Alle soorten › Papegaaiachtigen › Halsbandparkieten › Halsbandparkiet

Halsbandparkiet | Psittacula krameri

Rose-ringed Parakeet | Cotorra de Kramer

De halsbandparkiet is grasgroen, slank en langgestaart, met een dieprode snavel; het volwassen mannetje draagt een zwarte kinstreep die achterlangs de hals in een rozerode ring overgaat. Het is de wijdst verspreide papegaai ter wereld: van huis uit een vogel van Afrika en Zuid-Azië, daarbuiten ingeburgerd tot in Londen en Tokio toe. In dit gebied houdt hij stand in Californië, in Zuid-Florida en op Hawaï.

Halsbandparkiet (Psittacula krameri)
Foto: Vinoth Chandar — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schel, ver dragend en tweelettergrepig kie-ak kie-ak, in de vlucht aan één stuk door herhaald en op een stille ochtend over honderden meters te horen. De klank is hoger en helderder dan het rauwe gekras van de monniksparkiet — eerder een signaal dan een schreeuw. Zittend klinkt daarnaast een zacht, snel gekwetter, waaraan een groep te horen is die verder onzichtbaar in het blad zit. Het hardst wordt er geroepen bij het aanvliegen en het opvliegen; een groep die rustig in een vruchtboom eet is bijna niet te horen.

Luister: VluchtroepXC1180800

Opname: Sam Hambly — CC BY-NC-SA 4.0 · Newcastle upon Tyne District, Tyne and Wear, England, United Kingdom · xeno-canto

Herkenning

Grasgroen, van onderen geler, met een lange trapsgewijze staart waarvan de twee middelste pennen sterk verlengd en blauwgroen zijn; die staart maakt ongeveer de helft van de vogel uit. De bovensnavel is dieprood, de ondersnavel zwartachtig — een combinatie die geen andere vrijvliegende parkiet van dit gebied heeft. Het volwassen mannetje draagt een zwarte kin- en keelstreep die als een smalle band om de hals loopt, met een rozerode zoom in de nek en een blauwgrijze waas over achterhoofd en nek. Vrouwtjes en jonge vogels missen die tekening; bij hen is hooguit een vage, iets donkerder groene schaduwring te zien, en de staart is korter. Mannetjes krijgen de ring pas in hun derde jaar, zodat een groep buiten de broedtijd voor het grootste deel vrouwtjesachtig oogt. De vlucht is pijlsnel en recht, met snelle ondiepe slagen van spitse sikkelvormige vleugels en de lange staart als een streep erachteraan.

Verwarrings­soorten

De monniksparkiet, die dezelfde steden bewoont, is korter van staart, heeft een grijze geschubde borst en een hoornkleurige snavel. De grote alexanderparkiet (Psittacula eupatria), die in klein aantal in Zuid-Florida en Zuid-Californië vrij vliegt, lijkt er sterk op maar is fors groter, heeft een zwaardere snavel en draagt een kastanjebruine vlek op de schouder. De Zuid-Amerikaanse parkieten van dezelfde buurten — roodmaskeraratinga, nandayparkiet en verwanten — hebben een bleke hoornkleurige snavel, een kortere staart en rood of zwart op de kop. Zie je alleen een silhouet, let dan op de verhouding: bij de halsbandparkiet is de staart langer dan kop en romp samen.

Leefgebied

Steden en buitenwijken met hoge bomen, palmenlanen, parken, begraafplaatsen en universiteitsterreinen; daarnaast boomgaarden, maïsvelden en erven op het platteland. Op Kauaʻi wordt overdag in landbouwgebied en langs bosranden gefoerageerd en in de stad overnacht, zodat de vogels tweemaal per dag hetzelfde traject afleggen. Bloeiende en vruchtdragende bomen zijn de spil — vijg, longan, lychee, mango, dadelpalm — en in Californië bovendien de voederplanken van de wijken. Gesloten natuurlijk bos gebruikt hij niet.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Van nature bewoont hij twee gescheiden gebieden, allebei buiten het gidsgebied: een brede band door Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot Ethiopië, en het Indiase subcontinent van Pakistan tot Sri Lanka en Myanmar. De Californische stand gaat terug op een storm van 20 december 1977, waarbij het dak van een vogelhandel in Bakersfield het begaf en twee paren vrijkwamen; in 2012 werden daar ongeveer drieduizend vogels geteld, met kleinere groepen in Los Angeles en San Diego. In Florida vliegt hij sinds het midden van de vorige eeuw in het wild, met broedgevallen in de county's Citrus, Pinellas, Miami-Dade en Collier, maar de aantallen zijn er laag gebleven. Op Kauaʻi kwam hij in de jaren zestig vrij; na een lange trage aanloop groeide het aantal snel, tot ongeveer 12.500 vogels in 2021, en ook op Oʻahu leeft een groep. Trekken doet hij niet: de vogels blijven het hele jaar in hetzelfde gebied.

HawaïNiihauKauaiOahuLanaiMolokaiKahoolaweMauiHawaii
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de kaart van Noord-Amerika zou deze vogel een stipje linksonder zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Per eiland gemeten aan de waarnemingen van GBIF: het aantal waarnemingen van de soort gedeeld door alle vogelwaarnemingen daar, per seizoen, net als op de gewone kaart. Op Niihau en Kahoolawe wordt zo weinig gekeken dat de meting daar zwijgt en de standaardwerken het zeggen. Eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Leer eerst de roep: hij is bijna altijd eerder te horen dan te zien, en groepen verplaatsen zich hoog en snel. Kijk in de vroege ochtend naar de open lucht tussen de bomen — tegen het licht zijn de lange staart en de spitse vleugels meteen te herkennen, terwijl het groen tegen blad juist wegvalt. Zoek daarna de bomen die in bloei of in de vrucht staan: daar zit hij urenlang, zwijgzaam en vaak onopgemerkt.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC), en in het oorspronkelijke gebied talrijk. De ingeburgerde groepen in dit gebied nemen toe, het snelst op Kauaʻi; daar wordt schade gemeld aan maïs, longan, lychee, mango en sinaasappel en aan de zaden van de inheemse Pritchardia-palmen, en werken staat, landbouw en terreinbeheerders sinds enkele jaren aan tellingen, proeven met beheersmaatregelen en een eilandbreed plan. In Florida zijn de aantallen sinds de eerste vestiging laag gebleven; de ondersoort die daar leeft komt uit een streek dichter bij de evenaar, wat het broedsucces mogelijk beperkt. In Californië blijft de soort vrijwel geheel binnen de bebouwde kom.

Wetenschappelijke naam

Psittacula krameri | (Scopoli, 1769)

Scopoli beschreef de soort in 1769 als Psittacus krameri, naar een vogel in de verzameling van graaf Turriani; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Psittacula werd in 1800 ingevoerd door Cuvier en is het verkleinwoord van het Latijnse psittacus, 'papegaai' — dus zoiets als 'papegaaitje'. De soortnaam eert vrijwel zeker Wilhelm Heinrich Kramer, een Duits arts en natuuronderzoeker in Oostenrijk die vier jaar voor de beschrijving was gestorven. Bij de oorspronkelijke beschrijving stond geen vindplaats; die is later op Senegal vastgelegd.