Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Amerikaanse kraai
Amerikaanse kraai | Corvus brachyrhynchos
American Crow | Cuervo americano
De Amerikaanse kraai is de gewone zwarte kraai van bijna het hele vasteland ten zuiden van de boomgrens: van strand en akker tot stadscentrum. In de winter verzamelen kraaien zich in gezamenlijke slaapplaatsen die van enkele honderden tot twee miljoen vogels kunnen tellen, en sommige van die plaatsen zijn al meer dan honderd jaar in gebruik.
Geluid
Het hoofdgeluid is een hard, helder kaa-kaa-kaa, meestal in reeksen van drie tot vijf en vaak met een knik van de kop bij elke noot. Daarnaast klinken een ratelend geknars, een klokkend koh en, bij nesten en bij de slaapplaats, allerlei zachte klanken. Jonge vogels bedelen met een nasaal, langgerekt geluid dat naar de visraaf toe kan lijken. Alarm bij een uil of havik is een aanhoudend, steeds herhaald kraaien waar tientallen vogels op afkomen: dat mobben is een van de betrouwbaarste manieren om roofvogels op te sporen.
Opname: Rachel Thurman — CC BY 4.0 · Dimond Park (near Juneau), Juneau City and Borough, Alaska, United States · xeno-canto
Herkenning
Geheel zwart, inclusief snavel en poten, met een blauwe tot paarse glans bij goed licht. Het formaat ligt tussen 40 en 53 centimeter, de spanwijdte tussen 85 en 100 centimeter. De snavel is recht en betrekkelijk kort, de keelveren liggen glad, en de staart is aan het eind recht afgesneden en licht afgerond. In vlucht valt de slag op: gelijkmatig, methodisch doorslaan, zelden onderbroken door glijden of zweven.
Verwarringssoorten
De raaf is fors groter, heeft een zware gebogen snavel, opstaande keelveren en in vlucht een wigvormige staart; hij zweeft lang en roept diep en gevarieerd. De woestijnraaf is een tussenformaat, met een licht wigvormige staart en een ruwe, nasale roep. De visraaf van het zuidoosten en de oostkust is nauwelijks kleiner en alleen op geluid zeker te scheiden: die roept een nasaal, tweelettergrepig uh-uh en zet daarbij de keelveren op, terwijl de Amerikaanse kraai een helder kaa geeft. De noordwestelijke kraai van de kust van Brits-Columbia en Washington wordt sinds 2020 niet meer als aparte soort erkend en telt nu als onderdeel van deze soort.
Leefgebied
Vrijwel alle landschappen behalve toendra en de zandwoestijnen van het zuidwesten: open bos en bosranden, akkerland, weilanden, oeverbos, stranden, parken, begraafplaatsen, sportvelden, campings, parkeerterreinen en stadscentra. Het nest staat hoog in een boom, vaak in een naaldboom. Jonge kraaien broeden pas op hun tweede tot vierde jaar en helpen tot die tijd meestal bij het grootbrengen van de jongen van hun ouders; een familie kan tot vijftien vogels tellen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Van kust tot kust in de Verenigde Staten en door het zuiden van Canada, met broedgebied tot in de zuidelijke Northwest Territories. Ontbreekt grotendeels in de woestijnen van het zuidwesten en bereikt Mexico alleen in het uiterste noordwesten van Neder-Californië. De vogels in de Verenigde Staten zijn overwegend standvogel; de Canadese populaties trekken in de herfst zuidwaarts, waardoor de aantallen in de noordelijke staten in de winter juist toenemen. Slaapplaatsen worden 's winters over afstanden tot vijftig kilometer aangevlogen.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Wil je kraai en raaf leren scheiden, kijk dan naar de staart in vlucht en naar de vleugelslag, niet naar de kleur: doorslaan met een waaierstaart is kraai, zweven met een wigstaart is raaf. Voor de slaapplaatsen is het laatste uur voor zonsondergang van november tot februari het moment; de aanvliegroutes zijn dan uren van tevoren als lange linten aan de hemel te volgen.
Staat van instandhouding
De IUCN classificeert de soort, ook in de huidige taxonomische afbakening, als niet bedreigd (LC), met een geschat bestand van ongeveer 31 miljoen vogels rond 2012. Sinds de introductie van het westnijlvirus in Noord-Amerika in 1999 is de soort hard getroffen: in getroffen gebieden stierf in één seizoen tot 72 procent van de vogels, en de landelijke aantallen liepen met ongeveer 45 procent terug. Sindsdien is een deel van dat verlies weer goedgemaakt. Daarnaast wordt in verschillende staten op de soort gejaagd en worden grote slaapplaatsen in steden actief verjaagd wegens overlast.
Wetenschappelijke naam
Corvus brachyrhynchos | Brehm, 1822
Christian Ludwig Brehm beschreef de soort in 1822; Howell beperkte het typegebied in 1913 tot de omgeving van Boston in Massachusetts. Omdat de soort in Corvus is gebleven, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Brachyrhynchos komt van het Griekse brakhus 'kort' en rhunkhos 'snavel' en betekent dus 'kortsnavelig' — kort namelijk in vergelijking met de raaf, waarmee Brehm de vogel naast elkaar legde. De Nederlandse, Engelse en Spaanse naam verwijzen alle naar het werelddeel.






