Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Gevlekte eend

Gevlekte eend | Anas fulvigula

Mottled Duck | Pato Tejano

De gevlekte eend is de eend van de moerassen langs de Golfkust en het Floridaschiereiland: mannetje en vrouwtje zijn, net als bij de Amerikaanse zwarte eend en de Mexicaanse eend, vrijwel gelijk gekleurd, warm bruin met een gele snavel en een opvallende zwarte vlek bij de mondhoek. Twee ondersoorten verdelen het kleine areaal, één rond Florida en één langs de westelijke Golfkust tot in Mexico, en in beide gebieden is de soort de laatste decennia sterk in aantal afgenomen.

Gevlekte eend (Anas fulvigula)
Foto: Peter Wallack — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het vrouwtje geeft een luide, rauwe reeks van ongeveer zes kwaakjes die in kracht en toonhoogte dalen, vergelijkbaar met de wilde eend maar iets scherper. Tijdens het foerageren of in de vlucht laat ze bovendien een zacht, tikkend tikkitikkitikki horen. Het mannetje geeft een lage, schorre rèb, vaak herhaald, en tijdens de balts een scherp fluitje gevolgd door een grom. In de baltsperiode, die al in november begint, roept het vrouwtje daarnaast een herhaald gègège.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Beide seksen zijn rijk bruin met een lichter, okerkleurig gezicht en een donkere kruin, en een duidelijke zwarte vlek aan de basis van de snavel, bij de mondhoek. Het mannetje heeft een egaal felgele snavel, het vrouwtje een dofferde, oranje met zwart gevlekte. De vleugelspiegel is blauw, maar mist de brede witte rand die de wilde eend wel heeft. Staart en onderstaartdekveren zijn donker en egaal, zonder het wit van een vrouwtjeswilde eend. In vlucht is de vogel moeilijk te onderscheiden van de Amerikaanse zwarte eend en de Mexicaanse eend zonder goed zicht op de vlek bij de snavelbasis.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de wilde eend heeft een brede witte rand om de vleugelspiegel die de gevlekte eend mist, een oranje in plaats van gele snavel en een witte staart; waar de twee elkaar ontmoeten, vooral in Florida, kruisen ze volop en verzwakken de hybriden de zuivere populatie. De Mexicaanse eend (Anas diazi), waarmee de gevlekte eend alleen in het uiterste zuidoosten van Texas overlapt, heeft een donkerder kruin, een scherpere oogstreep en mist de lichte, okerkleurige wang; de gevlekte eend heeft bovendien lichte, V-vormige tekening op de flankveren die bij de Mexicaanse eend ontbreekt. De Amerikaanse zwarte eend is donkerder en egaler bruin en mist de zwarte vlek bij de snavelbasis; de gebieden van de twee soorten overlappen nauwelijks. Een vrouwtjesslobeend heeft een veel grotere, bredere snavel en een lichtere buik, en is daardoor bij twijfel eenvoudig uit te sluiten.

Leefgebied

Vrijwel elk ondiep zoetwatermoeras kan als broedgebied dienen — sloten, moerasjes, overstroomde rijstvelden en tijdelijk water na regen — mits er dichte, opgaande vegetatie in staat. In Florida gebruikt de soort ook stedelijke en voorstedelijke moerassen en vijvers, in het westen juist eerder rijstvelden, getijdenmoeras en prairievennen langs de kust. Buiten het broedseizoen is de vogel minder kieskeurig en verschijnt hij ook op brakke kustwateren en overstroomde landbouwgrond. Hij vermijdt open water zonder oevervegetatie en zwaar vervuilde moerassen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Twee ondersoorten, met een klein gat ertussen: de Floridaanse gevlekte eend leeft standvogelig op het schiereiland, ruwweg ten zuiden van Tampa, en dwaalt af en toe noordwaarts tot Georgia; de westelijke ondersoort bewoont de Golfkust van Alabama tot in de Mexicaanse staat Tamaulipas, met incidentele vogels tot in Veracruz buiten het broedseizoen. In de jaren zeventig en tachtig werden vogels van beide ondersoorten uitgezet in South Carolina; hun nakomelingen, van gemengde afkomst, hebben zich sindsdien via de kustvlakte van Georgia uitgebreid tot in het noordoosten van Florida. De soort trekt niet: waar hij zit, blijft hij het hele jaar. Het totale areaal is klein vergeleken met andere Noord-Amerikaanse eenden, en de twee hoofdpopulaties komen nergens van nature samen.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Zoek de Floridaanse ondersoort in een moeras of vijver, ook middenin de stad — de soort is een van de weinige eenden die zich niets van bebouwing aantrekt. Langs de westelijke Golfkust is een rijstveld in de nazomer, wanneer de oogst is binnengehaald, een betrouwbare plek. Let bij twijfel met een wilde eend op de gele in plaats van oranje snavel en de zwarte vlek bij de mondhoek, van dichtbij goed te zien.

Staat van instandhouding

De gevlekte eend is sinds 1966 met ruim zeventig procent afgenomen, een van de sterkste dalingen onder de Noord-Amerikaanse eenden, en geldt inmiddels als een soort waarvoor dringend natuurbeschermingsmaatregelen nodig zijn. Drooglegging van moeras voor landbouw en stadsuitbreiding, en de aantasting van kustmoeras, liggen aan de basis. De grootste zorg op lange termijn is echter de kruising met de uitgezette en verwilderde wilde eend: in delen van Florida draagt al zowat één op de tien vogels wilde-eendgenen, en zonder ingrijpen dreigt de soort als herkenbare vorm te verdwijnen.

Wetenschappelijke naam

Anas fulvigula | Ridgway, 1874

Ridgway beschreef de vogel in 1874 als een variëteit, Anas obscura var. fulvigula, binnen het toenmalige geslacht van de 'duistere eend' — hetzelfde geslacht Anas waarin de soort nu nog staat, en dus staan auteur en jaartal niet tussen haakjes. fulvigula is samengesteld uit het Latijnse fulvus, 'roodbruin' of 'okerkleurig', en gula, 'keel', naar de warme kleur van keel en gezicht. De typelocatie ligt aan de St. John's River in Florida.