Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Amerikaanse zwarte eend

Amerikaanse zwarte eend | Anas rubripes

American Black Duck | Pato negro americano

De Amerikaanse zwarte eend is de donkere eend van de moerassen en kustwateren in het noordoosten: mannetje en vrouwtje zijn er, anders dan bij de meeste verwanten, vrijwel gelijk gekleurd. Hij was ooit de talrijkste eend van de Atlantische kust en is in een eeuw tijd sterk in aantal teruggelopen — niet alleen door jacht en habitatverlies, maar ook doordat hij in toenemende mate met de wilde eend (Anas platyrhynchos) kruist.

Amerikaanse zwarte eend (Anas rubripes)
Foto: Mykola Swarnyk — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het vrouwtje kwaakt luid, met een zesledige reeks die in toonhoogte daalt en de nadruk op de tweede lettergreep legt — vergelijkbaar met de wilde eend, maar iets rauwer van klank. Het mannetje is stiller en laat vooral een schorre, rietachtige rèb horen, met tijdens de balts een dun, op- en neergaand fluitje. Bij het baltsen wrijft het mannetje bovendien met de snavelpunt langs de onderkant van de vleugel, wat een kort ratelend geluid geeft dat niets met de stem te maken heeft. In gemengde groepen met wilde eenden is de roep van het vrouwtje een kenmerk om de soort op te herkennen.

Luister: VluchtroepXC1013356

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · Charlevoix (near Saint-Joseph-de-la-Rive), Capitale-Nationale, Québec, Canada · xeno-canto

Herkenning

Mannetje en vrouwtje verschillen nauwelijks: beide zijn donker chocoladebruin op het lijf, met een lichter, fijn gestreept grijsbruin gezicht en een donkere kruin. Het mannetje heeft een effen olijfgele snavel, het vrouwtje een doffere, groenzwart gevlekte. In vlucht valt de scherpe tegenstelling op tussen het donkere lijf en de witte onderkant van de vleugels, feller wit dan bij de wilde eend. De vleugelspiegel is paars zonder de witte rand die de wilde eend wel heeft. De poten zijn koraalrood, feller dan bij enige verwante soort. Jonge vogels lijken op de volwassen vogel maar zijn vager getekend in het gezicht.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de wilde eend is lichter van lijf, met een oranje-met-zwarte snavel en een blauwe, wit omzoomde vleugelspiegel in plaats van de paarse, onomzoomde spiegel van de Amerikaanse zwarte eend; waar de gebieden overlappen kruisen beide soorten volop, en de nakomelingen zijn vaak niet met zekerheid op naam te brengen — hetzelfde probleem dat bij de wilde eend zelf al genoemd wordt. De gevlekte eend (Anas fulvigula) is lichter van kleur, met een effener, ongestreept gezicht en een zwarte vlek bij de snavelbasis die de Amerikaanse zwarte eend mist; de twee soorten overlappen nauwelijks. Het vrouwtje van de krakeend is eveneens lichtbruin maar slanker gebouwd, met een dunne oranje-met-zwarte snavel en een klein wit vlekje aan de vleugel dat de Amerikaanse zwarte eend mist. Vrouwtjes van brilzee-eend en Amerikaanse zwarte zee-eend lijken van afstand op een donkere eend, maar liggen lager in het water en missen de lichte kop en de witte ondervleugel in de vlucht.

Leefgebied

Broedt in bosrijk, koud water: bevervijvers, met elzenstruweel omzoomde beken, ondiepe meren met riet en zegge, en zure veenmoerassen — schuwer voor open, door mensen aangelegd water dan de wilde eend. Buiten het broedseizoen verschuift hij naar de kust: brakke moerassen langs baaien, overstroomde landbouwmoerassen, estuaria en rivierdelta's. Hij mijdt sterk vervuild water en open water zonder dekking langs de oever. In de kustmoerassen van de winter mengt hij zich vaak met wilde eenden en zee-eenden op dezelfde slikken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedt van het noordoosten van Saskatchewan via Manitoba, Ontario en Quebec tot Newfoundland en Labrador, en zuidwaarts door de Grote Meren en de Appalachen tot de Atlantische kust van North Carolina. Overwintert vooral langs de Atlantische kust, met de kern van de winterpopulatie tussen New England en South Carolina; in de Grote Meren en het noordoosten blijft een deel van de vogels het hele jaar. Rond het midden van de twintigste eeuw was de soort nog de talrijkste eend van het oosten; sindsdien is de Amerikaanse populatie met ruim tachtig procent afgenomen, terwijl de Canadese stand vergelijkenderwijs stabiel bleef. De opmars van de wilde eend in voorheen bosrijk gebied wordt als een van de oorzaken gezien, naast jacht en het verlies van moerasbos.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem in de winter in een kustmoeras of estuarium bij eb, wanneer de vogels op de drooggevallen slikranden foerageren; bij vloed verzamelen ze zich juist op open water iets verderop. Let in gemengde groepen met wilde eenden op het donkere, ongestreepte lijf en het ontbreken van een witte staartrand — de witte ondervleugel in de vlucht is op afstand het snelste kenmerk. Vroeg in de ochtend, vóór de rest van het moeras wakker wordt, draagt de dalende roep van het vrouwtje het verst.

Staat van instandhouding

De Amerikaanse zwarte eend is in de Verenigde Staten sinds het midden van de twintigste eeuw sterk in aantal afgenomen — ruwweg drie kwart minder broedvogels — terwijl de Canadese populatie vergelijkenderwijs stabiel bleef; wereldwijd broeden er nu naar schatting rond de zevenhonderdduizend. Strengere jachtregels hebben de terugval sinds de jaren tachtig afgeremd, maar niet gekeerd. De grootste bedreiging is niet langer de jacht maar de voortdurende kruising met de wilde eend, die in verstoord en stedelijk gebied beter gedijt en de zwarte eend geleidelijk verdringt en genetisch opneemt. Verlies van bosmoeras in het broedgebied blijft daarnaast een zorg.

Wetenschappelijke naam

Anas rubripes | Brewster, 1902

Brewster beschreef de vogel in 1902 als ondersoort, Anas obscura rubripes, binnen het geslacht van de inmiddels niet meer erkende 'duistere eend' Anas obscura; latere auteurs verhieven hem tot een eigen soort, Anas rubripes, zonder het geslacht te veranderen, en dus staan auteur en jaartal niet tussen haakjes. rubripes is Latijn voor 'roodpotig', van ruber, 'rood', en pes, 'poot' — naar de koraalrode poten die de soort van zijn verwanten onderscheiden. De typelocatie ligt aan de oever van Lake Umbagog in New Hampshire, waar Brewster de vogel voor het eerst beschreef.