Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Zwaluwstaartwouw
Zwaluwstaartwouw | Elanoides forficatus
Swallow-tailed Kite | Elanio tijereta
Een zwart-witte wouw met lange, smalle vleugels en een diep gevorkte staart die bijna de helft van zijn lengte uitmaakt — het meest herkenbare vliegbeeld van alle Noord-Amerikaanse roofvogels. Hij doet vrijwel alles in de lucht: jagen, eten, drinken en zelfs nestmateriaal verzamelen. Van de eenentwintig staten waarin hij vroeger broedde, zijn er nog zeven over.
Geluid
Bij het nest en bij onraad een luid, piepend gefluit, meestal enkele malen snel achter elkaar herhaald. Bij een roofdier boven het bos roepen de vogels terwijl ze cirkelen, en die roep trekt buren aan: er kunnen twintig of meer wouwen boven één nest samenkomen. In de balts klinkt een lang, opwaarts glijdend fluitsignaal dat aan het einde omhoog kruipt. Buiten die momenten zwijgt hij grotendeels; boven de gezamenlijke slaapplaatsen in de nazomer is het gepiep van tientallen vogels tegelijk wel ver te horen.
Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · Distrito Metropolitano de Quito, Pichincha, Parroquia Nanegalito, Nueva Granada, Hacienda Los Yumbos, Ecuador · xeno-canto
Herkenning
Let eerst op de vorm en pas daarna op de kleur: lange, smalle, spitse vleugels en een staart die diep gevorkt is en bij het sturen als een schaar open- en dichtgaat. Kop, hals, borst, buik en ondervleugeldekveren zijn wit; rug, vleugelpennen en staart zijn glanzend zwart, zodat de ondervleugel scherp in tweeën gedeeld lijkt. Hij klapwiekt zelden en zweeft bijna onafgebroken, met kleine draaiingen van de staart in plaats van vleugelslagen, en hij pakt prooi al vliegend uit het bladerdek. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk getekend; zoals bij vrijwel alle haviken en wouwen is het vrouwtje iets groter, maar in de lucht valt dat niet op. Jonge vogels hebben een lichte, geelbruine waas over kop en borst en een kortere staartvork, waardoor het silhouet in het eerste najaar minder extreem oogt.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse fregatvogel heeft eveneens lange vleugels en een gevorkte staart, maar is van boven en onder overwegend zwart en blijft aan de kust en boven zee. De mississippiwouw heeft eveneens een lichte, zwevende vlucht, maar is geheel grijs, met een korte, hooguit licht ingesneden staart. De visarend is van onderen ook wit met zwart, maar heeft een geknikte vleugel, een donkere oogstreep en een rechte staart. Op grote afstand zorgt alleen de scharende, diep gevorkte staart voor zekerheid.
Leefgebied
Moerasbos en laaglandbos langs rivieren, cipressenmoeras en pijnboomvlakte, altijd met hoge bomen om in te nestelen en open of halfopen land in de buurt om boven te jagen. Het nest komt hoog in de kruin van een vrijstaande boom en wordt met takken, korstmos en Spaans mos gebouwd. Droge bosgebieden zonder water en dicht, laag bos worden gemeden; een rivierdal met oude bomen is de kern van elk territorium. In het winterkwartier gebruikt hij vochtig laaglandbos, galerijbos en de overgang van bos naar savanne.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Zomervogel van Florida, Georgia, South Carolina, Alabama, Mississippi, Louisiana en Oost-Texas, en broedvogel in Zuid-Mexico en Midden-Amerika; de hele populatie overwintert in Zuid-Amerika, tot diep in het Amazonebekken. De eerste vogels zijn eind februari terug in Florida, en vanaf half juli verzamelen ze zich in gezamenlijke slaapplaatsen langs rivieren en in de Floridaanse laagvlakte, soms met duizenden bijeen, voordat ze de Golf van Mexico oversteken. In de negentiende eeuw broedde hij noordwaarts langs de Mississippi tot in Minnesota; tussen ongeveer 1880 en 1940 verdween hij uit vrijwel het hele binnenland. In het huidige kerngebied nemen de aantallen sinds de jaren zestig weer toe, en sinds 2002 zijn er losse broedgevallen in Arkansas.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem tussen maart en augustus boven de rand van een moerasbos in het zuidoosten, bij voorkeur op een warme middag met opgaande thermiek: hij zweeft dan laag over de boomtoppen en pakt insecten en boomkikkers van het blad. In de laatste weken van juli en de eerste van augustus loont het om vlak voor zonsondergang bij een bekende gezamenlijke slaapplaats langs een rivier te staan, wanneer honderden vogels in korte tijd invallen.
Staat van instandhouding
De wereldpopulatie wordt op ongeveer tweehonderdzestigduizend vogels geschat en de soort geldt als niet bedreigd (LC); in de Verenigde Staten neemt de soort sinds 1966 toe, al is dat herstel beperkt tot een fractie van het oude areaal. De bedreigingen zijn het kappen van oud moeras- en ooibos, ontwatering en het opdelen van rivierdalen door landbouw en bebouwing. Omdat hij in hoge, vrijstaande bomen nest, zijn ook zware zomerstormen een terugkerende oorzaak van nestverlies.
Wetenschappelijke naam
Elanoides forficatus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Falco forficatus, bij de valken; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. forficatus betekent in het Latijn 'diep gevorkt', van forfex, 'schaar'. Het geslacht Elanoides werd in 1818 ingevoerd door Vieillot en betekent 'lijkend op Elanus', het geslacht van de grijze wouwen. De beschrijving berustte op een vogel uit Carolina, naar een afbeelding van Mark Catesby.




