzelfde veld. Bij Cassins gors zijn de buitenste staartpennen aan de punt lichtgrijs tot wit, is er fijne streping op de flanken en zijn de rugveren met een donkere pijlpunt getekend; bij Botteri's gors is de staart effen bruin zonder lichte punten en zijn de flanken ongestreept. Het verschil in zang is groter dan het verschil in verenkleed: Cassins gors zingt een aanhoudende, hoge triller met twee lagere slotnoten vanuit een zangvlucht, Botteri's gors de stuiterende versnelling vanaf een struik. De dennengors, die in Texas dichtbij komt, is roder van kruin en rug en heeft een grijs gezicht met roestbruine oogstreep.

Leefgebied

Hoog, dicht bunchgras met verspreide struiken: in Arizona de sacatonvlakten en woestijngraslanden tot ongeveer 1500 meter, in Texas de kustprairie met slijkgras en verspreid mesquite (doornige peulstruik van het zuidwesten, vormt dichte bosjes). Begrazing die het gras kort houdt maakt een terrein voor hem ongeschikt. Verder zuidwaarts gebruikt hij ook eikensavanne, en in het zuiden van het areaal open dennensavanne in het laagland.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het hoofdareaal ligt in Mexico, van Sonora en de centrale hoogvlakte tot de Golfkust en Yucatán, en verder tot in Belize, Guatemala, Honduras en Nicaragua. Daar is hij standvogel. De vogels van Zuidoost-Arizona, Zuidwest-New Mexico en Noord-Mexico zijn trekvogels: ze komen in mei aan, broeden met de moesson en trekken in september en oktober weg. In Zuid-Texas is de soort van het voorjaar tot de nazomer aanwezig op de kustprairie van onder meer Kenedy en Kleberg County.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Ga in juli of augustus vroeg in de ochtend naar een sacatonvlakte in de San Rafael Valley of het Sonoita-grasland en luister naar de stuiterende versnelling. Buiten de zangperiode is hij bijna niet te vinden: hij loopt weg over de grond in plaats van op te vliegen, en laat zich zelden lang zien.

Staat van instandhouding

Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de wereldpopulatie op ongeveer 170.000 broedvogels, waarvan zo'n 30.000 in de Verenigde Staten; de score op de Continental Concern Score (de Noord-Amerikaanse zorgscore van 1 tot 20) is 13 van 20. In Arizona lijken de aantallen de laatste decennia stabiel, na een eerder verlies van grasland door begrazing en verstruiking. In Texas zijn de aantallen historisch afgenomen met de kustprairie zelf, waarvan nog een deel in reservaten over is. De IUCN beschouwt de wereldpopulatie als stabiel.

Wetenschappelijke naam

Peucaea botterii | (Sclater, 1858)

Philip Lutley Sclater beschreef de soort in 1858 als Zonotrichia botterii; omdat ze later naar Peucaea is verplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De geslachtsnaam Peucaea komt van het Griekse peukē 'den'. De soortnaam eert Matteo Botteri (1808–1877), een in Dalmatië geboren natuuronderzoeker die zich in Orizaba, Veracruz, vestigde en daar het typeexemplaar verzamelde. De Nederlandse, Engelse en Spaanse naam verwijzen alle drie naar hem.