Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Kwak

Kwak | Nycticorax nycticorax

Black-crowned Night-Heron | Martinete común

De kwak is de meest wijdverspreide reiger ter wereld en in Noord-Amerika een gewone broedvogel van bijna elk moeras, meer en rivieroever met voldoende dekking. Zijn Nederlandse naam is, net als vergelijkbare namen in tientallen andere talen, een nabootsing van zijn roep. Overdag zit hij verscholen en roerloos in dichte begroeiing; pas bij het invallen van de schemering wordt hij actief.

Kwak (Nycticorax nycticorax)
Foto: Curzio Cavicchioli — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De kwak is een stille jager maar een luidruchtige koloniebewoner: bij het invallen van de avond en bij het verlaten van de slaapplaats klinkt een kort, hard kwok of wok, meestal in de vlucht gegeven en op grote afstand hoorbaar. In broedkolonies klinkt dat geluid constant van alle kanten door elkaar, aangevuld met schor gesis en snavelgeklapper bij nestrelaties. Alleen jagend, wat de kwak meestal is, blijft hij daarentegen stil.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1180903

Opname: Xavier Riera — CC BY-NC-SA 4.0 · Montsià (near El Poble Nou del Delta), Tarragona, Catalonia, Spain · xeno-canto

Herkenning

De volwassen kwak is een gedrongen, kortpotige reiger met een zwarte kruin en rug, lichtgrijze vleugels en onderdelen, en een rode oogkleur die in de schemering opvalt. Bij opwinding komen twee of drie lange, witte sierveren in de nek overeind. In vlucht reiken de korte poten nauwelijks voorbij de staart, wat de vogel een gedrongen silhouet geeft, anders dan de langpotige reigers om hem heen. Jonge vogels zijn bruin met grote, onregelmatige witte vlekken op de vleugels en een grof gestreepte borst, met een geel-zwarte snavel in plaats van de egaal zwarte snavel van de volwassen vogel.

Verwarrings­soorten

Jonge vogels worden verward met jonge geelkruinkwakken (Nyctanassa violacea): die staan rechter op langere poten, hebben een zwaardere snavel en fijnere, scherper afgetekende spikkels dan de grovere vlekken van een jonge kwak. De Noord-Amerikaanse roerdomp (Botaurus lentiginosus) is beduidend groter, met een streperig in plaats van gevlekt verenkleed en een spitsere snavel. De groene reiger (Butorides virescens) is veel kleiner, met een kastanjebruine hals en gele in plaats van rode ogen.

Leefgebied

De kwak gebruikt vrijwel elk type wetland: zoetwatermoeras, zoutmoeras, brakke estuaria, meren, rivieroevers en aangelegde waterpartijen zoals stuwmeren en vijvers. Overdag schuilt hij in dichte bomen of struiken direct boven of naast het water, bij voorkeur op eilanden of in moerasbos die grondroofdieren buitenhouden. Kolonies vestigen zich vaak ook in stedelijke parken en dierentuinen, zolang er water en voldoende dekking in de buurt is. Open water zonder enige oeverbegroeiing biedt hem weinig.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

De kwak broedt over vrijwel het hele Noord-Amerikaanse continent, van zuidelijk Canada tot in Midden-Amerika en het Caraïbisch gebied, overal waar geschikt moeras met dekking voorhanden is. In het zuiden — Florida, de Golfkust, Californië en Mexico — is hij het hele jaar aanwezig; noordelijke en landinwaarts broedende vogels trekken in het najaar weg naar Mexico, Midden-Amerika en het Caraïbisch gebied. Buiten dit gebied broedt de soort verder door tot in Zuid-Amerika. Van de reigers in deze gids heeft geen enkele soort een zo groot en aaneengesloten broedareaal.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek de kwak niet overdag in het open moeras maar in de schemering, wanneer groepen de slaapplaats verlaten en met een hard kwok overvliegen naar hun jachtterrein. Veel steden hebben een vaste kolonie in een park- of dierentuinvijver, vaak al generaties lang op dezelfde plek — informeer bij een lokale vogelwerkgroep naar zo'n plek voor een gegarandeerde waarneming.

Staat van instandhouding

Wereldwijd beoordeelt de IUCN de kwak als niet bedreigd (LC), en de aanpassing aan door mensen aangelegd water — van rioolwaterzuivering tot parkvijver — heeft de soort geholpen stand te houden waar natuurlijk moeras verdween. In het midden van de twintigste eeuw leed de soort, net als veel visetende vogels, onder bestrijdingsmiddelen als DDT, met dunnere eierschalen en verminderd broedsucces tot gevolg; na het verbod daarop herstelde de populatie zich. Vervuiling van het water waarin hij jaagt blijft een aandachtspunt.

Wetenschappelijke naam

Nycticorax nycticorax | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort al in 1758 als Ardea Nycticorax, naar Zuid-Europese exemplaren; sindsdien is ze naar een ander geslacht verhuisd, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. De Engelse natuuronderzoeker Thomas Forster voerde het geslacht Nycticorax in 1817 in — in hetzelfde werk waarin hij ook Egretta introduceerde. De naam is samengesteld uit het Griekse nyx, 'nacht', en korax, 'raaf', naar de nachtelijke levenswijze en de rauwe, kraaiachtige roep. De typelocatie ligt in Zuid-Europa, ver buiten het Noord-Amerikaanse areaal dat deze gids behandelt.