Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Vlekborsttroepiaal

Vlekborsttroepiaal | Icterus pectoralis

Spot-breasted Oriole | Turpial de pecho manchado

De vlekborsttroepiaal is de enige troepiaal van Noord-Amerika met zwarte vlekken op de oranje borstzijden. Hij hoort van nature op de Pacifische helling van Midden-Amerika thuis; in dit gidsgebied leeft daarnaast een ingevoerde populatie in de voorsteden van Zuidoost-Florida, ontstaan uit ontsnapte kooivogels omstreeks 1948.

Vlekborsttroepiaal (Icterus pectoralis)
Foto: gary_leavens — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks heldere, aanzwellende en weer dalende fluittonen, vaak in korte herhaalde motieven en langgerekter dan bij andere troepialen; beide geslachten zingen en doen dat het hele jaar door, ook buiten de broedtijd. De roep is een schrapend, nasaal njèh en een hese ratel. In Florida is de zang vaak het eerste dat je van de soort opvalt, uit een mangoboom of een koningspalm in een woonwijk.

Luister: ZangXC322722

Opname: Alfonso Auerbach — CC BY-NC-SA 4.0 · El Tizatillo, near Tegucigalpa, Honduras · xeno-canto

Herkenning

Kop en nek zijn diep oranje, met een zwart masker rond snavel en oog en een zwarte keelvlek die tot op de bovenborst doorloopt. Rug en mantel zijn zwart, de stuit oranje, de staart geheel zwart. De vleugel is zwart met oranje dekveren op de schouder en brede witte randen aan de armpennen, die als een wit veld opvallen. Langs de zijkanten van de oranje borst, onder de zwarte bef, staat een rij zwarte vlekken — daarnaar is de soort genoemd. Het vrouwtje is iets doffer, jonge vogels zijn geler met een olijfbruine rug en missen zowel het zwart in het gezicht als de borstvlekken.

Verwarrings­soorten

Geen andere troepiaal in het gidsgebied heeft die zwarte vlekkenrij op de borstzijden; dat kenmerk alleen is voldoende bij volwassen vogels. De vlekrugtroepiaal heeft zwarte lengtestrepen op de rug in plaats van vlekken op de borst en is kleiner. De baltimoretroepiaal heeft een volledig zwarte kop zonder oranje wang en een oranje-zwarte staart in plaats van een geheel zwarte. Jonge vlekborsttroepialen zonder vlekken herken je in Florida aan het formaat, de zware, rechte snavel en de brede witte armpenranden.

Leefgebied

In het natuurlijke areaal droog open bos en doornstruweel met acacia en mesquite (doornige peulstruik van het zuidwesten, vormt dichte bosjes), bosranden, licht beboomde weiden, dorpen en de randen van schaduwkoffieplantages, tot ongeveer 1500 meter. In Florida is hij een vogel van oude villawijken met grote uitheemse bomen: mango, poinciana, ficus en bloeiende sierbomen, met nectar en fruit uit tuinen als belangrijke voedselbron. Het nest is een lange geweven zak van vezels en dunne wortels van epifyten, opgehangen in een takvork.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Van nature komt hij voor van Zuidwest-Mexico — Jalisco en Colima zuidwaarts over Michoacán, Guerrero, Oaxaca en Chiapas — door Guatemala, El Salvador en Honduras tot Nicaragua, vooral aan de Pacifische kant; het zuidelijke deel van het areaal ligt buiten dit gidsgebied. De Florida-populatie gaat terug op vogels die omstreeks 1948 bij Miami ontsnapten of werden losgelaten. In de jaren zeventig bezette ze zeven county's van Miami tot West Palm Beach. Strenge winters in de vroege jaren tachtig deden het aantal sterk teruglopen; daarna trad gedeeltelijk herstel op, met een kern in Miami-Dade en Broward. De soort is standvogel en trekt niet.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

In Florida is een oude woonwijk met grote bloeiende bomen de beste plek, bijvoorbeeld in Miami Shores of Coral Gables; ga op de zang af en zoek daarna de boomkruin af. In het natuurlijke areaal is hij het opvallendst in doornbos langs veewegen in de vroege ochtend. De lange hangende nestzak verraadt een bezet territorium ook als de vogels stil zijn.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie wordt op ten minste een half miljoen volwassen vogels geschat en de soort staat als niet bedreigd (LC) te boek, al wijzen de schattingen op een afname in het natuurlijke areaal door het verdwijnen van droog bos. In Florida is de populatie klein en afhankelijk van beplanting in woonwijken; koudegolven zijn daar de belangrijkste beperkende factor gebleken, en de soort geldt er als ingeburgerde exoot zonder aangetoonde gevolgen voor inheemse vogels.

Wetenschappelijke naam

Icterus pectoralis | (Wagler, 1829)

Wagler beschreef de soort in 1829 als Psarocolius pectoralis; de latere plaatsing in Icterus zet auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Icterus komt van het Griekse ikteros, de naam van een gele vogel. De soortnaam pectoralis is Latijn voor 'van de borst', van pectus 'borst', naar de zwarte vlekken op de borstzijden — hetzelfde kenmerk dat in de Nederlandse, Engelse en Spaanse naam zit. Het beschreven exemplaar kwam uit Totolapa in Oaxaca.