Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Groefsnavelani
Groefsnavelani | Crotophaga sulcirostris
Groove-billed Ani | Garrapatero Asurcado
De groefsnavelani is een geheel zwarte, langstaartige vogel met een snavel die te groot lijkt voor zijn kop: hoog, van opzij afgeplat en met een paar fijne groeven in de bovenhelft. Hij leeft in luidruchtige groepjes die samen één nest bouwen en er samen voor zorgen; alle vrouwtjes van de groep leggen in dezelfde kom. In de Verenigde Staten komt hij niet verder dan het uiterste zuiden van Texas.
Geluid
De gewone roep is een dun, opwaarts glijdend tsjie-ho, waarvan de eerste lettergreep hoog en klaaglijk begint en de tweede weer omlaag zakt. Groepjes onderhouden daarnaast een aanhoudend gepruttel en geklok waaraan je ze eerder hoort dan ziet, want ze zitten graag verscholen in dicht struikgewas. Bij onrust klinkt een kort, hard tsjek, dat de hele groep in beweging zet. De stem draagt niet ver en valt weg tegen het geritsel van wind door droog gras.
Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · Playa del Rey wetlands, Puntarenas, Costa Rica · xeno-canto
Herkenning
Geheel zwart, met bij goed licht een paarse of groene glans over rug en vleugeldekveren. De snavel is hoog en zijdelings samengedrukt, met een sterk gebogen bovenrand en drie of vier ondiepe groeven die alleen van dichtbij te zien zijn. De lange, losse staart lijkt slecht vastgezet en wiegt bij elke landing na. Man en vrouw zien er hetzelfde uit; jonge vogels zijn doffer zwart en hebben een lagere, gladdere snavel. De vlucht is zwak en fladderend, met korte glijstukken, alsof de staart telkens moet bijkomen.
Verwarringssoorten
De kleine ani (Crotophaga ani) van Florida en de Caraïben lijkt sterk op hem, maar heeft een hogere bult op de snavelbasis zonder groeven en roept met een oplopend, nasaal gejengel in plaats van een tweelettergrepig fluitje. Op afstand wordt een ani voor een kleine kraai of een grote troepiaal aangezien; geen van beide heeft die slap nawiegende staart of die bolle snavel. In Noord-Amerika overlappen de twee ani's nauwelijks, zodat de plaats vaak al de helft van het antwoord geeft.
Leefgebied
Open en halfopen laagland met struiken: verruigde weiden, doornstruweel, akkerranden en de bosjes langs droogvallende beken. Hij zoekt een dichte, lage struiklaag om in te slapen en te nestelen, met daarnaast open grond waarop hij achter sprinkhanen aan kan lopen. Grazend vee hoort er graag bij: de anis lopen met de kudde mee en pikken de opgejaagde insecten, en soms teken van de dieren zelf. Gesloten hoogbos en kale woestijn mijdt hij, en anders dan zijn verwant blijft hij liever bij het drogere terrein.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel van het uiterste zuiden van Texas en de zuidpunt van Neder-Californië door het laagland van Mexico en Midden-Amerika, en verder zuidwaarts tot in Zuid-Amerika; op de kaart houdt dat bij Nicaragua op. In Texas is hij in de zomer veel talrijker dan in de winter, en na het broedseizoen schuift een deel van de vogels langs de Golfkust naar het noorden en oosten, ver buiten het broedgebied. In de tropen heeft het openkappen van bos hem eerder geholpen dan geschaad: waar bos plaatsmaakt voor weiland met struiken komt hij erbij.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd in de zomer langs de landwegen van het dal van de Beneden-Rio Grande en let op prikkeldraad en lage struiken bij vee: een rij zwarte vogels die met hangende staart in de ochtendzon zit op te warmen is er bijna altijd een groep van. Naderende voetstappen beantwoorden ze door één voor één naar de volgende struik te fladderen, zodat je de groep onderweg kunt tellen.
Staat van instandhouding
De wereldpopulatie wordt op ongeveer twee miljoen vogels geschat en was tussen 1966 en 2015 stabiel. In de Verenigde Staten broeden er naar schatting maar zo'n vijfduizend, allemaal in Zuid-Texas, waar hij afhankelijk is van het struweel langs de Rio Grande dat voor akkerbouw en bebouwing sterk is teruggelopen. Elders in zijn areaal is hij algemeen; wereldwijd geldt hij als niet bedreigd (LC).
Wetenschappelijke naam
Crotophaga sulcirostris | Swainson, 1827
Swainson beschreef de soort in 1827 als Crotophaga sulcirostris; omdat ze nog altijd in datzelfde geslacht staat, komen auteur en jaartal zonder haakjes. De geslachtsnaam is Grieks voor 'tekeneter', van kroton ('teek') en phagein ('eten'), naar de gewoonte om teken van vee te plukken. De soortnaam is Latijn voor 'groefsnavel', van sulcus ('groef') en rostrum ('snavel'). De beschrijving verscheen in The Philosophical Magazine; het beschreven exemplaar kwam uit Temascaltepec in Mexico.



