Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Costa's kolibrie
Costa's kolibrie | Calypte costae
Costa's Hummingbird | Colibrí de Costa
Costa's kolibrie is de kolibrie van de Sonora- en Mojavewoestijn: klein, gedrongen en kortstaartig, bij het mannetje met een violette kruin en een keelvlek die ver langs de hals naar beneden uitloopt. Hij broedt al in de late winter, als ocotillo en chuparosa bloeien, en verlaat de heetste woestijn voordat de zomer begint.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Het mannetje zingt een ijle, hoge fluittoon, zowel vanaf een tak als tijdens zijn wijde duikvlucht in een U-vormige boog. Die toon draagt ver over open woestijnwassen, maar ligt voor veel oren aan de bovengrens van het hoorbare. Hogesnelheidsbeelden hebben laten zien dat het geluid van de duik niet uit de keel komt maar uit de staartpennen, en dat het mannetje zijn staart onderweg zijwaarts draait, zodat de fluittoon op het zittende vrouwtje gericht blijft. Het vrouwtje laat bij het foerageren een kort, droog tik horen; het mannetje roept zelden.
Opname: Ayala Berger — CC BY-NC-SA 4.0 · Lompoc, CA, United States · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje heeft kruin, gezicht en keel in één aaneengesloten violetpaars vlak, waarvan de keelvlek aan beide kanten in lange punten langs de hals doorloopt. Dat paars is een interferentiekleur uit de fijne bouw van de veren en geen pigment: het licht alleen op wanneer de vogel recht in het licht kijkt, en anders lijkt de hele kop zwart. De rug is groen, de onderdelen wit met een groene zweem op de flanken. Vrouwtje en jonge vogels zijn groen van boven en vuilwit van onderen, met een lichte wenkbrauwstreep en een effen keel. Kenmerkend is de houding: klein en ineengedoken, met een staart die bij een zittende vogel nauwelijks voorbij de vleugelpunten komt.
Verwarringssoorten
Anna's kolibrie is groter en langer van staart, en zijn kruin en keel zijn rozerood in plaats van violet, met veel kortere punten. Het mannetje van de luciferkolibrie heeft ook een in punten uitlopende paarse keel, maar een groene kruin, een gebogen snavel en een lange gevorkte staart. Vrouwtjes lijken het meest op elkaar: die van Costa's kolibrie is aan de korte snavel en de korte staart te herkennen, terwijl het zwartkinvrouwtje langer is van snavel en staart en tijdens het bidden nadrukkelijk met de staart pompt.
Leefgebied
Woestijnstruweel in de Sonora- en Mojavewoestijn, met palo verde, creosootstruik, cholla, ocotillo en chuparosa, en daarnaast chaparral (dicht, hardbladig struweel van het Californische mediterrane klimaat) en saliestruweel langs de kust van Zuid-Californië en Neder-Californië. Hij zit van zeeniveau tot ongeveer twaalfhonderd meter en zoekt daarbinnen de droge geulen en de onderste delen van droge canyons op, waar de meeste bloemen staan. Gesloten bos mijdt hij volledig. Buiten de broedtijd komt hij ook in tuinen en op hogere berghellingen, waar hij het tegen grotere kolibries steevast aflegt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedvogel van het droge zuidwesten van de Verenigde Staten, van Zuid-Californië en Zuid-Nevada tot Zuidwest-Utah, Arizona en de rand van New Mexico, en verder over heel Neder-Californië en het noordwesten van Mexico. In Californië en Neder-Californië blijft een deel van de vogels het hele jaar. De woestijnbroedvogels beginnen in februari en zijn in juni alweer weg: ze trekken naar de kust of naar hoger gelegen gebieden, en een deel bereikt West-Centraal-Mexico. In steden met het hele jaar bloeiende aanplant blijven steeds meer vogels ter plaatse.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in maart of april bij zonsopgang naar een woestijnwas met bloeiende ocotillo en blijf staan: het mannetje vliegt zijn wijde U vanaf een vaste tak en fluit daarbij. Kijk langs de helling in plaats van omhoog, want de duik eindigt laag, vlak bij het vrouwtje. Hoor je de hoge fluittoon niet, let dan op de kleine, ineengedoken vorm op een uitstekende twijg.
Staat van instandhouding
Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de broedpopulatie op 3,4 miljoen vogels; de IUCN classificeert de soort als niet bedreigd (LC). Tussen 1968 en 2019 bleef het aantal ongeveer gelijk of nam het licht af. Het grootste knelpunt is het opruimen van woestijnstruweel voor bebouwing en begrazing, vooral rond de snel groeiende steden van Arizona en Zuid-Californië, waar juist de laaggelegen droge geulen met de meeste bloemen verdwijnen.
Wetenschappelijke naam
Calypte costae | (Bourcier, 1839)
Jules Bourcier beschreef de soort in 1839 als Ornismya Costae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calypte werd in 1856 ingevoerd door John Gould, naar het Griekse kaluptre, 'sluier' of 'hoofdtooi', wat op de gekleurde kruin slaat; deze soort is er de typesoort van. De soortnaam eert Louis Marie Pantaléon Costa, markies van Beauregard, een Franse edelman die kolibries verzamelde en bestudeerde. Als herkomst van het beschreven exemplaar werd "Californië" opgegeven; het kwam uit de Magdalenabaai in Neder-Californië.



