Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Groene reiger
Groene reiger | Butorides virescens
Green Heron | Garcita verdosa
De groene reiger is een gedrongen, kraaigrote reiger die zich schuilhoudt in dichte oeverbegroeiing en zelden ver van dekking jaagt. Van dichtbij is hij een kleurrijke verschijning met een kastanjebruine hals en een blauwgroene rug, maar van veraf oogt hij vaak enkel donker en compact. Hij is een van de weinige vogels ter wereld die actief aas gebruikt om vis te vangen.
Geluid
De alarmroep is een luid, schor kyow, meestal gegeven bij het opvliegen boven het water. Rustiger klinkt een reeks zachte kuk-geluiden, terwijl baltsende mannetjes een schor raah-rahh met wijd geopende snavel laten horen. In de vlucht klinkt soms een dof, herhaald whoem-whoem-whoem op zware vleugelslagen, en bij het naderen van het nest roept hij een zacht roo-roo naar zijn partner.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · Marais Léon-Provancher, Portneuf, Québec, Canada · xeno-canto
Herkenning
De volwassen vogel heeft een glanzend blauwgroen tot zwartig petje met een lange, ruige kuif die hij bij opwinding overeind zet, een kastanjebruine hals met een witte streep over het midden van de keel, en een blauwgrijze rug met een groenige glans. De poten zijn geel tot oranjegeel, feller gekleurd tijdens de balts, de snavel is lang, zwaar en donker met een gele ondersnavel. Jonge vogels zijn dof bruin met een dicht gestreepte hals en borst, en missen de metallieke glans van de volwassen vogel. In elke kleedvorm verraadt de gedrongen, korthalzige houding — de hals wordt bijna altijd tegen het lichaam getrokken — de soort al op afstand.
Verwarringssoorten
Jonge kwak (Nycticorax nycticorax) is aanzienlijk groter en zwaarder gebouwd, met een dikkere snavel en een grover gestreept, meer wittig gevlekt verenkleed. De Amerikaanse woudaap (Botaurus exilis) is veel kleiner en roomkleuriger, met een contrasterende zwarte kruin en lichte vleugelvelden die pas in de vlucht zichtbaar worden, en verraadt zich eerder door zijn klimgedrag in riet dan door aan de waterkant te staan. Vanuit de verte kan een groene reiger met ingetrokken hals ook voor een klein, donker watervogeltje worden aangezien, tot de dolkvormige snavel en de korte, gedrongen poten de twijfel wegnemen.
Leefgebied
De groene reiger zoekt dichte, overhangende begroeiing langs stilstaand of langzaam stromend water: oevers van vijvers en meren, moerasranden, mangrovekreken en beschutte sloten. Hij vermijdt open oevers zonder dekking en jaagt vrijwel altijd vanuit een schuilplek, roerloos wachtend of langzaam sluipend tot een prooi binnen bereik komt. In het zuiden van zijn areaal gebruikt hij ook mangrove en brakke kreken; in het binnenland is elke beschutte waterkant met struweel of overhangende takken al genoeg.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt over vrijwel het hele oosten van de Verenigde Staten, van het uiterste zuiden van Ontario en Quebec zuidwaarts, westwaarts over de Great Plains tot aan de Rocky Mountains, en afzonderlijk langs de Pacifische kust van Washington tot Neder-Californië. Florida, de Golfkust en delen van Californië en Arizona herbergen het hele jaar vogels; noordelijke en binnenlandse broedvogels trekken weg vanaf september, oostelijke populaties via Florida, de Golfkust en het Caraïbisch gebied, westelijke via Mexico, om te overwinteren van het zuiden van de Verenigde Staten tot in het noorden van Zuid-Amerika. De soort broedt ook verspreid door Midden-Amerika en het Caraïbisch gebied.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek een stille waterkant met overhangende takken in de vroege ochtend of late middag, en wacht af: de groene reiger verraadt zich vaak pas door zijn schorre kyow als hij opvliegt. Met geluk is een vogel te zien die een veertje, twijgje of insect op het water laat vallen om vis naar de oppervlakte te lokken — een van de weinige vormen van gereedschapsgebruik bij vogels.
Staat van instandhouding
De internationale Rode Lijst heeft de soort nog niet los geëvalueerd (NE): de Rode Lijst rekent hem nog tot één soort met de mangrovereiger (Butorides striata) van Zuid-Amerika en de Oude Wereld, en die gecombineerde soort staat als niet bedreigd (LC) te boek. Amerikaans broedvogelonderzoek laat tussen 1966 en 2019 een jaarlijkse afname van ongeveer 1,3 procent zien, opgeteld ruim de helft van de populatie — genoeg om de soort in de Verenigde Staten als 'gewone vogels in sterke achteruitgang' (Common Birds in Steep Decline) te bestempelen, ondanks een geschatte wereldwijde broedpopulatie van 1,2 miljoen. De belangrijkste oorzaak is het verdwijnen van moerasrand en oeverstruweel door drooglegging.
Wetenschappelijke naam
Butorides virescens | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Ardea virescens, in het toenmalige verzamelgeslacht voor reigers; omdat ze sindsdien naar een ander geslacht is overgebracht, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Blyth voerde het geslacht Butorides in 1852 in, een samentrekking van het Middelengelse butor, 'roerdomp', en het Griekse achtervoegsel -oides, 'gelijkend op' — dus 'roerdompachtige'. Het epitheton virescens is Latijn voor 'groen wordend', naar de glanzende rug. De typelocatie, aanvankelijk enkel 'Amerika', is in 1912 door Oberholser beperkt tot de kust van South Carolina.




