Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Bulwers stormvogel
Bulwers stormvogel | Bulweria bulwerii
Bulwer's Petrel | Petrel de Bulwer
Bulwers stormvogel is een klein, geheel donker buisneusje met een lange, spitse staart, dat zijn belangrijkste broedgebied ver buiten het bereik van deze kaart heeft: de talrijkste kolonies liggen op onbewoonde eilanden en atollen in het noordwesten van Hawaï. Binnen Noord-Amerika is hij vrijwel uitsluitend als broedvogel van die eilandengroep te noteren; aan de Atlantische kant is hij een uiterst zeldzame dwaalgast.
Geluid
Aan de broedkolonie is Bulwers stormvogel 's nachts actief en ook het meest te horen: uit de holen en spleten waarin hij broedt, klinkt een herhaald, schor blaffend geluid, dat op Hawaï vaak wordt weergegeven als oe — de naam waaronder de soort daar bekend staat. Overdag, op zee, is hij stil en jaagt hij laag over het water. Van geluid bij de dwaalgasten die af en toe voor de Amerikaanse Atlantische kust opduiken, is dan ook niets bekend: die worden altijd overdag, zwijgend, vanaf een boot gezien.
Opname: Marcel Gil Velasco — CC BY-NC-SA 4.0 · La Graciosa, Las Palmas, Canarias, Spain · xeno-canto
Herkenning
Een klein buisneusje, geheel donker roetbruin tot zwart, met een lichte, vage band over de bovenvleugel en een lange, spits toelopende staart die in vlucht als een wig wordt gedragen. Snavel en poten zijn donker, en zijn kort, zodat de vogel op het water laag ligt. Mannetje, vrouwtje en jong verschillen niet zichtbaar van elkaar. De vlucht is laag boven het water, met korte, snelle vleugelslagen afgewisseld met lange, weifelende glijfases die van richting veranderen — anders dan de rechte vaart van een pijlstormvogel.
Verwarringssoorten
De lange, spitse staart en de geheel donkere kleur onderscheiden Bulwers stormvogel van vrijwel alle andere buisneuzen in dezelfde wateren: stormvogeltjes zijn veel kleiner met een korte, rechte of gevorkte staart, en de meeste hebben een lichte stuit. De zwarte pijlstormvogel is aanzienlijk groter, met een korte, waaiervormige staart en een rechtere, krachtiger vliegstijl. Grotere, eveneens donkere stormvogels uit het geslacht Pterodroma hebben een kortere staart en een zwaardere, kortere snavel. Op zee is vooral de wiebelende, richtingveranderende vlucht op lage hoogte het bruikbaarste kenmerk.
Leefgebied
Op zee is Bulwers stormvogel een vogel van warm, open water, ver van de kust; hij foerageert alleen, laag boven het oppervlak, op kleine vis, inktvis en kreeftachtigen. Voor het broeden zoekt hij lage, vaak begroeide eilanden en atollen, waar hij in een spleet, een holletje onder een steen of een zelfgegraven gang broedt. Op het Noord-Amerikaanse vasteland en langs de kust komt hij niet voor; ook bewoonde eilanden mijdt hij grotendeels als broedplaats, al broedt hij ook in klein aantal op eilandjes bij de bewoonde hoofdeilanden van Hawaï.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Bulwers stormvogel broedt wijdverspreid in de subtropen: van de Azoren tot Kaapverdië in de Atlantische Oceaan, in delen van de Indische Oceaan, en in de Grote Oceaan onder meer bij Japan, bij eilanden voor de Chinese kust en op tal van eilandengroepen in de tropische Grote Oceaan. Binnen deze gids ligt zijn enige vaste broedgebied in het noordwesten van Hawaï, waar Nihoa de grootste bekende kolonie ter wereld herbergt, met tienduizenden paren; kleinere aantallen broeden ook op eilandjes bij de bewoonde Hawaïaanse hoofdeilanden. Buiten het broedseizoen verspreidt hij zich wijd over de tropische en subtropische oceanen; aan de Amerikaanse Atlantische kust, onder meer voor North Carolina en Virginia, is hij met een handvol waarnemingen een uiterst zeldzame dwaalgast.
- Broedvogel (zomer)
Waar en wanneer kijken
De beste kans op Bulwers stormvogel binnen dit gebied is een boottocht naar de broedeilanden in het noordwesten van Hawaï, tussen half mei en begin oktober; buiten die eilanden is hij op geen enkele plek betrouwbaar te vinden. Let op de lange, spitse staart en de wiebelende vlucht, want van een afstand oogt de vogel eerder als een groot, donker stormvogeltje dan als de buisneus die hij is.
Staat van instandhouding
De wereldpopulatie is groot en niet bedreigd (LC), met alleen al op Nihoa tussen de vijfenzeventig- en honderdduizend broedparen. Geïntroduceerde ratten en verwilderde katten zijn de belangrijkste bedreiging voor de kolonies, net als de invasieve grootkopmier, die kuikens doodt; doordat verreweg de meeste vogels op één eiland broeden, zou een orkaan of een nieuwe introductie van roofdieren de soort in korte tijd zwaar kunnen treffen.
Wetenschappelijke naam
Bulweria bulwerii | (Jardine; Selby, 1828)
William Jardine en Prideaux John Selby beschreven de soort in 1828 als Procellaria bulwerii, genoemd naar de Engelse verzamelaar James Bulwer, die het typemateriaal op Madeira verzamelde; omdat de soort sindsdien in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Bulweria werd in 1843 ingevoerd door Bonaparte, als eerbetoon aan dezelfde Bulwer. De typelocatie is Madeira, in de Atlantische Oceaan.

