Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Mexicaanse eend

Mexicaanse eend | Anas diazi

Mexican Duck | Pato Mexicano

De Mexicaanse eend is de eend van het droge Mexicaanse hoogland: een gedrongen, effen bruine eend die in alles behalve verspreiding op een wilde-eendvrouwtje lijkt, met dezelfde blauwe, wit omzoomde vleugelspiegel. Bijna de hele wereldpopulatie leeft in Mexico, met een kleine uitloper in het zuidwesten van de Verenigde Staten; van 1973 tot 2020 gold hij als een ondersoort van de wilde eend, tot genetisch onderzoek hem weer tot eigen soort maakte.

Mexicaanse eend (Anas diazi)
Foto: Andy Reago & Chrissy McClarren — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het vrouwtje geeft het klassieke, luide kwaken van een eend, met een dalende reeks die in kracht en toonhoogte afneemt naarmate ze doorgaat — vergelijkbaar met de wilde eend, waarmee de soort ook stemgeluidlijk nauw verwant is. Het mannetje is zachter en rauwer van geluid, met een nasale kwaak die zelden ver draagt. Bij de balts wrijft het mannetje, net als de wilde eend, met de snavel langs de vleugelpennen, wat naast de stem een kort ratelend geluid geeft. In het droge seizoen, wanneer honderden vogels op dezelfde waterplas samenkomen, is het een aanhoudend koor van overlappende roepen.

Luister: VluchtroepXC1029617

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · Santa María Acuitlapilco, Tlaxcala, Tlaxcala, Mexico · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje is warm kaneelbruin met een geel-oranje snavel; het vrouwtje is doffer bruin met een oranje snavel met zwarte vlekken, nauwelijks te onderscheiden van een vrouwtjeswilde eend op afstand. Beide seksen tonen een blauwe vleugelspiegel met een witte rand aan weerszijden, hetzelfde patroon als bij de wilde eend en anders dan bij de Amerikaanse zwarte eend en de gevlekte eend. De kruin en de lijn door het oog zijn donkerder en scherper afgetekend dan bij de gevlekte eend, waarmee de soort in het uiterste zuidoosten van Texas samen voorkomt. Staart en onderstaartdekveren zijn egaler en donkerder dan bij een vrouwtjeswilde eend, die daar juist wit en getekend is. Jonge vogels zijn nog doffer en moeilijker van een wilde-eendhybride te onderscheiden.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de wilde eend is lichter en minder egaal getekend, met een witte staart en witte onderstaartdekveren die de Mexicaanse eend mist; waar de gebieden overlappen — vooral aan de rand van steden en langs irrigatiekanalen — kruisen beide soorten volop, precies het probleem dat bij de wilde eend zelf al ter sprake komt. De gevlekte eend (Anas fulvigula), waarmee de Mexicaanse eend alleen in het uiterste zuidoosten van Texas overlapt, heeft een lichtere wang, een egalere snavelkleur en een minder scherpe oogstreep, en mist de donkere kruin. Verwilderde en tamme eenden bij menselijke nederzettingen voegen in Mexico dezelfde laag verwarring toe als de wilde eend elders.

Leefgebied

Broedt in tijdelijke plassen die na de regens ontstaan, op de savannes en in het akkerland van het Mexicaanse hoogland; in het droge seizoen trekt hij naar permanent water — stuwmeren, rivieren en irrigatiekanalen — waar hij de maanden zonder regen doorbrengt. Buiten het broedseizoen is hij voor zijn voedsel sterk afhankelijk van landbouwgrond, met name velden met kikkererwten, tarwe en gerst, wat hem in Mexico de bijnaam 'pato garbancero' heeft opgeleverd. Moerasvegetatie is voor de nestplek voldoende; voor voedsel is de soort weinig kieskeurig. Hij gebruikt zowel natuurlijke als door mensen aangelegde wateren, en is daarmee minder aan ongerept gebied gebonden dan zijn zeldzaamheid doet vermoeden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Ruim acht van de tien Mexicaanse eenden leven in het binnenland van Mexico, met de kern op de Centrale Hoogvlakte — vooral Jalisco, Guanajuato, Michoacán en Aguascalientes — en een kleinere populatie op het noordelijke hoogland van Chihuahua en Durango. Vandaar loopt het areaal noordwaarts tot in het uiterste zuidoosten van Arizona, het zuiden van New Mexico, het westen van Texas en het westen van Colorado, waar de soort het hele jaar aanwezig is; incidenteel dwaalt hij verder noordwaarts tot in Utah, Wyoming, Nebraska en Montana. De soort trekt niet in de gewone zin, maar verzamelt zich in het droge seizoen op het overgebleven water, wat op waarnemingskaarten als een seizoensbeweging kan ogen. Sinds de hersplitsing van 2020 wordt zijn areaal preciezer in kaart gebracht dan toen hij nog als ondersoort van de wilde eend gold.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek hem op de Centrale Hoogvlakte van Mexico rond een stuwmeer of irrigatiekanaal in het droge seizoen, wanneer honderden vogels op hetzelfde stuk water samendrommen. In het zuidwesten van de Verenigde Staten is een rustig irrigatiekanaal of een moerasje bij een boerderij betrouwbaarder dan een stadspark, waar kruisingen met de wilde eend de kans op een zuivere vogel verkleinen. Let op de egale, donkere staart tegenover de witte staart van een vrouwtjeswilde eend — op afstand het snelste onderscheid.

Staat van instandhouding

De Mexicaanse eend gold van 1967 tot 1978 als bedreigd, tot de aantallen zich herstelden; de soort staat nu als niet bedreigd (LC) te boek en de Mexicaanse populatie wordt als vitaal beschouwd, ook al ontbreekt een recente telling sinds de hersplitsing van 2020. De belangrijkste zorg is niet langer de jacht maar de voortdurende kruising met de wilde eend, die zich steeds verder in het akkerland en de steden van Mexico vestigt; op sommige plekken draagt al een aanzienlijk deel van de populatie wilde-eendgenen. Verlies van de tijdelijke regenplassen waarin de soort broedt, door drooglegging voor de landbouw, blijft daarnaast een punt van zorg.

Wetenschappelijke naam

Anas diazi | Ridgway, 1886

Ridgway beschreef de soort in 1886 rechtstreeks als Anas diazi, in hetzelfde geslacht waarin ze nu nog staat, en dus staan auteur en jaartal niet tussen haakjes — ook niet in de jaren dat ze als ondersoort van de wilde eend gold, van 1973 tot 2020, want dat raakte alleen de rang, niet het geslacht. De soortnaam eert de Mexicaanse ingenieur en geograaf Agustín Díaz, die destijds in Mexico veldwerk verrichtte. De typelocatie is San Ysidro, in de deelstaat Puebla.