Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Anna's kolibrie
Anna's kolibrie | Calypte anna
Anna's Hummingbird | Colibrí de Anna
Anna's kolibrie is de enige kolibrie van Noord-Amerika waarbij niet alleen de keel maar ook de hele kruin rozerood oplicht. Het is bovendien de enige die in het noordwesten het hele jaar blijft, tot in Brits-Columbia, en die daar al in december kan gaan broeden.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Hij is de spraakzaamste kolibrie van het werelddeel: het mannetje zingt vanaf een kale tak een krassend, zoemend liedje van tien seconden of langer, met daartussen heldere fluittonen en nadrukkelijke tsjip-notities. Zulke zang is bij kolibries hoogst ongewoon en maakt hem op gehoor te vinden. De roep is een reeks korte, scherpe tsjip-geluidjes die bij opwinding tot getjilp aaneenrijgen. Aan het eind van de baltsduik klinkt een korte, explosieve piep; hogesnelheidsbeelden hebben laten zien dat die niet uit de keel komt maar ontstaat doordat de lucht langs de vervormde buitenste staartpennen strijkt.
Opname: Bushman — CC BY-SA 3.0 · Salem, Polk, Oregon, United States · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje heeft kruin én keel vol rozerode metaalglanzende veren, die aan de zijkanten van de hals in punten doorlopen; verder is hij groen van boven en grijsgroen van onderen, zonder enig roestbruin. Die glans is een interferentiekleur uit de bouw van de veer en geen pigment: zonder direct licht ziet de kop er dofbruin of grijszwart uit. Het vrouwtje is groen met grijze onderdelen en heeft meestal een vlekje rode spikkels midden op de keel — het enige kolibrievrouwtje in het Westen met zo'n keelvlek. Voor een kolibrie is hij stevig gebouwd, met een korte rechte snavel en een vrij brede staart.
Verwarringssoorten
Costa's kolibrie is kleiner en korter van staart en heeft een violetpaarse kruin en keel met veel langere punten langs de hals. Het mannetje van de breedstaartkolibrie heeft wel een rozerode keel, maar een groene kruin, roestbruine staartzomen en een luide, aanhoudende vleugeltriller in vlucht. Vrouwtjes van de zwartkinkolibrie zijn kleiner en slanker, met een ongetekende bleke keel en een langere snavel. Ontbreekt de keelvlek, let dan op formaat en houding: Anna's kolibrie oogt zwaarder en zit rustiger dan de andere westelijke soorten.
Leefgebied
Tuinen, parken, straatgroen en eucalyptusbosjes evenzeer als chaparral, kustruigte, open eikensavanne en rivierbos. Van alle Noord-Amerikaanse kolibries is hij het sterkst met de bewoonde wereld verweven: aangeplante bloemen en voederbuizen geven hem ook midden in de winter voedsel. Gesloten naaldbos en hooggebergte mijdt hij, al trekt hij na het broeden de lagere berghellingen op. Waar het 's nachts vriest verlaagt hij lichaamstemperatuur en stofwisseling — hij gaat in torpor — en komt hij bij het eerste licht terug aan de voederbuis.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel van de Pacifische kust en het aangrenzende binnenland, van Zuid-Brits-Columbia tot het noordwesten van Neder-Californië en oostwaarts tot Arizona. Rond 1900 lag het areaal vrijwel geheel binnen Californië en Neder-Californië; sinds de jaren dertig breidde de soort zich noordwaarts uit tot Vancouver, Washington en Oregon, en tegenwoordig tot in Zuidoost-Alaska, waar in kleine aantallen overwinterd wordt. Aangeplante uitheemse struiken en bomen, waaronder eucalyptus, en het hele jaar gevulde voederbuizen maakten dat mogelijk. In het binnenland van het zuidwesten verschijnt hij vooral buiten de broedtijd.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in de winter en het vroege voorjaar: hij broedt van december tot in maart, wanneer geen andere kolibrie in het noordwesten aanwezig is, en een zingend mannetje op een kale tak boven een tuin is dan het makkelijkste doelwit van het jaar. Ga op tien meter afstand staan en wacht tot hij zich naar de zon draait; alleen in die hoek worden kruin en keel in één keer rood.
Staat van instandhouding
Talrijk en sterk toegenomen: de broedvogeltellingen laten tussen 1966 en 2019 een stijging van ruim twee procent per jaar zien en de populatie wordt op ongeveer 9,6 miljoen vogels geschat. De soort is niet bedreigd en profiteert duidelijk van tuinen en voederbuizen. De bekendste bedreiging is de huiskat, die vooral toeslaat bij laagbloeiende tuinplanten; daarnaast maken noordelijke overwinteraars zich afhankelijk van voederbuizen die ook bij vorst gevuld en ijsvrij blijven.
Wetenschappelijke naam
Calypte anna | (Lesson, 1829)
René Lesson beschreef de soort in 1829 als Ornismya Anna; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calypte werd in 1856 ingevoerd door John Gould; de naam gaat terug op het Griekse kaluptre, 'sluier' of 'hoofdtooi', wat op de gekleurde kruin slaat. De soortnaam eert Anna Masséna, hertogin van Rivoli, echtgenote van de verzamelaar in wiens kabinet het exemplaar terechtkwam. Het beschreven exemplaar kwam uit Californië, namelijk uit San Francisco.




