Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Tafeleend

Tafeleend | Aythya ferina

Common Pochard | Porrón europeo

De tafeleend is in deze gids een uitzondering: het is een gewone eend in Europa en Azië, maar in Noord-Amerika een zeldzame dwaler die vrijwel uitsluitend in de westelijke Aleoeten opduikt. Het mannetje heeft een ronde, kastanjebruine kop, een grijs lichaam met een zo fijn golvend lijnenpatroon dat het van veraf egaal lichtgrijs oogt, en een zwarte borst en stuit. Waar hij zich in Alaska laat zien, mengt hij zich meestal tussen groepen overwinterende duikeenden.

Tafeleend (Aythya ferina)
Foto: Иван Везенковић — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De tafeleend is een stille eend. Het mannetje laat tijdens de balts hoogstens een zacht fluitje horen, nauwelijks luider dan een zucht. Het vrouwtje reageert bij verstoring met een zacht, grommend krrr, de enige roep die de meeste waarnemers ooit van deze soort te horen krijgen. Buiten die twee geluiden is de soort in groepen doorgaans geruisloos.

Luister: VluchtroepXC1134412

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · Etang de Beauregard, France · xeno-canto

Herkenning

Het mannetje heeft een ronde, kastanjebruine kop zonder de aflopende profiellijn van de grote tafeleend, een zwarte borst en stuit, en een grijs lichaam met zo'n fijn golvend lijnenpatroon dat het van veraf egaal lichtgrijs lijkt. De snavel is grijs met een brede zwarte punt en een lichte grijze band ertussen, en de ogen zijn rood. Het vrouwtje is dof grijsbruin op kop en borst, met een vage lichte vlek rond de snavelbasis en een minder uitgesproken snaveltekening. In vlucht toont de tafeleend een grijze vleugelstreep en een gedrongen, rond silhouet.

Verwarrings­soorten

In Noord-Amerika is de belangrijkste vergelijking die met de grote tafeleend (Aythya valisineria): die is groter, heeft een duidelijk aflopend voorhoofd dat in één lijn overloopt in een lange, zwarte snavel, en een lichter, witter lichaam dan de tafeleend, wiens kop rond blijft en wiens snavel veel korter is. Het vrouwtje van de tafeleend is bovendien doffer van kleur en mist de scherpe lichte gezichtstekening die sommige andere duikeenden hebben. Omdat de soort in Noord-Amerika zo zeldzaam is, wordt elke waarneming buiten de westelijke Aleoeten in de regel zorgvuldig nagekeken voordat hij wordt aanvaard.

Leefgebied

In zijn kerngebied in Europa en Azië broedt de tafeleend op ondiepe, voedselrijke meren, trage rivieren en aangelegde wateren met veel onderwatervegetatie, waar hij voornamelijk op zaden, wortelstokken en waterplanten duikt. In de winter vormt hij grote, dichte groepen op open water, vaak samen met andere duikeenden. De enkele vogels die in Noord-Amerika opduiken, worden bijna altijd gevonden op meren en beschutte baaien in de Aleoeten, tussen soortgenoten van andere duikeenden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

In Europa en Azië broedt de tafeleend van de Britse Eilanden tot in Siberië, en overwintert hij zuidelijker, tot in Noord-Afrika en Zuidoost-Azië. In Noord-Amerika bereikt hij het gidsgebied alleen als dwaler, met de meeste waarnemingen in de westelijke Aleoeten van Alaska, waar hij in ongeveer drie van de tien jaar wordt gezien; incidentele vogels zijn ook gemeld in Brits-Columbia, Saskatchewan en Californië. Van een vaste overwintering of doortrek binnen het gidsgebied is geen sprake.

Waar en wanneer kijken

Zoek hem, als je in de westelijke Aleoeten bent, tussen groepen overwinterende duikeenden op open water; hij valt vooral op door zijn egaal grijze lichaam tussen soorten met scherpere contrasten. Buiten Alaska is de kans op een tafeleend in Noord-Amerika zo klein dat elke waarneming meteen landelijk nieuws is onder vogelaars.

Staat van instandhouding

De tafeleend staat wereldwijd te boek als kwetsbaar (VU), vooral door een scherpe afname van de grote overwinterende populatie in West-Europa: in het Verenigd Koninkrijk daalde het aantal overwinterende vogels tussen 1998 en 2023 met tweeënzeventig procent. Oorzaken zijn onder meer de achteruitgang van de waterkwaliteit, concurrentie met uitheemse vissoorten en het verdwijnen van meeuwenkolonies die de nesten van de tafeleend tegen roofdieren beschermden. In Noord-Amerika zelf is de soort te zeldzaam om van een eigen populatie te spreken.

Wetenschappelijke naam

Aythya ferina | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas ferina, bij de eenden; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aythya werd in 1822 ingevoerd door Boie, naar aithuia, een naam die Aristoteles gebruikte voor een zeevogel die niet met zekerheid is te identificeren. ferina is Latijn voor 'van wild' of 'wildbraad', een verwijzing naar de lange traditie van de tafeleend als bejaagde en gegeten eend in Europa — vandaar ook de Nederlandse naam 'tafeleend', letterlijk 'eend voor op tafel'. De typelocatie ligt in Europa, in 1761 door Linnaeus zelf beperkt tot Zweden.