Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Lilians weidespreeuw
Lilians weidespreeuw | Sturnella lilianae
Chihuahuan Meadowlark | Pradero de Lilian
Lilians weidespreeuw is de weidespreeuw van het woestijngrasland van de Chihuahuawoestijn en het Mexicaanse hoogland. Hij werd in 1930 als ondersoort van de witkaakweidespreeuw beschreven en pas in 2022 als aparte soort erkend, op grond van zang, verenkleed en genetisch onderzoek. Van de twee andere weidespreeuwen is hij in het veld vooral aan zang en aan de hoeveelheid wit in de staart te scheiden.
Geluid
De zang is een reeks van drie tot vijf dalende fluittonen, vaak ingeleid door een korte, lage notitie. De tonen zijn hoger en dunner dan bij de witkaakweidespreeuw, volgen elkaar sneller op en er zijn er meestal meer; op een sonagram zijn de verschillen even groot als die tussen wit- en geelkaakweidespreeuw. Beide geslachten geven een enkele, explosieve roep; opgewonden vogels ratelen. De zang draagt ver over kaal grasland en is in de vroege ochtend van maart tot juli het meest gebruikte kenmerk.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Zelfde bouw als de andere weidespreeuwen: gedrongen lichaam, lange spitse snavel, korte staart, gele onderdelen met een zwarte V op de borst. Hij is van alle drie de bleekste en grijste van boven; de zwarte dwarsbanden op mantel en schouders blijven los van elkaar staan in plaats van tot lange strepen samen te vloeien. De kop is wit in het gezicht, met een weinig gestreept oorveld en een scherp afgetekende donkere oogstreep. Het geel van de borst heeft vaak een okerachtige inslag. De drie buitenste staartpennen zijn vrijwel geheel wit, zodat een opvliegende vogel een brede witte staartrand toont. De ondersoort auropectoralis van West-Centraal-Mexico heeft een oranje waas over de borst.
Verwarringssoorten
De witkaakweidespreeuw zingt losse, lager gestemde, langzamer dalende fluiten en is donkerder en bruiner van boven, met dwarsbanden die op de mantel tot strepen samenlopen; zijn staart heeft een duidelijk smallere witte rand, die bij het opvliegen minder opvalt. De geelkaakweidespreeuw is meteen te scheiden op de tuimelende, gorgelende, aan het eind versnellende zang, en verder doordat het geel van de keel doorloopt in de kaakstreek — bij Lilians weidespreeuw en de witkaakweidespreeuw blijft die kaakstreek wit. Waar geelkaak- en Lilians weidespreeuw samen voorkomen in Arizona en New Mexico, is Lilians de blekere van de twee, met witter gezicht en meer wit in de staart. Vogels die zwijgen zijn vaak niet met zekerheid op naam te brengen.
Leefgebied
Droog grasland van het woestijnhoogland, tussen ruwweg 1100 en 2000 meter, met hoge, gelijkmatige, dichte grasgroei, een dikke strooisellaag en weinig kale grond. Hij verdraagt verspreide mesquite (doornige peulstruik van het zuidwesten, vormt dichte bosjes) of acacia, maar houdt het bij meer dan ongeveer vijf procent houtige bedekking voor gezien; percelen kleiner dan tien hectare worden zelden bezet. In het oostelijke deel van het Mexicaanse areaal gebruikt auropectoralis ook geïrrigeerd akkerland. Het nest is een overkoepelde graskom op de grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Standvogel van het zuidwesten van de Verenigde Staten en het noorden en westen van Mexico. In de Verenigde Staten broedt hij in het grasland van Noord- en Zuidoost-Arizona, in New Mexico en in Trans-Pecos-Texas; in Arizona ligt het areaal boven ruim duizend meter en loopt het door tot tussen Prescott en de Grand Canyon. In Mexico bezet de nominaatvorm Sonora en Chihuahua, en de ondersoort auropectoralis het west-centrale hoogland van Sinaloa, Durango, Nayarit, Zacatecas, Jalisco, Michoacán en de staat Mexico. Buiten het broedseizoen zwerft hij lokaal naar lager gelegen grasland; uit Colorado zijn enkele waarnemingen bekend.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd in april of mei bij zonsopgang door het grasland van de Sonoita Plain of het Sulphur Springs Valley in Zuidoost-Arizona en luister naar de hoge, snelle fluitreeks vanaf een hekpaal. Neem op met je telefoon als je twijfelt: een opname is achteraf beter te beoordelen dan een gehoorindruk. Let bij een opvliegende vogel op de brede witte staartranden.
Staat van instandhouding
De IUCN heeft de soort sinds de afsplitsing nog niet apart beoordeeld (NE). Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de broedpopulatie op ongeveer 3,3 miljoen vogels, waarvan zo'n 240.000 in Arizona. Het beeld verschilt per regio: in Arizona nemen de aantallen toe, terwijl in New Mexico jaarlijks meer dan vier procent en in de Chihuahuawoestijn als geheel meer dan zes procent wegvalt. Het State of the Birds-rapport van 2025 (het tweejaarlijkse Noord-Amerikaanse statusrapport) plaatste de soort op de lijst van kantelpuntsoorten die in vijftig jaar meer dan de helft van hun aantal verloren. Versnippering van grasland door bebouwing en akkerbouw, begrazing die het gras onder de tien centimeter houdt en het oprukken van mesquite en andere houtige gewassen zijn de belangrijkste knelpunten.
Wetenschappelijke naam
Sturnella lilianae | Oberholser, 1930
Oberholser beschreef de vorm in 1930 als Sturnella magna lilianae; omdat hij bij de verheffing tot soort in hetzelfde geslacht bleef, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Het geslacht Sturnella is een verkleinvorm van het Latijnse sturnus 'spreeuw'. De soortnaam lilianae is een eerbetoon aan Lilian Hanna Baldwin, echtgenote van de ornitholoog Samuel Prentiss Baldwin, die de collectie schonk waaruit het typeexemplaar afkomstig was; dat exemplaar kwam uit de Huachuca Mountains in Arizona. De Engelse naam verwijst naar de Chihuahuawoestijn, de Nederlandse naar het eerbetoon.





