Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Grays lijster

Grays lijster | Turdus grayi

Clay-colored Thrush | Zorzal pardo

Grays lijster is een egaal geelbruine lijster van tuinen, dorpen en halfopen bos, van Zuid-Texas tot Noord-Colombia. In kleur is er weinig aan te zien; de soort valt vooral op door de lange, gevarieerde zang, die in Midden-Amerika met het begin van het regenseizoen samenvalt en die in Costa Rica tot nationaal symbool werd gekozen.

Grays lijster (Turdus grayi)
Foto: Andy Morffew — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een lage, bedaarde reeks van vloeiende, aan elkaar geregen motieven, die onregelmatig herhaald worden en minutenlang kan doorgaan; hij is trager en donkerder van klank dan die van de roodborstlijster. De roep in vlucht lijkt op die van de roodborstlijster maar is schorder, en verder klinkt een nasaal, omhoog buigend wieer en een hard tjoek. In het droge seizoen, kort voor de regens, wordt het meest gezongen; de zang verschilt meetbaar tussen streken die maar een korte afstand uit elkaar liggen.

Luister: RoepXC1139800

Opname: Leander Khil — CC BY-NC-SA 4.0 · Antigua Guatemala, Antigua Guatemala, Sacatepéquez, Guatemala · xeno-canto

Herkenning

Een middelgrote lijster met een egaal bruin verenkleed, iets lichter van onderen dan van boven en het lichtst op de flanken; vogels uit vochtige streken zijn donkerder dan die uit droge. De snavel is groengeel met een donkere basis, de poten vleeskleurig, de iris roodbruin. Er is geen borstvlekking, geen oogring van betekenis en geen wit in de staart. Jonge vogels hebben vage vlekjes op rug en onderdelen en een dof gestreepte borst.

Verwarrings­soorten

De grootste kans op verwisseling is met vrouwtjes en jonge vogels van de roodborstlijster: die zijn ook dof, maar houden altijd witte hoeken in de staart, een gebroken witte oogring en een donkerder kop. De roestruglijster heeft een roestbruine mantel en oranjebruine flanken. De witkeellijster heeft een duidelijke witte keelvlek en een oranje oogring. De spotlijster is slanker, grijzer en toont wit in vleugel en staart. Waar geen ander kenmerk houvast geeft, is de combinatie van egaal geelbruin, groengele snavel en roodbruine iris doorslaggevend.

Leefgebied

Halfopen terrein met bomen en struiken: bosranden, secundair bos, galerijbos, plantages, koffietuinen, erven, dorpspleinen en stadsparken. De soort mijdt het gesloten binnenste van regenwoud en zoekt juist de randen op die door landbouw en bebouwing ontstaan. Voedsel wordt op of vlak bij de grond gezocht: regenwormen en andere ongewervelden, aangevuld met vruchten; bij vruchtdragende bomen verzamelen zich groepjes, en soms volgt hij trekkende legermieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel van Zuid-Texas door de oostelijke en zuidelijke helft van Mexico en heel Midden-Amerika tot Noord-Colombia. Ten westen en noorden van de Landengte van Tehuantepec zit hij vooral op de Atlantische helling, met een geïsoleerde populatie bij de stad Oaxaca. In Texas is hij pas sinds het einde van de twintigste eeuw broedvogel: eerst in het dal van de Beneden-Rio Grande, daarna noordwaarts langs de kust en het binnenland, met broedgevallen tot voorbij San Antonio. Buiten de broedtijd verschijnen losse vogels nog verder noordelijk in Texas.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

In Texas is de winter de beste tijd: dan verzamelen de vogels zich rond vruchtdragende bomen en waterpunten in de parken van het dal van de Beneden-Rio Grande, waar ze uit de schaduw komen om te drinken. Ga af op het geluid, want de zang draagt ver en verraadt een vogel die zelf in het bladerdek onzichtbaar blijft; controleer daarna de staart op het ontbreken van wit.

Staat van instandhouding

De IUCN rekent de soort tot niet bedreigd (LC). De populatie is groot en neemt eerder toe dan af, omdat de soort profiteert van ontbossing die gesloten bos vervangt door tuinen, weiden en bosranden; de uitbreiding in Texas past in dat beeld. In Costa Rica is de yigüirro sinds 1977 nationale vogel, waardoor de soort daar een plaats in het natuureducatiebeleid heeft.

Wetenschappelijke naam

Turdus grayi | Bonaparte, 1838

Charles Lucien Bonaparte beschreef de soort in 1838 als Turdus Grayi, naar materiaal uit Guatemala; Griscom beperkte de typelocatie in 1930 tot Alta Verapaz. De soortnaam eert de Britse ornitholoog George Robert Gray, die in de negentiende eeuw de vogelcollectie van het British Museum beheerde. Turdus is Latijn voor lijster. De Engelse en Spaanse naam verwijzen naar de leemkleurige, vaalbruine veren; in Costa Rica heet de vogel yigüirro, een naam die met het roepen om regen in verband wordt gebracht.