Alle soorten › Zangvogels › Muggenvangers › Californische muggenvanger

Californische muggenvanger | Polioptila californica

California Gnatcatcher | Perlita californiana

De Californische muggenvanger is een kleine, donkergrijze zangvogel met een lange zwarte staart, gebonden aan het kustsalie-struweel van Zuid-Californië en het schiereiland Neder-Californië. Hij trekt niet en blijft het hele jaar op hetzelfde kleine territorium; in de Verenigde Staten is de ondersoort van de kust sinds 1993 federaal als bedreigd aangemerkt.

Californische muggenvanger (Polioptila californica)
Foto: Andy Reago & Chrissy McClarren — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het kenmerkende geluid is een nasaal, klagend zieeer dat op en neer gaat en aan het miauwen van een jonge kat doet denken; het wordt vaak twee- of driemaal herhaald en is door het hele jaar heen te horen. De zang is een ijl, aarzelend reeksje van dezelfde nasale tonen, zachter en minder gestructureerd dan bij de blauwgrijze muggenvanger. Paren houden met korte roepjes voortdurend contact terwijl ze door het struweel schuiven.

Luister: ZangXC965427

Opname: A Richardson — CC BY-NC-SA 4.0 · Mentone, San Bernardino County, California, United States · xeno-canto

Herkenning

Klein en slank, met een dofgrijze bovenzijde, grauwgrijze onderdelen zonder wit contrast en een lange, smalle staart die meestal omhoog of scheef wordt gehouden. De staart is van onderen vrijwel geheel zwart, met alleen smalle witte punten aan de buitenste veren. Het mannetje heeft in de broedtijd een zwarte kap die tot onder het oog reikt; buiten die tijd is de kap grijs met een lichte oogring. Het vrouwtje is blauwgrijs op de kruin, iets bruiner op de flanken. De snavel is dun, recht en zwart.

Verwarrings­soorten

De zwartstaartmuggenvanger lijkt het meest: die heeft wittere onderdelen, een duidelijk wittere buitenstaart en leeft in de woestijnen landinwaarts, waar de kustsoort niet komt. De blauwgrijze muggenvanger is lichter blauwgrijs, heeft witte onderdelen, een witte oogring en een staart die van onderen overwegend wit oogt, en heeft nooit een zwarte kap. Beslissend is de onderkant van de staart: bij de Californische muggenvanger is die zwart met een minimale witte punt.

Leefgebied

Kustsalie-struweel op laaggelegen hellingen en terrassen, met californische alsem, witte salie en zwarte salie, doorgaans beneden driehonderd meter en op zacht hellend of vlak terrein. Hij vermijdt hoge, gesloten chaparral (dicht, hardbladig struweel van het Californische mediterrane klimaat) en gaat pas na een brand terug het struweel in als de struiken weer dicht zijn. In Neder-Californië strekt het leefgebied zich uit tot droger woestijnstruweel met ocotillo en cactus, tot in het zuiden van het schiereiland.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel van de kuststrook van Zuid-Californië, van Ventura County en de zuidelijke voet van de kustketens door Los Angeles, Orange, Riverside en San Bernardino tot San Diego County, en van daar zuidwaarts over vrijwel het hele schiereiland Neder-Californië tot aan de kaapregio. In Californië is het areaal doorsneden door woonwijken en snelwegen en bestaat het uit tientallen van elkaar gescheiden stukken; in Neder-Californië ligt het grootste deel van de populatie en is het struweel nog grotendeels aaneengesloten.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek hem op een lage helling met alsemstruweel in San Diego of Orange County, vroeg op de ochtend, en ga op het miauwende zieeer af; hij wordt doorgaans eerder gehoord dan gezien. Let bij een waarneming op de onderkant van de staart en niet alleen op de kap — buiten de broedtijd mist het mannetje het zwart, en dan is het staartpatroon het enige harde kenmerk tegenover de zwartstaartmuggenvanger.

Staat van instandhouding

Wereldwijd staat de soort als niet bedreigd (LC) te boek, doordat het grootste deel van het areaal in Neder-Californië ligt. In Californië is het verhaal anders: naar schatting is zeventig tot negentig procent van het kustsalie-struweel omgezet in woningbouw, landbouw en wegen, en de ondersoort van de kust is in 1993 onder de Endangered Species Act (de Amerikaanse soortenbeschermingswet) als bedreigd aangewezen. Verzoeken om die status in te trekken, met het argument dat de ondersoort niet geldig zou zijn, zijn afgewezen. Verdere knelpunten zijn versnippering, te frequente branden die het struweel in grasland veranderen, en nestparasitisme door de bruinkopkoevogel.

Wetenschappelijke naam

Polioptila californica | Brewster, 1881

Brewster beschreef de soort in 1881 als Polioptila californica, naar een exemplaar dat bij Riverside in Californië was verzameld; omdat ze nog altijd in hetzelfde geslacht staat, blijven auteur en jaartal zonder haakjes. Het geslacht Polioptila werd in 1855 ingevoerd door Philip Lutley Sclater, uit het Griekse polios 'grijs' en ptilon 'veer': 'met het grijze verenkleed'. De soortnaam californica verwijst naar de vindplaats. De Nederlandse, Engelse en Spaanse naam noemen alle drie Californië.