Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Grijze buizerd

Grijze buizerd | Buteo plagiatus

Gray Hawk | Aguililla gris

De grijze buizerd is een kleine, regenwolkgrijze roofvogel van tropische riviervalleien die de Verenigde Staten maar net bereikt: alleen in het zuidoosten van Arizona en de benedenloop van de Rio Grande. Met zijn lange staart en korte, brede vleugels vliegt hij eerder als een havik dan als een buizerd, in korte reeksen vleugelslagen afgewisseld met een glijvlucht.

Grijze buizerd (Buteo plagiatus)
Hoofdfoto · Foto: Dick Culbert — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

De baltsroep is een gefloten reeks van drie noten, langgerekt en klagend, die het hele broedseizoen boven de rivierbossen klinkt en die van ver door het loof draagt. Hij wordt gebruikt om het terrein te claimen, om de band tussen de partners te onderhouden en om een partner te lokken, en klinkt soms gerold, uitgesmeerd of overdreven. Daarnaast is er een korte alarmroep van één noot, die vooral het vrouwtje geeft als ze geïrriteerd of verontrust is; die roep hoor je het hele jaar. Dezelfde ene noot klinkt bij de overdracht van prooi, bij ruzie tussen mannetjes en bij bedelende jongen.

Luister: ZangXC973016

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · San Bernardino National Wildlife Refuge, Cochise County, Arizona, United States · xeno-canto

Herkenning

De volwassen vogel is licht blauwgrijs op kop, rug en vleugels, en van onderen fijn wit en grijs dwarsgebandeerd, waardoor hij op afstand egaal lichtgrijs oogt. De staart is zwart met twee tot drie brede witte banden en witte bovenstaartdekveren, die in de vlucht een witte U boven de staart vormen. De vleugels zijn kort en breed zoals bij alle buizerds, maar de staart is zo lang dat het silhouet aan een sperwerachtige doet denken; hij zweeft rond het midden van de dag met gespreide staart en vlakke vleugels. Jonge vogels zien er anders uit: donkerbruin van boven, met grove bruine vlekken op een witte onderzijde, een witte wang tussen een donkere oogstreep en een donkere baardstreep, en een staart met veel smalle bruine banden. Het vrouwtje is duidelijk zwaarder dan het mannetje — in Texas gemeten gemiddelden van 656 tegen 453 gram, zonder overlap.

Verwarrings­soorten

Jonge breedvleugelbuizerds lijken sterk op jonge grijze buizerds, maar missen het scherpe wit-zwarte gezichtspatroon met baardstreep, en volwassen breedvleugelbuizerds zijn bruin van boven, roodbruin gebandeerd van onderen en hebben één brede witte staartband in plaats van twee of drie. De roodschouderbuizerd is groter, heeft roestrode schouders, roodbruine onderdelen en een lichte halvemaan bij de vleugelpunt. Coopers sperwer heeft dezelfde lange staart en vliegstijl, maar is bruin of blauwgrijs met roodbruine dwarsbanden, heeft een kleine kop en mist de witte U boven de staart. In Mexico lijkt de wegbuizerd het meest op hem: die is bruiner, heeft een geel oog en roodbruin in de handpennen, terwijl de grijze buizerd een donker oog en egaal grijze bovendelen heeft. Zuidelijker gaat de soort over in Buteo nitidus, die er sterk op lijkt maar buiten het gidsgebied blijft.

Leefgebied

Galerijbos (bos langs rivieren) in de laagvlakte: katoenhoutbomen en wilgen langs permanente beken, met mesquitebosjes, noten-, eiken- en essenbomen ernaast. Hij jaagt vanaf een tak onder het bladerdak en heeft daarvoor gesloten kroonlagen met open ruimte eronder nodig; kale woestijn zonder bomen en hooggebergte mijdt hij. Verder zuidwaarts gebruikt hij ook doornstruweel, tropisch loofbos, savanne en bosranden langs akkers. Het verband met water is streng: waar de beek droogvalt en het rivierbos sterft, verdwijnt hij.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Van het zuidoosten van Arizona, het zuidwesten van New Mexico en de benedenloop van de Rio Grande in Texas zuidwaarts door de laaglanden van Mexico tot in het noordwesten van Costa Rica. De vogels van Arizona en New Mexico zijn zomervogels: ze arriveren in maart en verdwijnen in september en oktober; die van Zuid-Texas en Mexico blijven het hele jaar. In de late negentiende eeuw was de soort talrijk langs de rivieren van Arizona; met het verdwijnen van die rivierbossen liep het aantal terug. In de laatste decennia zijn de aantallen in zowel Arizona als Texas weer toegenomen.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in april of mei bij zonsopgang naar een beek in het zuidoosten van Arizona met hoge katoenhoutbomen en luister naar de drietonige fluit; het geluid verraadt de vogel vrijwel altijd eerder dan het oog. Zoek daarna op zithoutjes halverwege de bomen, net onder het bladerdak, waar hij lang stil zit te wachten op een hagedis. Rond het middaguur komt hij boven het rivierbos zweven, met gespreide staart en vlakke vleugels; dan is de zwart-wit gebandeerde staart met de witte U erboven het beslissende kenmerk.

Staat van instandhouding

De soort geldt als niet bedreigd (LC); Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de wereldpopulatie op twee miljoen vogels en geeft haar 8 van de 20 punten op de Continental Concern Score (de Noord-Amerikaanse zorgscore van 1 tot 20). De belangrijkste bedreiging is het verdwijnen van rivierbos: kappen van mesquite (doornige peulstruik van het zuidwesten, vormt dichte bosjes) en katoenhout langs beken, en het wegpompen van grondwater waardoor beken droogvallen. Het Amerikaanse deel van de populatie is klein, maar neemt sinds enkele decennia toe.

Wetenschappelijke naam

Buteo plagiatus | (Schlegel, 1862)

Schlegel beschreef de soort in 1862 als Asturina plagiata; omdat ze nu in het geslacht Buteo staat en dus van geslacht is verwisseld, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam komt van het Latijnse plaga, 'streep' of 'band', en betekent 'gestreept', naar de fijne dwarsbanden op de onderzijde en de brede banden in de staart. Buteo is het gewone Latijnse woord voor buizerd; Asturina is een verkleinvorm van astur, 'havik', en verwijst naar het havikachtige vliegbeeld. Het beschreven exemplaar kwam uit Veracruz in Mexico.