Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Grijze Frankolijn

Grijze Frankolijn | Ortygornis pondicerianus

Gray Francolin | Francolín Gris

De grijze frankolijn is een gedrongen, kortstaartig hoen uit Zuid-Azië, rond 1959 als jachtvogel op Hawaï uitgezet. Vanuit de eerste introducties is de soort inmiddels op de meeste hoofdeilanden gevestigd, waar hij vooral in droog laagland voorkomt. Elders in Noord-Amerika komt hij niet voor.

Grijze Frankolijn (Ortygornis pondicerianus)
Foto: Dr. Raju Kasambe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het territoriale lied is een luide, aanhoudende reeks van enkele inleidende noten gevolgd door een snel afwisselend tsjek-tsjek en een dalend, tweeledig fluittoontje, meestal 's ochtends vroeg en aan het eind van de middag vanaf een verhoging. Vaak zingt het vrouwtje mee met hoge, ijlere noten, zodat een duet ontstaat. Bij onraad klinkt een enkele, lage, schorre roep, en bij het opvliegen een luid gesnor van de vleugels.

Luister: ZangXC1166054

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · Al Marmoom DCR--Long Expo Lakes, Dubai, United Arab Emirates · xeno-canto

Herkenning

Een klein, rond hoen met een fijn grijsbruin, over het hele lichaam gestreept en gevlekt verenkleed, een roomgele tot roestkleurige keelvlek met een smalle zwarte rand, bij het mannetje het duidelijkst, en een korte, vaak omhooggehouden staart. Het vrouwtje is doffer met minder uitgesproken kastanjebruin op de kop. De poten zijn bij het mannetje voorzien van sporen. Op de grond loopt hij met korte, snelle pasjes en houdt hij het lichaam laag en horizontaal, anders dan de rechtopstaande houding van een fazant.

Verwarrings­soorten

De Californische kuifkwartel (Callipepla californica), die dezelfde eilanden bewoont, heeft een voorovergebogen zwarte kuif en een geschubde buiktekening die de grijze frankolijn beide mist. De Erckels frankolijn, eveneens op Hawaï uitgezet, is aanzienlijk groter en zwart-wit gebandeerd over het hele lichaam, met een kastanjebruine kruin. Jonge fazanten zonder lange staart zijn juist weer veel groter en langpotiger dan de grijze frankolijn.

Leefgebied

Droog laagland onder de vijfhonderd meter: struweel van kiawe (een geïntroduceerde doornstruik), kortgrasland, akkerranden en de rand van bewaterde golfterreinen en gazons. Hij vermijdt vochtig regenwoud en hooggelegen terrein volledig. In zijn oorspronkelijke areaal, van Iran tot Bangladesh, bewoont hij op dezelfde manier droge graslanden, doornstruweel en akkerland in het droge seizoen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Rond 1959 werd de grijze frankolijn als jachtvogel op Hawaï uitgezet; de soort is sindsdien gevestigd en algemeen op de meeste hoofdeilanden, in de droge, lager gelegen delen aan de lijzijde. Elders in Noord-Amerika is de soort niet met succes uitgezet. Hij trekt niet; de vogels blijven het jaar rond in hetzelfde droge terrein.

HawaïNiihauKauaiOahuLanaiMolokaiKahoolaweMauiHawaii
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de kaart van Noord-Amerika zou deze vogel een stipje linksonder zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Per eiland gemeten aan de waarnemingen van GBIF: het aantal waarnemingen van de soort gedeeld door alle vogelwaarnemingen daar, per seizoen, net als op de gewone kaart. Op Niihau en Kahoolawe wordt zo weinig gekeken dat de meting daar zwijgt en de standaardwerken het zeggen. Eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Rijd in de vroege ochtend langs een droge kustweg of een golfterrein aan de lijzijde van een van de eilanden, bijvoorbeeld bij Kona op het Big Island: het luide duet is al van ver te horen, en de vogels lopen meestal in kleine groepjes langs de wegrand, klaar om bij het minste teken van gevaar rennend te verdwijnen in plaats van op te vliegen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC). Op Hawaï is de populatie stabiel en de soort algemeen, zonder gericht beheer in welke richting dan ook.

Wetenschappelijke naam

Ortygornis pondicerianus | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Tetrao pondicerianus, bij de auerhoenders; ze is sindsdien tweemaal van geslacht gewisseld, en daarom staan auteur en jaartal tussen haakjes. Deze soort staat tegenwoordig in het geslacht Ortygornis, dat Reichenbach in 1852 invoerde uit het Grieks ortyx 'kwartel' en ornis 'vogel', maar lange tijd werd de soort tot het bredere geslacht Francolinus gerekend. pondicerianus verwijst naar Pondicherry in Zuidoost-India, de typelocatie.