Alle soorten › Stormvogelachtigen › Noordelijke stormvogeltjes › Madeirastormvogeltje
Madeirastormvogeltje | Hydrobates castro
Band-rumped Storm-Petrel | Paíño de Madeira
Het madeirastormvogeltje is een van de weinige buisneuzen die zowel in de Grote Oceaan als in de Atlantische Oceaan broedt, met kolonies van Japan tot Hawaï en van de Azoren tot de Galápagos. In de Verenigde Staten broedt hij uitsluitend hoog op de vulkanen van Hawaï, terwijl niet-broedende vogels van de Atlantische populatie 's zomers regelmatig voor de kust van North Carolina worden gezien.
Geluid
Aan de kolonie is hij strikt nachtactief en zwijgt hij zodra het licht wordt; bij heldere maan blijft hij zelfs helemaal weg om roofvogels te ontlopen. Uit de broedholen klinkt 's nachts een zacht, ratelend gesnor, met een net iets andere klank tussen de verschillende broedpopulaties - een verschil dat onderzoekers er inmiddels toe heeft gebracht te vermoeden dat achter de ene naam meerdere soorten schuilgaan. Op open zee, waar de Amerikaanse waarnemingen vrijwel allemaal vandaan komen, is hij stil.
Opname: Ben Porter — CC BY-NC-SA 4.0 · Praia, Açores, Portugal · xeno-canto
Herkenning
Het verenkleed is roetbruinzwart, met een brede, gelijkmatig witte band over de stuit die breder is dan bij vaal stormvogeltje. De staart is slechts licht gevorkt, duidelijk minder diep dan bij die soort, en de vleugels zijn relatief lang en hoekig. Mannetje, vrouwtje en juveniel zijn gelijk getekend. De vlucht is gelijkmatig: ondiepe vleugelslagen afgewisseld met stijve glijfases, in plaats van de springerige, onregelmatige vlucht van verwante soorten.
Verwarringssoorten
Vaal stormvogeltje (Hydrobates leucorhous) is de soort waarmee hij het vaakst wordt verward: die heeft een dieper gevorkte staart, een vaak in tweeën gedeelde stuitband en een springerige, onregelmatige vlucht tegenover de gelijkmatige, stijve vlucht van het madeirastormvogeltje. Het Wilsons stormvogeltje (Oceanites oceanicus) is kleiner, heeft langere poten met geel gewebde voeten die voorbij de staart uitsteken, en pattert actief met de poten op het water, iets wat het madeirastormvogeltje niet doet. Op afstand geeft vooral de vliegstijl de doorslag, eerder dan de precieze vorm van de stuitband.
Leefgebied
Buiten het broedseizoen leeft hij verspreid over open, warme tot gematigde oceaanwateren, waar hij van het oppervlak kleine inktvis, kreeftachtigen en soms aas oppikt. De Hawaïaanse broedvogels nestelen niet aan de kust maar hoog op kale, door lava gevormde berghellingen, tussen 2.000 en 3.350 meter hoogte, ver van hun voedselgebied op zee. De Atlantische populatie broedt juist op lage, rotsige eilanden; in de wateren voor North Carolina waar hij hier wordt gezien, komt hij alleen als niet-broedende zomergast voor, ver uit de kust boven de Golfstroom.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Kolonies liggen verspreid over de Azoren, Madeira (met de Desertas-eilanden als typelocatie), de Berlengas voor Portugal en de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan, en over eilanden bij Japan, Hawaï en de Galápagos in de Grote Oceaan. Binnen dit gidsgebied broedt hij uitsluitend op Hawaï, van mei tot september; de Atlantische populatie bezoekt de Golfstroom voor North Carolina in diezelfde maanden als niet-broedende doortrekker, een patroon dat pas eind jaren zeventig als regelmatig werd herkend nadat eerder losse waarnemingen als toevallig golden. Recent onderzoek naar verschillen tussen broedpopulaties op hetzelfde eiland in verschillende jaargetijden doet vermoeden dat de soort zoals nu afgebakend uit meerdere, nauwelijks te onderscheiden soorten bestaat.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Voor de kust van North Carolina is een pelagische boottocht diep in de Golfstroom tussen eind mei en eind augustus de betrouwbaarste manier om hem te zien; op ongeveer twee derde van dergelijke tochten in het seizoen wordt hij gemeld. Let op de gelijkmatige, stijve vlucht: die onderscheidt hem meteen van het onrustiger fladderende vaal stormvogeltje ernaast.
Staat van instandhouding
Wereldwijd geldt de soort als niet bedreigd (LC), met grote, vrij stabiele kolonies in de Atlantische Oceaan. De kleine Hawaïaanse broedpopulatie is echter apart kwetsbaar: sinds 2016 is ze in de Verenigde Staten wettelijk beschermd als bedreigd, vooral vanwege ingevoerde katten en ratten bij de nesten en verstoring door kunstlicht dat uitvliegende jongen desoriënteert.
Wetenschappelijke naam
Hydrobates castro | (Harcourt, 1851)
Harcourt beschreef de soort in 1851 als Thalassidroma castro, naar exemplaren van de Desertas-eilanden bij Madeira, die nog altijd de typelocatie vormen; omdat ze sindsdien in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Lange tijd stond hij in het geslacht Oceanodroma; recent moleculair onderzoek bracht hem, samen met de meeste andere noordelijke stormvogeltjes, terug in het oudere geslacht Hydrobates. Wat de soortaanduiding castro precies betekent, is niet met zekerheid vastgesteld.

