Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Guineaduif

Guineaduif | Columba guinea

Speckled Pigeon | Paloma Guinea

De Guineaduif is de grote roodbruine duif van rotswanden, koppies en gebouwen in zuidelijk Afrika. Rijen witte driehoekige vlekken op de vleugel en een brede kale rode oogomgeving maken haar van dichtbij herkenbaar.

Guineaduif (Columba guinea)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een diep, resonerend koeren dat in tempo versnelt, doe-doe-doe-doe, zwaarder en holler dan dat van de rotsduif, vaak vanaf een richel of dakrand. In de baltsvlucht klapt het mannetje hoorbaar met de vleugels en glijdt daarna op stijve, opgeheven vleugels omlaag.

Luister: ZangXC569703

Opname: Lynette Rudman — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 33 cm, fors gebouwd. Kop, hals en onderdelen zijn leigrijs, met op de onderhals zilvergrijze, spits toelopende halsveren. Mantel en vleugeldekveren zijn kastanje- tot wijnrood met rijen witte, driehoekige vlekken. Rond het oog ligt een brede naakte, rode huid, de poten zijn rood en de snavel donker. De stuit is lichtgrijs, de staart donkergrijs met een brede donkere eindband. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een smallere oogvlek en minder duidelijke witte stippen.

Verwarrings­soorten

De rotsduif (Columba livia) mist de witte vleugelstippen en de rode oogvlek en heeft meestal twee zwarte vleugelstrepen. De olijfduif (Columba arquatrix) is donker wijnrood met dichte kleine witte stippen, een gele snavel, gele poten en een gele oogring, en leeft in bergbos. De bronsvlekduif is veel kleiner en zit op de grond in bos. De combinatie van witte driehoeken op de vleugel en een brede rode kale oogomgeving is in het gebied uniek.

Leefgebied

Rotswanden, kloven, koppies en steengroeven, en in toenemende mate gebouwen, bruggen, silo's en watertorens. Foerageert op de grond op akkers, stoppelvelden en wegbermen, op zaden, granen, knoppen en kleine ongewervelden, en drinkt dagelijks bij waterplassen en drinkbakken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Wijd verspreid over vrijwel heel het gebied, van de Kaap en Lesotho tot Namibië, Botswana, Zimbabwe, Mozambique, Zambia, Malawi en Angola; schaars of afwezig langs de Namibkust en in gesloten laaglandbos. Verder over Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal en Ethiopië zuidwaarts.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Rotswanden en koppies, en in dorpen en steden de omgeving van graansilo's, bruggen en kerktorens. Vroeg in de ochtend vliegen groepen uit naar de akkers en tegen zonsondergang terug naar de slaapplaats. Let vanaf een uitkijkpunt op de klapvlucht van baltsende mannetjes. Jaarrond.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in aantal toenemend. De soort heeft geprofiteerd van de groei van steden, van bruggen en hoge gebouwen als vervanging van natuurlijke rotsrichels, en van de uitbreiding van graanteelt. Plaatselijk wordt zij als schadelijk in de akkerbouw beschouwd en bejaagd.

Wetenschappelijke naam

Columba guinea | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Columba voerde hij in datzelfde werk in. Columba is het Latijnse woord voor 'duif'. guinea verwijst naar Guinee in West-Afrika, de streek waar de eerste beschreven exemplaren vandaan leken te komen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het binnenland van Guinee.