Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Kraanvogels › Trompetkraanvogel

Trompetkraanvogel | Grus americana

Whooping Crane | Grulla Trompetera

De trompetkraanvogel is de langste vogel van Noord-Amerika: sneeuwwit, met zwarte vleugelpunten en een kale rode kruin, en een roep die kilometers ver over het moeras draagt. In 1941 waren er nog eenentwintig vogels over. Na tachtig jaar tellen, beschermen en bijfokken zijn het er weer ruim achthonderd.

Trompetkraanvogel (Grus americana)
Foto: gary_leavens — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een luid, ver dragend getrompetter op één toon, kar-roeh, dat over open moeras kilometers ver te horen is. Het geluid ontstaat in een ongewoon lange luchtpijp die in een lus in het borstbeen ligt en als een klankkast werkt. Bij het paar klinkt een duetroep waarin het vrouwtje twee of drie hogere, snellere tonen geeft op elke lagere toon van het mannetje, met de snavels schuin omhoog. Jonge vogels bedelen met een hoog, dun gepiep dat tot ver in het eerste jaar te horen blijft.

Luister: RoepXC533637

Opname: Sue Riffe — CC BY-NC-SA 4.0 · Backbone Rd, Polk Cty, Florida, United States · xeno-canto

Herkenning

Een vogel van ongeveer anderhalve meter, met een spanwijdte van ruim twee meter en een gewicht tot bijna acht kilo. De volwassen vogel is geheel wit, met een kale rode kruin, een donkerrode veeg over de wang, een lange donkere puntige snavel en zwarte poten. De zwarte handpennen zijn alleen in de vlucht te zien; op de grond hangen de verlengde binnenste armpennen als een sierpluim over de staart. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk, het mannetje iets groter. Jonge vogels zijn wit met roestbruine vlekken op kop, hals en rug, die in de loop van het eerste jaar wegslijten. In de vlucht is de hals volledig gestrekt en steken de poten ver achter de staart uit, met trage, diepe vleugelslagen.

Verwarrings­soorten

De Canadese kraanvogel heeft dezelfde vorm en houding maar is grijs, kleiner, en draagt alleen op het voorhoofd een rode kale plek. De Amerikaanse witte pelikaan is eveneens wit met zwarte vleugelpunten, maar heeft een korte hals die in de vlucht wordt ingetrokken, korte poten en een grote snavel. De sneeuwgans is wit met zwarte vleugelpunten en vliegt met gestrekte hals, maar is veel kleiner, kortpotig en heeft een korte roze snavel. De grote zilverreiger vliegt met de hals opgevouwen, en de kaalkopooievaar heeft een kale donkere kop en zwart over de hele achterrand van de vleugel.

Leefgebied

In het broedgebied gebruikt hij ondiepe moerassen met biezen, lisdodde en zegge, tussen sparren en lariks, waar het paar een groot territorium bezet. In de winter gaat het om kwelders, ondiepe baaien en slikplaten aan de Texaanse kust, met zoutgras en slijkgras; daar leeft hij vooral van blauwe krabben, schelpdieren en de bessen van de boksdoorn. Op trek gebruikt hij ondiepe veenplassen, zandbanken in rivieren en graanstoppels om te rusten en te eten. Gesloten bos en diep water zijn onbruikbaar voor hem.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

De enige zichzelf in stand houdende populatie broedt in Wood Buffalo National Park, op de grens van Alberta en de Northwest Territories, en overwintert rond Aransas aan de kust van Texas. De trekweg is een smalle band, gemiddeld zo'n driehonderd kilometer breed, die over Saskatchewan, de beide Dakota's, Nebraska, Kansas en Oklahoma loopt. Vroeger broedde de soort over de hele noordelijke prairie tot in Illinois en overwinterde hij van de Golfkust tot in Mexico. Daarnaast zijn er twee bijgezette groepen: sinds 2011 een niet-trekkende groep in het zuidwesten van Louisiana, en een trekkende oostelijke groep die in Wisconsin broedt en vooral in Indiana en Alabama overwintert.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Aransas National Wildlife Refuge is van november tot maart de zekerste plek: vanaf de uitkijktoren of vanaf een boot in de baai zijn de paren met hun jong van dat jaar op de kwelder te zien. Kijk op trek in Nebraska en Kansas de zwermen Canadese kraanvogels na op een witte vogel; de zwarte vleugelpunten zie je pas als hij opvliegt. Meld elke waarneming buiten het bekende gebied, want de vogels worden individueel gevolgd.

Staat van instandhouding

De soort staat als bedreigd (EN) te boek. Van de eenentwintig vogels van 1941 groeide de wilde populatie van Aransas en Wood Buffalo tot naar schatting 540 vogels in de winter van 2025 op 2026, met een gemiddelde groei van 4,24 procent per jaar sinds 1938. Met de bijgezette groepen en de vogels in gevangenschap erbij komt het totaal boven de achthonderd. De grootste dreigingen zijn aanvaringen met hoogspanningsleidingen, afschot door verwisseling met de Canadese kraanvogel, stormen en verontreiniging aan de Texaanse kust, en de smalle erfelijke basis van alle vogels samen.

Wetenschappelijke naam

Grus americana | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Ardea americana, tussen de reigers; ze is later in het geslacht Grus geplaatst, en daarom staan auteur en jaartal tussen haakjes. Grus is het Latijnse woord voor kraanvogel, en americana verwijst naar het werelddeel. Linnaeus baseerde zich op een plaat van George Edwards. Als typelocatie geldt Noord-Amerika, later toegespitst op Hudsonbaai.