Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Woestijnspotlijster
Woestijnspotlijster | Toxostoma lecontei
LeConte's Thrasher | Cuitlacoche pálido
De woestijnspotlijster is de bleekste spotlijster van Noord-Amerika en leeft in de droogste, kaalste delen van de Mojave- en Sonorawoestijn, waar jaarlijks vier tot twintig centimeter regen valt. Hij is zandgrijs, vrijwel ongetekend, en rent het grootste deel van de tijd met opgeheven staart over de open grond in plaats van te vliegen.
Geluid
De zang bestaat uit langgerekte, gekwinkeleerde frasen die meerdere keren worden herhaald, zacht beginnend en daarna in volume toenemend, met rustige tussenpozen. Hij zingt vanaf een open zitplaats — de top van een creosootstruik of cholla — in de vroege ochtend of tegen de avond, soms 's nachts, en het meest van januari tot april. Ook het vrouwtje zingt. De roep is een oplopend, fluitend tsjoe-iep dat over de vlakte ver draagt.
Opname: Scott Olmstead — CC BY-NC-SA 4.0 · Southern Santa Cruz Flats, Pima County, Arizona, United States · xeno-canto
Herkenning
Zandkleurig lichtgrijs over kruin, rug en onderdelen, met een iets donkerder grijsbruine staart die tegen het bleke lichaam afsteekt, en een vaag getekende, vuilwitte keel. De borst en buik zijn effen, zonder vlekken of strepen. De onderstaartdekveren zijn kaneelkleurig. De snavel is lang, zwart en sikkelvormig gebogen, de poten zijn bijna zwart, de iris donker. Man en vrouw zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Geen andere spotlijster is zo bleek. De cactusspotlijster is bruiner, heeft een veel kortere, rechtere snavel met bleke basis, duidelijke driehoekige borstvlekken en een gele iris. De krombekspotlijster is donkerder grijsbruin met vage borstvlekken, een oranje iris en witte staartpunten. De roodbuikspotlijster is donkerder, heeft een scherp afgetekende witte keel met donkere baardstreep en een fel roodbruine onderstaart. Bij een vluchtig silhouet in de woestijn helpt het gedrag: deze soort rent en vliegt zelden, en houdt daarbij de staart omhoog.
Leefgebied
Vlakke tot licht glooiende woestijn met wijd uiteenstaande struiken en veel kale grond tussen de planten: zoutstruik, creosootstruik, cholla, mojaveyucca en de begroeiing van ondiepe geulen, alluviale waaiers en stuifzandvlakten. Canyons en steile hellingen mijdt hij, net als dicht struweel. De nesten staan in een doornige struik of cactus. In het San Joaquin-dal van Californië leeft een aparte, nog blekere vorm op alkalivlakten en saltbush-terrein (een droge westelijke steppestruik).
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Van het San Joaquin-dal en de Mojavewoestijn in Californië oostwaarts door Zuid-Nevada en de zuidwesthoek van Utah tot Centraal- en Zuidwest-Arizona, en zuidwaarts door Noordoost-Neder-Californië tot in de Vizcaínowoestijn van Neder-Californië Sur en het noordwesten van Sonora. Hij trekt niet en blijft het hele jaar in hetzelfde gebied; de dichtheden zijn overal laag en de vogels staan ver uit elkaar.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga bij het eerste licht in februari of maart naar een vlakke, schaars begroeide woestijnvlakte en luister op het oplopende fluitje; zodra de zon hoog staat, houdt de zang op en is de kans klein. Zoek op de grond tussen de struiken naar een rennende, bleke vogel met opgeheven staart — dat gedrag verraadt hem eerder dan de kleur.
Staat van instandhouding
Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de populatie op ongeveer 71.000 broedvogels. De Noord-Amerikaanse broedvogeltelling (Breeding Bird Survey) laat tussen 1968 en 2023 een afname van 2,8 procent per jaar zien, samen 80 procent; in het State of the Birds-rapport van 2025 (het tweejaarlijkse Noord-Amerikaanse statusrapport) staat de soort in de categorie met het hoogste alarmniveau, ondanks de IUCN-status niet bedreigd (LC). Habitatverlies door bebouwing, landbouw, begrazing, terreinvoertuigen en branden in door uitheemse grassen veranderde woestijn is de belangrijkste oorzaak. Doordat de soort in dunbevolkte, moeilijk begaanbare woestijn leeft, meten de standaardtellingen hem slecht.
Wetenschappelijke naam
Toxostoma lecontei | Lawrence, 1851
George Newbold Lawrence beschreef de soort in 1851 als Toxostoma Le Contei, naar een exemplaar uit Californië bij de samenvloeiing van de Gila en de Colorado, bij Fort Yuma; omdat ze sindsdien in hetzelfde geslacht is gebleven, staan auteur en jaartal zonder haakjes. De naam eert John Lawrence LeConte, entomoloog en later voorzitter van de American Association for the Advancement of Science. Het geslacht Toxostoma komt van het Griekse toxon 'boog' en stoma 'mond'. De Nederlandse en de Spaanse naam verwijzen naar respectievelijk het leefgebied en de bleke kleur.



