Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Raaf

Raaf | Corvus corax

Northern Raven | Cuervo grande

De raaf is de grootste zangvogel ter wereld en met afstand de zwaarste: volwassen vogels wegen zevenhonderd gram tot ruim twee kilo. Hij bewoont het hele noordelijk halfrond, van de arctische kust tot de Mexicaanse hoogvlakte en van zeeniveau tot boven de zesduizend meter in de Himalaya.

Raaf (Corvus corax)
Foto: USFWSAlaska — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Het stemgeluid is het meest gevarieerde van alle Noord-Amerikaanse kraaiachtigen: onderzoekers onderscheiden vijftien tot dertig categorieën. De bekendste is een diep, resonerend prok-prok dat over kilometers draagt. Daarnaast komen een metalig klokkend tok, een hoge nasale jank, gekrijs, gemompel en imitaties van andere geluiden voor; in gevangenschap worden ook menselijke woorden nagedaan. Naast de stem produceert de vogel niet-vocale geluiden: snavelgeklap en een hoorbaar vleugelsuizen bij de duikvlucht. Wie een groep zwarte vogels hoort met steeds wisselende toonhoogte, heeft vrijwel zeker raven voor zich; woestijnraven herhalen juist steeds dezelfde roep.

Luister: VluchtroepXC1099362

Opname: Romuald Mikusek — CC BY-NC-SA 4.0 · Karlow, Stolowe Mts. National Park, kłodzki, Województwo dolnośląskie, Poland · xeno-canto

Herkenning

Geheel zwart met een sterke glans. Het formaat alleen al is beslissend: met 54 tot 67 centimeter lengte en een vleugelspanwijdte van ruim een meter tot anderhalve meter is hij aanzienlijk groter dan elke kraai. De snavel is zwaar, hoog aan de basis en aan het eind gebogen; de keelveren zijn lang en losgerafeld en staan bij het roepen op. In vlucht is de staart duidelijk wigvormig, de vleugels lang en smal met gespreide vingers aan het eind. Hij zweeft en glijdt veel, maakt rollen en duikvluchten in het baltsseizoen, en slaat langzamer door dan een kraai.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse kraai is kleiner, heeft een recht afgesneden staart, een kortere en rechtere snavel, gladde keelveren en een helder kaa-kaa; hij zweeft vrijwel nooit en klapwiekt bijna onafgebroken. De woestijnraaf is een tussenformaat, met kortere snavel, minder uitgesproken wigstaart, kortere keelveren en een hoge, nasale, eentonige roep; hij zit in het droge laagland en gaat in troepen, terwijl raven meestal in paren of kleine groepen zijn. Bij een enkele zwarte vogel op afstand is de staartvorm in vlucht het bruikbaarste kenmerk: wig tegenover waaier.

Leefgebied

Vrijwel alles behalve gesloten tropisch laagland: naaldbos, loofbos, toendra, rotskusten, zeekliffen, woestijn, sagebrush (grijsgroen alsemstruweel van het droge westelijke binnenland), alpiene hellingen, chaparral (dicht, hardbladig struweel van het Californische mediterrane klimaat) en steeds vaker landbouwgebied, snelwegbermen en de randen van steden. Het nest, gebouwd door het vrouwtje uit takken tot een meter lang en gevoerd met wol, bast en haar, staat op een rotsrichel, in een hoge boom of op een kunstwerk. Legsel drie tot zeven eieren. Het voedsel is uitgesproken breed: aas, ongewervelden, kleine zoogdieren, eieren en nestjongen, vis, graan, bessen en afval.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

In Noord-Amerika standvogel van Alaska en heel Canada, inclusief Groenland en het hoge noorden, door het westen van de Verenigde Staten tot in Mexico en, via de bergen van Guatemala en Honduras, tot in Nicaragua. In het oosten van de Verenigde Staten volgt het areaal de Appalachen en het gebied rond de Grote Meren. Uit de oostelijke laaglanden was de soort in de negentiende eeuw grotendeels verdwenen door vervolging; sinds ongeveer 1980 keert hij daar terug en broedt hij weer in staten waar hij een eeuw lang ontbrak. In de meeste gebieden trekt de soort niet; jonge vogels zwerven wel over grote afstanden.

  • Jaarrond
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Let op de staart zodra de vogel opvliegt; de wigvorm is ook op afstand en tegen het licht te zien, terwijl kleur en formaat dan niets meer zeggen. Een tweede bruikbaar signaal is de vlieghouding: raven zweven met stille vleugels waar kraaien blijven doorslaan. In het broedseizoen, van februari tot april, zijn de rolvluchten van paren boven kliffen en bergruggen de snelste manier om ze te vinden.

Staat van instandhouding

De IUCN rekent de soort tot niet bedreigd (LC); de wereldpopulatie wordt geschat op ongeveer 29 miljoen vogels en de Noord-Amerikaanse aantallen zijn sinds 1966 toegenomen. Die toename hangt samen met menselijke voedselbronnen: vuilstorten, wegbermen met aanrijdingen, veehouderij en nestgelegenheid op masten in verder boomloze streken. In de Mojave en het Grote Bekken heeft de toename gevolgen voor andere soorten: raven plunderen daar nesten van onder meer de woestijnschildpad en het waaierhoen, waarop lokaal beheer wordt uitgevoerd om hun aantallen terug te brengen. Vergiftiging en afschot, eeuwenlang de belangrijkste sterfteoorzaak, zijn in grote delen van het areaal sterk afgenomen.

Wetenschappelijke naam

Corvus corax | Linnaeus, 1758

Linnaeus nam de soort in 1758 op in de tiende editie van de Systema Naturae als Corvus Corax, met Europa als typegebied; Hartert beperkte dat in 1903 tot Zweden. Omdat de soort de typesoort van Corvus is en dus nooit verplaatst kon worden, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Corvus is het gewone Latijnse woord voor raaf of kraai en corax de Griekse tegenhanger korax; de wetenschappelijke naam betekent dus tweemaal hetzelfde. Het Nederlandse woord raaf, het Engelse raven en het Duitse Rabe gaan alle terug op een Germaanse stam die vermoedelijk de roep nabootst.