Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Grote tafeleend
Grote tafeleend | Aythya valisineria
Canvasback | Porrón coacoxtle
De grote tafeleend is de grootste duikeend van Noord-Amerika en heeft een silhouet dat geen andere eend deelt: het voorhoofd loopt in één rechte lijn over in de lange, zwarte snavel, zonder de knik die vrijwel elke andere eend wel heeft. Het mannetje draagt een kastanjerode kop en hals, een zwarte borst en een lichtgrijs, bijna wit lichaam. Grote, dichte groepen op open water in de winter zijn voor deze soort typerend.
Geluid
De grote tafeleend is grotendeels een stille eend. Tijdens de balts laat het mannetje een zacht koerend geluid horen, en het vrouwtje antwoordt met een schor, grommend kr-kr-kr; bij het opvliegen kan ze bovendien kwaken. Niet-baltsende vogels laten een zacht, blazend geluid horen zodra een soortgenoot te dicht bij hun voedselplek komt. Buiten die momenten is de soort stil, zeker in vergelijking met de meeste andere eenden.
Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 3.0 · Taylor's Refuge, Cinnaminson, NJ, United States · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje heeft een kastanjerode kop en hals, een zwarte borst en stuit, en een lichtgrijs lichaam met zo'n fijn golvend wit lijnenpatroon dat het op afstand bijna wit oogt — de Engelse naam 'canvasback' verwijst naar die kleur van ongebleekt linnen. De ogen zijn rood. Het vrouwtje is egaal lichtbruin op kop en hals en dof grijsbruin op het lichaam, met donkere ogen. Beide geslachten delen het kenmerkende profiel: het voorhoofd loopt zonder knik over in de lange, zwarte snavel, wat de kop in silhouet een wigvormig aanzien geeft dat op water al van ver te herkennen is.
Verwarringssoorten
De tafeleend (Aythya ferina) is de dichtstbijzijnde vergelijking, al is die in Noord-Amerika zelf zeldzaam: de tafeleend heeft een ronde kop, een veel kortere snavel en een grijzer, minder wit lichaam dan de grote tafeleend. Onder de eenden die de grote tafeleend in de winter vergezellen, valt hij vooral op door het gestrekte, wigvormige profiel van kop en snavel, dat bij geen enkele andere Noord-Amerikaanse eend zo doorloopt. Van veraf op het water is dat profiel vaak het enige kenmerk dat nodig is om hem tussen honderden andere duikeenden uit te pikken.
Leefgebied
Hij broedt op ondiepe prairieplassen en diepe moerasmeren met een dichte rand van lisdodde en bies, van de Great Plains tot in het binnenland van Alaska en de riviermonden van Saskatchewan. In de winter verzamelt hij zich in duizendtallen op beschutte baaien, riviermondingen en grote meren, waar hij tot ruim twee meter diep duikt naar wortelstokken en knollen van waterplanten — van oudsher vooral waterschroef (Vallisneria americana, in het Engels wild celery), waaraan hij zijn wetenschappelijke naam dankt. Ondiep, sterk begroeid water met veel van die knollen is voor overwinterende groepen onmisbaar.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt in de prairieplassen van de noordelijke Great Plains en de zuidelijke Canadese prairieprovincies, met kleinere aantallen in het binnenland van Alaska. Overwintert verspreid over het hele zuiden van de Verenigde Staten: langs de Atlantische kust, in de Mississippi-delta, aan de Golfkust en in Californië, met kleinere aantallen tot in Noordwest-Mexico. Van oudsher gold de Chesapeake Bay als het belangrijkste overwinteringsgebied, maar door veranderingen in de onderwatervegetatie ligt het zwaartepunt inmiddels meer zuidelijk, in de moerasbossen langs de benedenloop van de Mississippi.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in de winter op grote, open baaien en meren, waar hij zich vaak in dichte, drijvende groepen met honderden vogels tegelijk ophoudt; het wigvormige profiel is dan al te zien voordat kleur of tekening iets aan het zicht toevoegt. Kies een plek met veel onderwatervegetatie: waar de grote tafeleend duikt naar wortelstokken, is de kans op grote aantallen het grootst.
Staat van instandhouding
De soort is niet bedreigd (LC). De broedpopulatie werd in 2017 op ongeveer 700.000 vogels geschat, met sinds 1966 redelijk stabiele aantallen na een tijdelijke terugval in de jaren tachtig. Verlies van broedmoeras is de belangrijkste zorg: tussen 1951 en 1981 verdween veertig procent van de prairiemoerassen in de Canadese prairieprovincies. Vervuiling en verslibbing van overwinteringswateren tasten bovendien de onderwaterplanten aan waarvan de soort in de winter afhankelijk is.
Wetenschappelijke naam
Aythya valisineria | (Wilson, 1814)
Wilson beschreef de soort in 1814 als Anas valisineria, bij de eenden; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De auteur is Alexander Wilson, de Schots-Amerikaanse ornitholoog die gold als grondlegger van de Noord-Amerikaanse vogelkunde en tientallen soorten van het continent als eerste beschreef. valisineria verwijst naar de waterschroef (Vallisneria americana), de onderwaterplant waarvan de wortelstokken de belangrijkste wintervoedselbron van de soort vormen, vooral in de Chesapeake Bay; het plantengeslacht zelf is genoemd naar de Italiaanse botanicus Antonio Vallisneri. De typelocatie ligt in het oosten van de Verenigde Staten.



