Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Woestijnspotlijster

Woestijnspotlijster | Toxostoma lecontei

LeConte's Thrasher | Cuitlacoche pálido

De woestijnspotlijster is de bleekste spotlijster van Noord-Amerika en leeft in de droogste, kaalste delen van de Mojave- en Sonorawoestijn, waar jaarlijks vier tot twintig centimeter regen valt. Hij is zandgrijs, vrijwel ongetekend, en rent het grootste deel van de tijd met opgeheven staart over de open grond in plaats van te vliegen.

Woestijnspotlijster (Toxostoma lecontei)
Foto: Alan Schmierer — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit langgerekte, gekwinkeleerde frasen die meerdere keren worden herhaald, zacht beginnend en daarna in volume toenemend, met rustige tussenpozen. Hij zingt vanaf een open zitplaats — de top van een creosootstruik of cholla — in de vroege ochtend of tegen de avond, soms 's nachts, en het meest van januari tot april. Ook het vrouwtje zingt. De roep is een oplopend, fluitend tsjoe-iep dat over de vlakte ver draagt.

Luister: ZangXC775889

Opname: Scott Olmstead — CC BY-NC-SA 4.0 · Southern Santa Cruz Flats, Pima County, Arizona, United States · xeno-canto

Herkenning

Zandkleurig lichtgrijs over kruin, rug en onderdelen, met een iets donkerder grijsbruine staart die tegen het bleke lichaam afsteekt, en een vaag getekende, vuilwitte keel. De borst en buik zijn effen, zonder vlekken of strepen. De onderstaartdekveren zijn kaneelkleurig. De snavel is lang, zwart en sikkelvormig gebogen, de poten zijn bijna zwart, de iris donker. Man en vrouw zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Geen andere spotlijster is zo bleek. De cactusspotlijster is bruiner, heeft een veel kortere, rechtere snavel met bleke basis, duidelijke driehoekige borstvlekken en een gele iris. De krombekspotlijster is donkerder grijsbruin met vage borstvlekken, een oranje iris en witte staartpunten. De roodbuikspotlijster is donkerder, heeft een scherp afgetekende witte keel met donkere baardstreep en een fel roodbruine onderstaart. Bij een vluchtig silhouet in de woestijn helpt het gedrag: deze soort rent en vliegt zelden, en houdt daarbij de staart omhoog.

Leefgebied

Vlakke tot licht glooiende woestijn met wijd uiteenstaande struiken en veel kale grond tussen de planten: zoutstruik, creosootstruik, cholla, mojaveyucca en de begroeiing van ondiepe geulen, alluviale waaiers en stuifzandvlakten. Canyons en steile hellingen mijdt hij, net als dicht struweel. De nesten staan in een doornige struik of cactus. In het San Joaquin-dal van Californië leeft een aparte, nog blekere vorm op alkalivlakten en saltbush-terrein (een droge westelijke steppestruik).

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Van het San Joaquin-dal en de Mojavewoestijn in Californië oostwaarts door Zuid-Nevada en de zuidwesthoek van Utah tot Centraal- en Zuidwest-Arizona, en zuidwaarts door Noordoost-Neder-Californië tot in de Vizcaínowoestijn van Neder-Californië Sur en het noordwesten van Sonora. Hij trekt niet en blijft het hele jaar in hetzelfde gebied; de dichtheden zijn overal laag en de vogels staan ver uit elkaar.

  • Jaarrond
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Ga bij het eerste licht in februari of maart naar een vlakke, schaars begroeide woestijnvlakte en luister op het oplopende fluitje; zodra de zon hoog staat, houdt de zang op en is de kans klein. Zoek op de grond tussen de struiken naar een rennende, bleke vogel met opgeheven staart — dat gedrag verraadt hem eerder dan de kleur.

Staat van instandhouding

Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de populatie op ongeveer 71.000 broedvogels. De Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) laat tussen 1968 en 2023 een afname van 2,8 procent per jaar zien, samen 80 procent; in het State of the Birds-rapport van 2025 (het tweejaarlijkse Noord-Amerikaanse statusrapport) staat de soort in de categorie met het hoogste alarmniveau, ondanks de IUCN-status niet bedreigd (LC). Habitatverlies door bebouwing, landbouw, begrazing, terreinvoertuigen en branden in door uitheemse grassen veranderde woestijn is de belangrijkste oorzaak. Doordat de soort in dunbevolkte, moeilijk begaanbare woestijn leeft, meten de standaardtellingen hem slecht.

Wetenschappelijke naam

Toxostoma lecontei | Lawrence, 1851

George Newbold Lawrence beschreef de soort in 1851 als Toxostoma Le Contei, naar een exemplaar uit Californië bij de samenvloeiing van de Gila en de Colorado, bij Fort Yuma; omdat ze sindsdien in hetzelfde geslacht is gebleven, staan auteur en jaartal zonder haakjes. De naam eert John Lawrence LeConte, entomoloog en later voorzitter van de American Association for the Advancement of Science. Het geslacht Toxostoma komt van het Griekse toxon 'boog' en stoma 'mond'. De Nederlandse en de Spaanse naam verwijzen naar respectievelijk het leefgebied en de bleke kleur.