Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Kraanvogels › Canadese kraanvogel
Canadese kraanvogel | Antigone canadensis
Sandhill Crane | Grulla canadiense
De Canadese kraanvogel is de grote, grijze kraanvogel van Noord-Amerika, herkenbaar aan de rode kruinvlek en de rollende trompetroep die kilometers ver draagt. Waar de trompetkraanvogel zeldzaam bleef, telt deze soort honderdduizenden vogels en vormt hij een van de grootste vogeltrekspektakels van het continent, wanneer voorjaarszwermen zich langs de Platte River in Nebraska verzamelen. Bij de balts springen de vogels met gespreide vleugels van de grond, buigen ze diep en gooien ze plukken plantenmateriaal omhoog; ze dansen het hele jaar door en op elke leeftijd.
Geluid
De roep is een luid, rollend getrompetter — garoe-oe — dat wordt voortgebracht door een lange, in het borstbeen opgerolde luchtpijp, wat het geluid een diepe, verre resonantie geeft. Vliegende zwermen laten zich al horen ver voordat ze zichtbaar zijn, soms vanaf grote hoogte. Bij dreiging of opwinding klinkt een korter, schraper geroep, en de jongen bedelen met een hoog, piepend geluid.
Opname: Don Profota — CC BY-NC-SA 4.0 · South Bozeman, Gallatin County, Montana, United States · xeno-canto
Herkenning
Een grote, grijze vogel met een lange hals, lange zwarte poten en een kale rode kruin boven een witte wangvlek; op de rug hangen verlengde, loshangende dekveren als een sierpluim die de korte staart aan het oog onttrekken. In de vlucht wordt de hals gestrekt gehouden, niet ingetrokken zoals bij reigers. Juveniele vogels hebben een roestbruine, geveerde kop zonder rode kruin of witte wang, en een meer gevlekt verenkleed. Broedende vogels wrijven soms modder in hun veren, wat het grijs tijdelijk roestbruin kan kleuren.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse blauwe reiger is even grijs en bijna even groot, maar vliegt met ingetrokken hals, mist de rode kruin en heeft een zwaardere, dolkvormige snavel. De trompetkraanvogel is fors groter en overwegend wit, met zwarte vleugelpunten — in het overlappende trek- en overwinteringsgebied meteen te onderscheiden. Jonge Canadese kraanvogels worden door hun bruine kop soms voor een jonge reiger aangezien, maar de gestrekte vlieghouding en de sierpluim verraden altijd de kraanvogel.
Leefgebied
Hij broedt in open, natte graslanden, moerassen en toendra, en foerageert op akkers met graanstoppels, in vochtige weiden en op ondiepe zandbanken in rivieren. Tijdens de trek verzamelt hij zich in grote aantallen op ondiepe rivierbeddingen om te overnachten, beschut tegen roofdieren door het open water. Dicht bos en steil bergterrein mijdt hij volledig.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Alaska en het noorden van Canada tot in de noordelijke Verenigde Staten — de Grote Meren, het bovenste Midwesten en de Rocky Mountains — met niet-trekkende populaties in Florida en Mississippi. De trekkende mid-continentpopulatie, veruit de grootste, overwintert in Texas, New Mexico en het noorden van Mexico en verzamelt zich elk voorjaar met honderdduizenden langs de Platte River. Na een dieptepunt in de vroege twintigste eeuw door bejaging en verlies van moerasland is de soort sterk hersteld en breidt hij zijn broedareaal aan de oostkant, tot in de staat New York, weer uit.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Bosque del Apache in New Mexico en de Platte River in Nebraska zijn in respectievelijk winter en vroege voorjaar de plekken om de soort met tienduizenden tegelijk te zien; elders verraadt het verre getrompetter een overtrekkende zwerm vaak voordat die zichtbaar is, hoog en in losse V-formatie. Zoek in de vroege ochtend op open akkers naar voedselzoekende groepen.
Staat van instandhouding
De totale populatie is de afgelopen decennia sterk gegroeid dankzij bescherming en beheer van trekpleisters, en de soort wordt in delen van zijn areaal weer bejaagd. De geïsoleerde, niet-trekkende populaties in Mississippi en Cuba zijn echter klein en kwetsbaar voor verlies van moerasland.
Wetenschappelijke naam
Antigone canadensis | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Ardea canadensis, in het reigergeslacht; pas in 1853 voerde Reichenbach het geslacht Antigone in, genoemd naar de tragische heldin uit de Griekse mythologie — vandaar de haakjes om auteur en jaartal. De soortnaam canadensis verwijst naar de typelocatie, die volgens Linnaeus' bron Edwards bij Hudsonbaai in Canada lag. De Nederlandse naam herinnert aan diezelfde oorsprong.



