Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Erckels frankolijn
Erckels frankolijn | Pternistis erckelii
Erckel's Spurfowl (Francolin) | Francolín de Erckel
Erckels frankolijn is een fors, kastanjebruin gestreept hoen dat oorspronkelijk alleen de droge hooglanden van Eritrea, Ethiopië en Soedan bewoont, maar dat sinds 1957 ook op Hawaï een vaste plek heeft. Op de droge hellingen van Hawaï-eiland is hij inmiddels een van de gewoonste grote hoenderachtigen, al wordt hij door zijn schuwe gedrag vaker gehoord dan gezien.
Geluid
De roep is een lang aanhoudend, opzwepend gekakel van vijftien tot twintig tonen dat in snelheid toeneemt tot een bijna hysterisch geluid, vaak vanaf een rotsblok of een klifrand ingezet. Groepen roepen bij het aanbreken van de dag in koor, waarbij het geluid van de ene naar de andere heuvel lijkt over te slaan. Bij verstoring klinkt een korter, schor alarmgeluid terwijl de vogels wegrennen in plaats van opvliegen. Buiten het ochtendkoor is hij overwegend stil.
Opname: Rolf A. de By — CC BY-NC-SA 4.0 · Jemma Escarpment, Ethiopia · xeno-canto
Herkenning
Een groot, stevig gebouwd hoen met een zwarte kop en snavel, een kastanjebruine kruin en nek, een witte streep achter het oog en witte oorstreken die tegen het zwart afsteken. Hals, borst en flanken zijn dicht gestreept met kastanjebruin op een donkerdere ondergrond, de poten zijn geel. Mannetje en vrouwtje lijken sterk op elkaar, al is het mannetje iets groter en zwaarder. Jonge vogels zijn doffer en minder scherp getekend. Door zijn omvang — beduidend groter dan een fazant-vrouwtje — en zijn gewoonte om over open grond te lopen, valt hij op zodra hij over open grond loopt, maar meestal blijft hij in dekking.
Verwarringssoorten
Op Hawaï is de grijze frankolijn de andere veelvoorkomende hoenderachtige van open terrein, maar die is veel kleiner, effen grijsbruin geschubd en mist de zwarte kop en de kastanjebruine streping van Erckels frankolijn. De wilde kalkoen, die op sommige eilanden eveneens is uitgezet, is aanmerkelijk groter, met een kale, blauwrode kop en hals in plaats van een bevederde zwarte kop. De nepalfazant (Lophura leucomelanos), die dezelfde eilanden bewoont maar de vochtigere bosranden verkiest, heeft een kale rode gezichtshuid en een glanzend grijszwart verenkleed zonder de kastanjebruine streping van Erckels frankolijn.
Leefgebied
Hij zoekt droge, open tot licht begroeide hellingen: weiland, laag struweel en de rand van droog bos, meestal beneden de duizend meter. Rotsblokken en steile hellingen gebruikt hij als uitkijkpost om te roepen, maar voor voedsel foerageert hij op open, kort begroeide grond. Vochtig regenwoud en de dichte, hoge begroeiing van de vochtigere berghellingen mijdt hij. In zijn oorspronkelijke areaal in Noordoost-Afrika bewoont hij vergelijkbaar droog scrubland en boomgrensgebied tussen tweeduizend en drieënhalfduizend meter.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
In Noord-Amerika komt Erckels frankolijn uitsluitend voor op Hawaï, waar hij sinds 1957 als jachtvogel is uitgezet en zich vooral op Hawaï-eiland heeft gevestigd; kleinere aantallen leven op Maui. Zijn oorspronkelijke areaal ligt in de bergen van Eritrea, het noorden van Ethiopië en het aangrenzende noordoosten van Soedan. Hij trekt niet en verspreidt zich nauwelijks; de Hawaïaanse populatie is dan ook volledig het resultaat van de introductie en breidt zich slechts langzaam uit vanaf de plek waar hij is losgelaten.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
Zoek hem bij het eerste licht op de droge hellingen boven Kona of Waimea op Hawaï-eiland en luister naar het opzwepende koor; het is de betrouwbaarste manier om hem te vinden, want overdag houdt hij zich verscholen in laag struweel. Een auto die langzaam langs een grindweg rijdt, verrast hem vaker dan een wandelaar te voet.
Staat van instandhouding
Wereldwijd geldt de soort als niet bedreigd (LC), al is zijn oorspronkelijke Afrikaanse areaal klein en slecht gedocumenteerd. Op Hawaï is de uitgezette populatie stabiel en plaatselijk talrijk, zonder duidelijke bedreiging op korte termijn. Hij wordt er als jachtwild beschouwd, met een beperkt jachtseizoen op enkele eilanden.
Wetenschappelijke naam
Pternistis erckelii | (Rüppell, 1835)
Rüppell beschreef de soort in 1835 als Perdix Erckelii, bij de patrijzen; omdat ze sindsdien in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pternistis is Grieks van vorm en verwijst naar de spoor aan de poot die veel Afrikaanse frankolijnen dragen. De soortnaam eert Theodor Erckel, een Duitse preparateur die Rüppell op zijn expeditie naar Abessinië vergezelde en het eerste exemplaar bij het Taranta-gebergte schoot. Als typelocatie geldt het Taranta-gebergte in het huidige Eritrea.




