Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Gevlekte bosuil
Gevlekte bosuil | Strix occidentalis
Spotted Owl | Búho Moteado
De gevlekte bosuil is een donkerbruine, wit gespikkelde uil met zwarte ogen, gebonden aan oud bos in het westen van Noord-Amerika. Hij jaagt 's nachts vanaf een tak op vliegende eekhoorns en houtratten. Om hem werd in de jaren negentig de houtkap in het Amerikaanse noordwesten ingeperkt.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Ondersoorten

Geluid
Het kenmerk is een reeks van vier holle tonen waarvan de middelste twee dicht op elkaar liggen: hoe — hoe-hoe — hoeoe, diep en zuiver, bij het vrouwtje hoger dan bij het mannetje. Partners houden contact met een hol fluitje dat aan het eind omhoog gaat; uitgevlogen jongen bedelen met een schellere versie. Hij antwoordt vaak pas na een lange stilte, en waar de gestreepte bosuil zich vestigde blijven territoria soms helemaal stil.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Donkerbruin, overdekt met ronde en ovale witte vlekken op kruin, mantel, borst en buik — vlekken, geen banden of strepen. De kop is rond en zonder oorpluimen; in de bruine gezichtssluier staat een lichte X tussen de ogen. De ogen zijn donkerbruin tot zwart, de snavel geelgroen. Man en vrouw zien er gelijk uit, maar het vrouwtje is groter en hoger van stem. De vlucht is geluidloos en wendbaar, op brede ronde vleugels tussen de stammen door.
Verwarringssoorten
De gestreepte bosuil is groter en grijzer, met horizontale banden op de bovenborst en verticale strepen over de buik, waar de gevlekte bosuil overal ronde vlekken heeft. De twee leven sinds enkele decennia naast elkaar in het Amerikaanse noordwesten en paren daar ook met elkaar; hybriden dragen vlekken én banden en zijn niet altijd met zekerheid te benoemen. De Amerikaanse oehoe heeft oorpluimen en gele ogen. In Mexico is de ondersoort lucida veel bleker en grover gevlekt.
Leefgebied
Oud, gesloten naaldbos en gemengd bos met hoge dikke bomen en een gelaagd kronendak: ongekapt douglasbos in het noordwesten, gemengd naaldbos in de Sierra Nevada, dennen-eikenbos in koele canyons in het zuidwesten en Mexico. Kaalslag en jonge, gelijkjarige aanplant worden gemeden; hij heeft schaduw, oude holten en een onderlaag met houtratten nodig. Eén territorium beslaat honderden tot meer dan duizend hectare.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel van zuidwestelijk Brits-Columbia door West-Washington en Oregon tot Marin County in Californië, langs de Sierra Nevada tot Tulare County, en tot in noordelijk Neder-Californië. Een tweede, gescheiden areaal ligt in de bergen van Utah, Colorado, Arizona, New Mexico en West-Texas en loopt door de Mexicaanse Sierra Madre tot Michoacán. Hij trekt niet; jonge vogels zwerven alleen in hun eerste najaar. De omtrek van het areaal is nauwelijks kleiner geworden, maar binnen die omtrek is de vogel uit veel bossen verdwenen.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem overdag: hij slaapt laag in de schaduw van een dichte boom, vaak weken op dezelfde tak, en verraadt zich door witte uitwerpselen en braakballen eronder. Wie hem wil horen neemt het eerste uur na zonsondergang in een oud, niet gekapt bosperceel. Het afspelen van opnamen is in het grootste deel van zijn areaal verboden: het put territoriale vogels uit en lokt gestreepte bosuilen aan.
Staat van instandhouding
Beoordeeld als gevoelig (NT); Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de wereldpopulatie op ongeveer 15.000 broedvogels, en de soort verloor in vijftig jaar meer dan de helft van zijn aantal. Twee oorzaken werken samen: het verdwijnen van oudgroeibos door houtkap en de oprukkende gestreepte bosuil. De noordelijke ondersoort is sinds 1990 federaal beschermd; in Canada is de wilde populatie vrijwel verdwenen en worden sinds 2022 gekweekte vogels uitgezet. In 2024 besloot de Amerikaanse overheid tot het afschieten van gestreepte bosuilen in delen van het westelijke areaal.
Wetenschappelijke naam
Strix occidentalis | (Xántus, 1860)
János Xántus beschreef de soort in 1860 als Syrnium occidentale; omdat ze later in Strix is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Strix is het Latijnse woord voor een nachtvogel, ontleend aan het Griekse strinx, en werd door Linnaeus in 1758 als geslachtsnaam ingevoerd. occidentalis betekent 'westelijk', naar het westen van Noord-Amerika waar de vogel leeft. Het beschreven exemplaar kwam van Fort Tejon in Californië.


