Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Kauaikruiper
Kauaikruiper | Oreomystis bairdi
ʻAkikiki | ʻAkikiki de Kauaʻi
De kauaikruiper is een klein, grijs-wit honingkruipertje dat als een boomklever langs de stammen van ʻohiʻa-bomen omhoog en omlaag loopt. Hij komt alleen voor op Kauaʻi en is van alle Hawaïaanse vogels de soort waarvan het uitsterven in het wild zich het snelst heeft voltrokken: in 2019 waren het er nog tientallen, in het najaar van 2025 verdween het laatste bekende wilde exemplaar.
Geluid
De contactroep is een korte, hoge wiet of wit, vaak in tweeën herhaald en meestal het eerste wat je van de vogel merkt. De zang in het broedseizoen is een dalende triller van enkele seconden, dunner en vlakker dan die van de Kauaʻi-ʻamakihi. Jonge vogels laten een stotterende reeks tsjit-notities horen, vooral als ze om voer bedelen bij de ouders. Het geluid draagt slecht door het natte kroondak van het Alakai-plateau.
Opname: Patrick Blake — CC BY-NC-SA 4.0 · Alaka'i Wilderness Preserve, Halepa'akai Stream, Kauai, Hawaii, United States · xeno-canto
Herkenning
Van boven effen grijs, van onderen wit, zonder streping of vleugelstrepen. Snavel en poten zijn roze, de snavel is kort en licht naar beneden gebogen. De staart is kort, waardoor de vogel gedrongen oogt. Boven het oog staat vaak een bleke wenkbrauwstreep, die jaren kan blijven zitten. Jonge vogels hebben een brede witte oogring die als een bril om het oog ligt. Beide geslachten zien er gelijk uit. Hij klimt met korte rukjes over stam en dikke takken, ook kopomlaag, en peutert onder mos en schorsplaatjes naar geleedpotigen.
Verwarringssoorten
De Kauaʻi-ʻamakihi is de soort waarmee hij het vaakst wordt verward: die is geelgroen in plaats van grijs-wit, heeft een donker masker rond de snavelbasis en een duidelijk sterker gebogen snavel, en hij hangt aan bloemen en twijgen in plaats van langs de stam te lopen. De ʻanianiau is kleiner en helder geel. De Kauaʻi-ʻelepaio, ook een grijze bosvogel, houdt de staart omhoog, heeft een witte stuit en vleugelstrepen en behoort tot een andere familie. Doorslaggevend zijn de roze snavel, de korte staart en de klimbeweging langs de stam.
Leefgebied
Hooggelegen, permanent nat ʻohiʻa-regenwoud van het Alakai-plateau en Kokee State Park, boven ongeveer 1000 meter, met mos- en korstmosrijke stammen, boomvarens en aangrenzende hoogveenachtige open plekken. Subfossiele botten laten zien dat hij vroeger ook in droog bos op zeeniveau leefde. De huidige bovengrens van het areaal is geen voorkeur maar een gevolg: onder die hoogte kunnen muggen zich het hele jaar voortplanten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Endemisch op Kauaʻi. Rond 1900 kwam hij vanaf ongeveer 300 meter hoogte voor, vooral op de zuid- en westhellingen; in de jaren dertig en veertig trok het areaal zich terug tot boven 900 meter en later tot het middendeel van het Alakai-plateau. De schatting liep van ongeveer 6800 vogels in 1968–1973 naar 468 in 2012, 454 in 2018 en 45 in 2021. In juli 2024 werd de soort functioneel uitgestorven in het wild verklaard; het laatste bekende wilde vrouwtje, Pakele, werd op 29 augustus 2025 voor het laatst gezien. De resterende vogels zitten in de kweekcentra van de San Diego Zoo Wildlife Alliance op Maui en Hawaï.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
In het veld is hij niet meer te verwachten: er zijn sinds het najaar van 2025 geen wilde vogels meer bekend. Wie op het Alakai-plateau loopt, hoort en ziet nu de Kauaʻi-ʻamakihi en de ʻanianiau; let bij elke grijze, kortstaartige vogel die langs een stam klimt op de roze snavel, en meld zo'n waarneming bij het Kauaʻi Forest Bird Recovery Project.
Staat van instandhouding
De soort staat sinds 2000 als ernstig bedreigd (CR) op de Rode Lijst en is in 2010 onder de Amerikaanse Endangered Species Act (de soortenbeschermingswet) geplaatst. De hoofdoorzaak is vogelmalaria, overgebracht door de in 1826 ingevoerde huissteekmug, die door de stijgende temperatuur steeds hoger in het gebergte kan overleven; op Kauaʻi is er boven het Alakai-plateau geen koud toevluchtsgebied meer. Daarnaast spelen predatie door ratten, aantasting van het bos door varkens en geiten en concurrentie met de ingevoerde Japanse brilvogel. De kweekgroep telde ongeveer veertig vogels en plant zich moeizaam voort; terugplaatsing hangt af van muggenbestrijding met steriele mannetjes over grote oppervlakten.
Wetenschappelijke naam
Oreomystis bairdi | (Stejneger, 1887)
Stejneger beschreef de soort in 1887 als Oreomyza bairdi. Die geslachtsnaam bleek al bezet door een vliegengeslacht, en daarom verving hij hem in 1903 door Oreomystis; omdat de soort van geslacht is veranderd, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Oreomyza komt van het Griekse oros, oreos 'berg' en myzo 'zuigen', Oreomystis van datzelfde oros met mystes 'ingewijde'. De soortnaam eert Spencer Fullerton Baird, secretaris van het Smithsonian Institution. Internationaal is de Hawaïaanse naam ʻakikiki gangbaar; de Nederlandse naam kauaikruiper volgt de oudere Engelse naam Kauaʻi creeper. Het beschreven exemplaar kwam van Kauaʻi.


