Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Dwergrallen › Ugallaral

Ugallaral | Sarothrura lugens

Chestnut-Headed Flufftail | Polluela Cabecirroja

De Ugallaral, genoemd naar de Ugalla-rivier in Tanzania waar de soort werd ontdekt, is een van de minst bekende rallen van Afrika. In het gebied komt hij alleen zeer lokaal voor in natte graslanden van het noorden, en de meeste waarnemingen berusten op geluid.

Van deze soort bestaat geen foto van een levende wilde vogel met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Geluid

Een lange reeks holle, zachte tonen, hoe-hoe-hoe-hoe, die langzaam in sterkte toeneemt, en snelle, kakelende reeksen tijdens het duet. Het geluid lijkt op dat van de roodborstral, waarmee hij plaatselijk samen voorkomt; een opname is vaak nodig om zeker te zijn.

Luister: RoepXC745548

Opname: Dries Van de Loock — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm lang, een van de kleinste rallen van het gebied. Het mannetje heeft een kastanjerode kop en hals met een wittige kin en keel; het kastanjebruin loopt niet door over de borst. De rest van het lichaam is zwart met fijne witte streepjes, de staart zwart met smalle witte lijntjes. Het vrouwtje lijkt op het mannetje, met eveneens een kastanjebruine kop, maar heeft bredere, meer okerkleurige strepen op het lichaam. De snavel is donker, de poten grijsbruin.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de roodborstral Sarothrura rufa is het meest gelijkend, maar daar loopt het kastanjebruin door over de bovenborst en de mantel en is de keel niet wittig; zijn vrouwtje is bruin zonder kastanjebruine kop. Böhms ral Sarothrura boehmi heeft een witte, zwart gestreepte borst, een korte staart en een bruin- of grijskoppig vrouwtje. De strepenral Sarothrura affinis heeft een kastanjebruine staart.

Leefgebied

Natte, permanente of seizoensgebonden graslanden, de randen van moerassen en de venige dambo's in het miombo, meestal met hoog, dicht gras en verspreid struikgewas. Leeft in drogere, grazige vegetatie dan de roodborstral.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied zeer lokaal in het noorden en noordwesten van Zambia, in het noorden van Malawi en op het centrale plateau van Angola. Daarbuiten versnipperd over Centraal- en Oost-Afrika: Kameroen, Gabon, Congo-Kinshasa, Rwanda en Tanzania.

Hoe en wanneer kijken

Een soort voor gericht zoeken met een ervaren lokale gids, bijvoorbeeld in de dambo's rond Mwinilunga in Zambia. Luister in het regenseizoen bij bewolkt weer langs de randen van natte graslanden; zien lukt zelden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar slecht bekend en in het gebied zeldzaam. Het leefgebied van natte graslanden en dambo's wordt lokaal bedreigd door ontwatering, landbouw en te frequent branden.

Wetenschappelijke naam

Sarothrura lugens | (Böhm, 1884)

Böhm beschreef de soort in 1884 als Crex lugeus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sarothrura werd in 1890 ingevoerd door Heine. Sarothrura komt van het Griekse sarōtron, 'bezem', en oura, 'staart' — naar het korte, borstelige staartje van deze ralletjes. lugens is Latijn voor 'rouwend' — naar het donkere verenkleed van lichaam en vleugels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ugalla, Tanzania.