Alle soorten › Nieuwewereldgieren › Nieuwewereldgieren › Californische condor

Californische condor | Gymnogyps californianus

California Condor | Cóndor Californiano

De Californische condor is de grootste in het wild levende vogel van Noord-Amerika, met een spanwijdte van bijna drie meter en een gewicht van zeven tot tien kilo. Hij zweeft urenlang zonder vleugelslag en legt op één dag honderden kilometers af op zoek naar kadavers. Elke vrijvliegende vogel is genummerd, gemerkt en wordt gevolgd.

Californische condor (Gymnogyps californianus)
Foto: Jim Bahn — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Nieuwewereldgieren hebben geen syrinx, het stemorgaan waarmee andere vogels zingen; de condor brengt daardoor geen zang of roep voort. Wat hij maakt zijn luchtgeluiden: sissen, blazen en een laag grommen, te horen bij een kadaver, bij ruzie om de plaats aan het karkas en bij het nest. Jongen in de nestholte sissen naar indringers. Op afstand is de vogel volkomen stil; hoorbaar is alleen de wind langs de handpennen als hij vlak over een klif scheert.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Volwassen vogels zijn zwart, met onder de vleugel een groot, scherp begrensd wit driehoekig veld langs de voorrand. Kop en hals zijn kaal en oranjegeel tot roze, omgeven door een kraag van zwarte veren; de snavel is bleek en zwaar. Onvolwassen vogels hebben een donkere, grijszwarte kop en vuilgrijze, gevlekte vleugelvelden, en doen er zes tot acht jaar over om het volwassen kleed te bereiken. Man en vrouw zien er gelijk uit. Het silhouet is massief: lange brede vleugels met vingerachtig gespreide handpennen, een kleine kop en een korte staart, vrijwel vlak gehouden.

Verwarrings­soorten

De kalkoengier is veel kleiner, houdt de vleugels in een V en wiebelt in de thermiek, en heeft de hele achterrand zilvergrijs in plaats van een wit veld vooraan. De zwarte gier is nog kleiner en compacter, met alleen witte 'sterren' bij de vleugeltoppen en een kort, flapperend vleugelgebruik. Jonge zeearenden en steenarenden lijken het meest op de condor: die hebben een bevederde kop, een grotere staart en slaan geregeld met de vleugels, wat de condor bijna nooit doet. Onvolwassen condors missen het witte vleugelveld en worden daardoor van veraf voor arenden aangezien.

Leefgebied

Bergland en heuvelland met kliffen, van chaparral (dicht, hardbladig struweel van het Californische mediterrane klimaat) en eikensavanne tot naaldbos, tot ongeveer 1800 meter, met open terrein en betrouwbare opwaartse luchtstromen om op te stijgen. Broeden gebeurt in natuurlijke holten en grotten in rotswanden, soms in de holle stam van een reuzensequoia; slapen op kale takken en richels. Foerageren doet hij boven weidegrond, ranchland en de kustzoom, waar dode herten, runderen, zeeleeuwen en walvissen liggen. Gesloten bos zonder uitzicht en windstil laagland worden gemeden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Tot in de negentiende eeuw kwam de soort langs vrijwel de hele westkust van Noord-Amerika voor; in 1987 was het wilde bestand tot niets teruggebracht. Tegenwoordig vliegen vrijgelaten vogels in zuidelijk Californië rond Los Padres en Sespe, in centraal Californië bij Pinnacles en Big Sur, in het noorden van Californië op het gebied van de Yurok, in noordelijk Arizona en zuidelijk Utah rond de Grand Canyon en Zion, en in de Sierra de San Pedro Mártir in Neder-Californië. Hij trekt niet maar zwerft wijd: Arizonavogels bereiken geregeld Utah, en Californische vogels vliegen honderden kilometers langs de kust. De deelgebieden zijn nog grotendeels van elkaar gescheiden.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

De beste plaatsen zijn vaste uitkijkpunten met opstijgende lucht: Navajo Bridge bij de Grand Canyon, de kustweg bij Big Sur en de kammen van het Sespe-gebied, midden op de dag als de thermiek op gang is. Kijk eerst naar de vleugelhouding — vlak, zonder wiebelen — en pas daarna naar het witte veld onder de vleugel. Vrijwel elke vogel draagt genummerde vleugelmerken; dat nummer aflezen en doorgeven is voor het beheer van de populatie nuttiger dan de waarneming zelf.

Staat van instandhouding

Ernstig bedreigd (CR). In 1987 werden de laatste vrijvliegende vogels gevangen, waarmee de hele soort op 27 vogels in gevangenschap stond; sinds 1992 worden in dierentuinen gekweekte vogels uitgezet. Eind 2025 telde de soort 607 vogels, 392 vrijvliegend en 215 in gevangenschap, verdeeld over vijf uitzetgebieden. Loodvergiftiging is de belangrijkste doodsoorzaak — condors slikken loodsplinters uit door jagers achtergelaten kadavers, en lood verklaart de helft van alle sterfgevallen met bekende oorzaak sinds 1992 — naast aanrijdingen met hoogspanningsleidingen, schoten, ingeslikt afval en, in 2023, vogelgriep. Vrijwel alle vrije vogels worden twee keer per jaar gevangen voor een bloedtest en zo nodig behandeld met een middel dat lood bindt; ze dragen genummerde vleugelmerken en een radio- of gps-zender, en in Californië geldt sinds 2019 een staatsbreed verbod op loodhagel bij de jacht.

Wetenschappelijke naam

Gymnogyps californianus | (Shaw, 1797)

George Shaw beschreef de soort in 1797 als Vultur californianus, bij de gieren van de Oude Wereld; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gymnogyps werd in 1842 ingevoerd door Lesson en is gevormd uit het Griekse gymnos, 'naakt', en gyps, 'gier' — naar de onbevederde kop en hals. californianus betekent 'van Californië'. Het beschreven exemplaar kwam van de kust van Californië.