Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Dwergrallen › Böhms ral

Böhms ral | Sarothrura boehmi

Streaky-Breasted Flufftail | Polluela de Boehm

Böhms ral is een trekkende ral van seizoensgebonden natte graslanden, die in het regenseizoen uit Centraal-Afrika naar Zambia en Zimbabwe komt om te broeden. Hij vliegt meer en makkelijker dan andere rallen, en wordt vaak opgejaagd bij het doorkruisen van overstroomd gras.

Böhms ral (Sarothrura boehmi)
Foto: Niall Perrins — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een lange reeks lage, holle tonen, hoe hoe hoe hoe, ongeveer één per seconde, als blazen over een flessenhals, die vele minuten kan aanhouden. Roept vooral in de schemering en 's nachts, maar bij bewolkt weer ook overdag, tijdens de broedtijd in het regenseizoen.

Luister: ZangXC546425

Opname: Dries Van de Loock — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm lang, met een opvallend korte staart en relatief lange, puntige vleugels. Het mannetje heeft een kastanjerode kop en hals, een witte kin en keel, en een witte borst en buik met zwarte lengtestrepen op de borst en de flanken; de bovendelen zijn zwart met fijne witte streepjes. Het vrouwtje is van boven donker grijsbruin met lichte, okergele schubben, heeft een donkere, niet kastanjebruine kop, en is van onder wittig met donkere bandering op borst en flanken. Jonge vogels lijken op het vrouwtje maar zijn donkerder.

Verwarrings­soorten

De Ugallaral Sarothrura lugens heeft een donkere, wit gestreepte in plaats van witte onderkant en een langere staart. Het mannetje van de roodborstral Sarothrura rufa heeft het kastanjebruin tot op de borst en mantel en is van onder zwart. De witvleugelral Sarothrura ayresi toont in de vlucht witte armpennen en heeft een gebandeerde staart. Vrouwtjes van de rallen zijn zeer lastig; de witte onderkant en de korte staart wijzen naar Böhms ral.

Leefgebied

Kort tot middelhoog, seizoensgebonden overstroomd grasland met termietenheuvels, dambo's in het miombo en de randen van moerassen, waar het water enkele centimeters tot decimeters hoog staat. Broedt in dicht gras in ondiep water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Zomergast in het gebied van november tot april. Het meest verspreid in Zambia; verder plaatselijk vrij algemeen in het noordoosten van Zimbabwe, rond Harare en Marondera, en schaars of weinig bekend in Malawi en Angola. Daarbuiten versnipperd in West-, Centraal- en Oost-Afrika, van Nigeria en Kameroen tot Kenia en Tanzania; buiten de broedtijd trekt de soort vermoedelijk naar equatoriaal Afrika.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in december en januari in overstroomde graslanden en dambo's in Zambia of rond Harare, na zware regen. Luister in de schemering naar de lage, eentonige roepreeks; overdag wordt de vogel het vaakst gezien wanneer hij bij het doorlopen van nat gras kort opvliegt en weer invalt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar slecht bekend. Het leefgebied, seizoensgebonden natte graslanden, staat lokaal onder druk van drooglegging, akkerbouw, begrazing en bebouwing, vooral rond Harare.

Wetenschappelijke naam

Sarothrura boehmi | Reichenow, 1900

Reichenow beschreef de soort in 1900 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sarothrura werd in 1890 ingevoerd door Heine. Sarothrura komt van het Griekse sarōtron, 'bezem', en oura, 'staart' — naar het korte, borstelige staartje van deze ralletjes. boehmi eert de Duitse zoöloog en ontdekkingsreiziger Richard Böhm (1854–1884), die in Oost- en Centraal-Afrika verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Likulwe-rivier, Katanga, DR Congo.