Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Heremietzanger

Heremietzanger | Setophaga occidentalis

Hermit Warbler | Reinita cabecigualda

De heremietzanger broedt in de hoge naaldbossen van de Amerikaanse westkust, van Washington tot de Sierra Nevada. Hij foerageert hoog in de kroon van douglassparren en dennen en is daardoor vaker te horen dan te zien. Waar zijn areaal in Washington en Noord-Oregon dat van Townsends zanger raakt, ontstaat een smalle zone met hybriden.

Heremietzanger (Setophaga occidentalis)
Foto: https://www.flickr.com/photos/37699157@N00 — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks van drie tot vijf ijle, hoge sieli-sieli-sieli-noten, gevolgd door twee of drie lagere, snel uitgestoten slotnoten. Het geheel klinkt dunner en minder zoemend dan de zang van Townsends zanger. De roep is een vlakke, droge tup, vaak het enige wat je van een vogel in de kroon opvangt; in de vlucht klinkt een dunne tsie. Mannetjes zingen vanaf de top van een hoge conifeer, meestal buiten zicht vanaf het pad.

Luister: ZangXC748361

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · Chapman Saddle Rd, Sierra County, California, United States · xeno-canto

Herkenning

Het broedende mannetje heeft een geheel gele kop zonder tekening, een zwarte keel die tot op de borst doorloopt en een zwarte band over kruin en nek. De rug is grijs met vage zwarte streping, de onderdelen zijn wit met grijze flankstreping, en de vleugel draagt twee witte banden. Het vrouwtje heeft een bleekgeel gezicht met een vage donkere wang en een gele oogring, en hooguit wat donker op de keel. Jonge vogels in het najaar hebben een dof geel gezicht zonder zwart; de grijze, niet olijfgroene rug blijft het houvast.

Verwarrings­soorten

Townsends zanger heeft een zwarte of donkere wangvlek die het gele gezicht in tweeën snijdt, en geel op borst en flanken; de heremietzanger heeft een effen gele kop en een witte borst. Hybriden tussen beide soorten combineren die kenmerken in elke tussenvorm en zijn in de hybridezone niet betrouwbaar op naam te brengen. De geelwangzanger heeft een zwarte oogstreep op het gele gezicht en broedt uitsluitend in Texas. De gele zwartkeelzanger heeft een olijfgroene rug en een geelgroen waas over de kop.

Leefgebied

Hoog, gesloten naaldbos van de bergen en de westkust: douglasspar, reuzenzilverspar, sitkaspar, sequoia en, hogerop, suikerden, lodgepoledennen en jeffreyden. Hij houdt vooral van oude opstanden met hoge kronen en gebruikt jonge aanplant nauwelijks. Op doortrek is hij minder kieskeurig en komt hij in eikenbos, woestijnoases, stadsparken en tuinen. In de winter zit hij in dennen-eikenbos van de Mexicaanse en Midden-Amerikaanse bergen, ruwweg tussen 1200 en 3300 meter.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het broedgebied loopt van West-Washington door Oregon tot in Californië, met een uitloper zuidwaarts langs de Sierra Nevada en de kustbergen; in het uiterste zuidwesten van Brits-Columbia is de soort schaars. De vogels arriveren in april en mei en trekken van juli tot september weer weg, deels via de bergen van Arizona en New Mexico. Het overwinteringsgebied ligt in de hooglanden van West- en Zuid-Mexico en in Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua. Een klein aantal blijft in de winter aan de kust van Zuid-Californië.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in mei en juni op de bergpaden van de Cascades, de Siskiyou Mountains of de westelijke Sierra Nevada, en ga af op de zang: zonder die dunne, hoge reeks vind je een vogel in een veertig meter hoge douglasspar zelden. Doortrekkers zijn in augustus in laaggelegen oases en tuinen ook op ooghoogte te zien. Let bij elke waarneming op de rugkleur — grijs bij de heremietzanger, olijf bij de gele zwartkeelzanger.

Staat van instandhouding

De IUCN classificeert de soort als niet bedreigd (LC) en Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de broedpopulatie op ongeveer 2,5 miljoen vogels, met een over het geheel stabiele trend. De belangrijkste druk is houtkap in oud naaldbos aan beide uiteinden van de trekweg, en verlies van dennen-eikenbos in het overwinteringsgebied. In de hybridezone breidt Townsends zanger zich uit, die minder aan oud bos gebonden is; enkele onderzoekers gaan ervan uit dat daardoor terrein verloren gaat dat eerder alleen door de heremietzanger werd bezet.

Wetenschappelijke naam

Setophaga occidentalis | (Townsend, 1837)

John Kirk Townsend beschreef de soort in 1837 als Sylvia occidentalis; omdat ze later in Setophaga is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam occidentalis is Latijn voor 'westelijk', naar het areaal aan de westzijde van het werelddeel. Het type-exemplaar kwam uit de bossen langs de Columbia, bij het huidige Fort Vancouver in Washington. De Nederlandse en Engelse naam verwijzen naar het verborgen leven hoog in de kroon; het geslacht Setophaga betekent 'mottenetend'.