Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Ringsnaveleend

Ringsnaveleend | Aythya collaris

Ring-necked Duck | Porrón acollarado

De ringsnaveleend is een compacte duikeend die zijn naam dankt aan een kastanjebruine halsband die in het veld vrijwel nooit te zien is; de brede witte ring om de snavel, die wél opvalt, komt in de naam niet terug. Hij broedt op zure, ondiepe veenwateren in het boreale naaldwoud en trekt in het najaar in grote aantallen naar de wildrijstmeren van Minnesota, voor hij zuidwaarts verder trekt.

Ringsnaveleend (Aythya collaris)
Foto: Becky Matsubara — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De ringsnaveleend is een stille eend: buiten het broedseizoen laat hij zich zelden horen. Beide seksen brengen een reeks korte, hoge, schrapende blaf- of gromgeluidjes voort, en het vrouwtje voegt daar een hoog piepend geluid aan toe. De balts begint al in de winter en loopt door tijdens de voorjaarstrek, wanneer de paren zich vormen. Op de rustplaatsen buiten het broedseizoen, waar hij vaak in dichte groepen zit, blijft het meestal stil.

Luister: VluchtroepXC1013388

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · Charlevoix (near Saint-Joseph-de-la-Rive), Capitale-Nationale, Québec, Canada · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje is in prachtkleed vrijwel zwart op kop, borst, voor- en achterlijf en rug, met grijze flanken en een scherp afgetekende witte wig op de schouder; de kastanjebruine halsband is alleen van dichtbij en in goed licht te zien. Kenmerkend is het silhouet: een aflopend voorhoofd met een spits omhooglopende achterkruin. De grijze snavel draagt een brede witte band vlak voor de zwarte punt. Het vrouwtje is egaal bruin met een lichtere wang, een witte vlek bij de snavelbasis en een duidelijke witte oogring. In de vlucht toont de soort een grijze, geen witte, vleugelstreep, en oogt hij met zijn grote kop, dunne hals en korte romp compacter dan de meeste andere duikeenden.

Verwarrings­soorten

Op het water wordt de ringsnaveleend het vaakst verward met de kleine topper (Aythya affinis), die ongeveer even groot is; de spitse, naar achteren gerichte kruin en de witte snavelband van de ringsnaveleend onderscheiden hem, en in de vlucht is zijn vleugelstreep grijs waar die van beide toppers wit is. Het vrouwtje lijkt ook op de Amerikaanse tafeleend (Aythya americana), maar die is groter, met een egaal grijze snavel zonder witte band en zonder de scherpe witte oogring. Een mannetje Amerikaanse tafeleend heeft bovendien een rond, niet gepiekt profiel.

Leefgebied

Als broedvogel zoekt hij ondiepe, vaak zure veenplassen en moerassige meren in het naaldwoud, met een dichte rand van zegge en andere oevervegetatie om zijn nest in te verbergen. Buiten het broedseizoen is hij juist de duikeend van het kleine water: bevervijvers, ondiepe meertjes, moerassige randen van rivieren, veedrinkpoelen en zelfs blank staand bouwland trekken hem aan, terwijl hij grote open meren en zoute baaien, waar toppers en tafeleenden zich thuis voelen, veel minder gebruikt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Hij broedt over vrijwel het hele boreale Noord-Amerika, van Alaska door Canada tot Newfoundland, met een uitloper zuidwaarts in de noordelijke staten rond de Grote Meren en in de bergen van het noordwesten. In het najaar verzamelen zich soms enkele honderdduizenden vogels op de wildrijstmeren van Minnesota, voor ze doortrekken naar overwinteringsgebieden die vanaf het zuiden van de Verenigde Staten tot in Mexico, de Caraïben en Midden-Amerika liggen; kleine aantallen dwalen zelfs jaarlijks af naar West-Europa. Het areaal is weinig veranderd, al is de soort met de aanleg van bevervijvers in het oosten van zijn areaal eerder toe- dan afgenomen.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem tijdens de trek niet op het grote meer waar de toppers zitten, maar op de kleine, ondiepe wateren ernaast: een bevervijver, een boerensloot of een overstroomd akkertje is precies wat een ringsnaveleend zoekt. Let dan op de spitse achterkruin en de witte band op de snavel — bij twijfel is dat sneller te zien dan de halsband waar hij naar is vernoemd.

Staat van instandhouding

De soort staat als niet bedreigd (LC) te boek, met een grote en stabiele tot licht toenemende populatie. Hij profiteert van de aanleg van kleine wetlands en bevervijvers in zijn broedgebied. Zoals bij andere duikeenden die van ondiep water leven, is loodvergiftiging door het opeten van hagelkorrels in het verleden een risico geweest; strengere regels voor loden hagel hebben dat de laatste decennia verminderd.

Wetenschappelijke naam

Aythya collaris | (Donovan, 1809)

Donovan beschreef de soort in 1809 als Anas collaris, bij de eenden, naar een exemplaar dat niet in het veld maar op de markt van Leadenhall in Londen was gevonden — de typelocatie Lincolnshire slaat op de veronderstelde herkomst van dat vogeltje. Omdat de soort later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aythya werd in 1822 door Boie ingevoerd, naar het Oudgriekse aithuia, een zeevogel die al bij Aristoteles voorkomt maar nooit met zekerheid op een bestaande soort is te herleiden. De soortnaam collaris is Latijn voor 'met een halsband', naar de kastanjebruine ring om de hals die zijn Engelse naam Ring-necked Duck verklaart, ook al is die in het veld nauwelijks te zien.