Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Grijze torenvalk

Grijze torenvalk | Falco ardosiaceus

Grey Kestrel | Cernícalo Pizarroso

De grijze torenvalk is een gedrongen, geheel leigrijze valk van de savannes van tropisch Afrika. In zuidelijk Afrika bereikt hij alleen in Angola, het noordwesten van Zambia en het uiterste noorden van Namibië de zuidgrens van zijn verspreiding, en is hij een gewilde soort voor vogelaars.

Grijze torenvalk (Falco ardosiaceus)
Foto: Sumeet Moghe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meest stil; bij het nest een hoog, ratelend kie-kie-kie en een schurend gekwetter.

Luister: RoepXC476002

Opname: Bram Piot — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 30 cm, compact met een grote, platte kop en een korte, vierkante staart; zittend reiken de vleugelpunten niet tot de staartpunt. Het verenkleed is egaal leigrijs met fijne donkere schachtstreepjes en donkerdere handpennen; de ondervleugel is licht gebandeerd. De washuid, een brede kale oogring en de poten zijn geel. De jonge vogel is bruiner getint, met een groenige oogring en washuid.

Verwarrings­soorten

Dickinsons torenvalk (Falco dickinsoni) heeft een bleekgrijze kop en stuit die afsteken tegen de donkere rug, en een duidelijk zwart-wit gebandeerde staart. De woestijnvalk (Falco concolor) is slanker en veel langer gevleugeld, met vleugelpunten tot voorbij de staart. Het mannetje van de amoerroodpootvalk heeft een roodbruine onderstaart en rode poten. De zware bouw en de gele oogring zijn kenmerkend.

Leefgebied

Open boomsavanne, miombo met open plekken, bosranden, oliepalmen en gecultiveerd land met verspreide bomen, vaak bij water. Jaagt vanaf een zitpost op insecten, hagedissen, kleine knaagdieren en vogels, en bidt zelden. Broedt in boomholten, in palmen of in oude nesten van de hamerkop.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied in het grootste deel van Angola en plaatselijk in het noordwesten van Zambia; in het noorden van Namibië (Kunene) zeldzaam of een dwaalgast. Daarbuiten van Senegal oostwaarts tot Ethiopië en zuidwaarts tot Tanzania en de Democratische Republiek Congo.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Angola in open savanne en rond dorpen de dode takken en palmbladeren afspeuren; de vogel zit lang stil en valt op door zijn gedrongen silhouet. Let op een hamerkopnest in de buurt: grijze torenvalken gebruiken die graag als broedplaats.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en wijdverbreid in tropisch Afrika. Profiteert plaatselijk van de opening van bossen voor landbouw. Aan de zuidrand van het areaal slecht onderzocht; gegevens uit Angola en Zambia zijn schaars.

Wetenschappelijke naam

Falco ardosiaceus | Vieillot, 1823

Vieillot beschreef de soort in 1823 als Fako Ardosiaceus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is het Latijnse woord voor 'valk', mogelijk verwant aan falx, 'sikkel', naar de gebogen vorm van klauwen of vleugels. ardosiaceus is nieuw-Latijn voor 'leikleurig', van het Franse ardoise, 'lei' — naar het egaal leigrijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.