Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Shamalijster
Shamalijster | Copsychus malabaricus
White-rumped Shama | Shama culiblanco
De shamalijster is een Zuidoost-Aziatische vliegenvanger met een lange, wit omzoomde staart, die in de jaren dertig en veertig als kooivogel op Hawaï werd losgelaten. Hij houdt zich op in de dichte ondergroei van vochtige valleibossen op Kauaʻi en Oʻahu en verspreidde zich van daaruit naar enkele andere eilanden.
Geluid
De zang bestaat uit heldere, fluitende motieven van drie tot zeven noten, in wisselende toonhoogte en met korte pauzes ertussen; er zitten vaak nagebootste fragmenten van andere vogelsoorten in. Het geluid draagt ver door gesloten bos en is meestal het eerste teken van de vogel. Bij onrust klinkt een hard, ratelend tsjek en een dun, omhooggaand gefluit. Ludwig Koch maakte in 1889 met een shamalijster de vroegst bekende geluidsopname van een vogel.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een slanke vogel met een lange, getrapte staart die vaak omhoog wordt gehouden. Het mannetje is glanzend zwart op kop, borst en bovendelen, met een kastanjebruine buik, een witte stuit en witte buitenste staartpennen; de staart kan bijna de helft van de totale lengte uitmaken. Het vrouwtje is grijsbruin waar het mannetje zwart is, met een doffere buik en een kortere staart. Beide geslachten hebben een zwarte snavel en roze poten. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, met vlekken op de borst.
Verwarringssoorten
Op Hawaï is de soort nauwelijks te verwarren: geen andere vogel in het bos combineert die staartlengte met wit in stuit en staartzijden. De treurmaina is korter van staart, grijsbruin en heeft witte vleugelvlekken en een gele oogstreek. De rode kardinaal en de Japanse nachtegaal leven deels in hetzelfde struweel maar zijn compact en kortstaartig. Wie alleen de zang hoort, kan misleid worden door de nabootsingen; let dan op de heldere, fluitende grondtoon en de vaste motiefbouw.
Leefgebied
In het oorspronkelijke areaal dichte ondergroei van loof- en bamboebos in het laagland. Op Hawaï vochtige valleibossen en beboste bergruggen tot middelhoge ligging, met een dichte struiklaag van geïntroduceerde soorten; ook tuinen en parkbos aan de rand van bebouwing, vooral na de broedtijd. De vogel blijft laag, foerageert op de grond en in de strooisellaag op insecten, en komt zelden in de open lucht.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Van huis uit een soort van het Indische subcontinent, Nepal, Zuid-China, Indochina, het Maleisisch schiereiland, Sumatra, Borneo en omliggende eilanden. Op Kauaʻi werden rond 1931 enkele vogels uit het Himalayagebied losgelaten, op Oʻahu eind jaren dertig en in de jaren veertig ongeveer 84 vogels door de Hui Manu Society. Van daaruit bereikte de soort op eigen kracht Niʻihau, Molokaʻi en Lanaʻi, en sinds 2015 ook Maui. Op Kauaʻi piekten de aantallen in de late jaren zeventig en namen daarna af, terwijl de vogel in het hoogland van het Alakai-plateau tussen 2000 en 2012 juist sterk toenam. Buiten Hawaï is de soort ook op Taiwan ingeburgerd.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
Zoek hem op Oʻahu in de valleien achter Honolulu of op Kauaʻi langs de bospaden in het noorden, vroeg in de ochtend van maart tot augustus, als de zang op zijn hoogtepunt is. Blijf bij het geluid staan en tuur laag in de ondergroei: de witte stuit flitst op als de vogel van tak naar tak wipt, terwijl de rest van het verenkleed in de schaduw wegvalt.
Staat van instandhouding
De soort is niet bedreigd (LC). In het oorspronkelijke areaal is hij talrijk, maar wordt hij op grote schaal gevangen voor de zangvogelhandel, wat plaatselijk in Indonesië tot leegloop van bossen heeft geleid. Op Hawaï geldt hij als geïntroduceerde soort zonder beschermingsstatus; hij eet daar inheemse ongewervelden, verspreidt zaden van invasieve planten en kan concurreren met inheemse bosvogels, wat aanleiding is voor monitoring op eilanden die hij pas onlangs bereikte. Op Taiwan wordt hij als invasief aangemerkt.
Wetenschappelijke naam
Copsychus malabaricus | (Scopoli, 1786)
Giovanni Antonio Scopoli beschreef de soort in 1786 als Muscicapa malabarica, naar een exemplaar uit Mahé aan de Malabarkust dat Pierre Sonnerat had verzameld; omdat de soort later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Copsychus gaat terug op het Griekse kopsukhos, 'merel'; malabaricus betekent 'van Malabar'. De naam shama komt uit het Hindi, waar hij de vogel in het algemeen aanduidt.



