Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Rüppells gier

Rüppells gier | Gyps rueppelli

Rüppell's Vulture | Buitre Moteado

Rüppells gier is een grote vale gier van de Sahel en Oost-Afrika die als zeldzame dwaalgast zuidelijk Afrika bereikt. Hij staat bekend als een van de hoogst vliegende vogels ter wereld en wordt in het gebied vooral gevonden tussen Kaapse gieren, met wie hij rustplaatsen en soms kliffen deelt.

Rüppells gier (Gyps rueppelli)
Foto: Gyps_rueppellii_-Nairobi_National_Park,_Kenya-8.jpg: Jorge Láscar from Bogotá, Colombia derivative work: Snowmanradio (talk) — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Stil, behalve bij kadavers en in de kolonie: gesis, gekakel en krassende kreten, zoals bij andere vale gieren.

Luister: RoepXC1093592

Opname: Alain Malengreau — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 95 cm, spanwijdte ruim twee meter. De volwassen vogel is donkerbruin met brede, lichte crème zomen aan vrijwel alle veren van bovendelen, borst en vleugeldekveren, wat een sterk geschubd of gevlekt uiterlijk geeft. De kop en de lange nek zijn bedekt met grijs dons, met een lichte donzen kraag. De snavel is geelachtig hoornkleurig tot oranjegeel, het oog geel tot amber. Jonge vogels zijn egaler donkerbruin met smalle lichte strepen, een donkere snavel en een donker oog, en lijken daardoor sterk op jonge witruggieren. In de vlucht toont de ondervleugel van volwassen vogels meerdere smalle lichte banden over de dekveren, en het lichaam is gevlekt.

Verwarrings­soorten

De Kaapse gier (Gyps coprotheres) is bleker en egaler van tint, zonder de sterke schubbentekening, met een zwarte snavel en blauwe keelvlekken. De witruggier (Gyps africanus) heeft een zwarte snavel, een donker oog en bij volwassen vogels een egaal bleke onderzijde en witte ondervleugeldekveren. Jonge Rüppells gieren zijn in het veld nauwelijks van jonge witruggieren te onderscheiden; alleen volwassen of bijna volwassen vogels zijn met zekerheid op naam te brengen.

Leefgebied

In het gebied vooral bij kliffen met kolonies en rustplaatsen van de Kaapse gier en bij gierenrestaurants, verder in open savanne en grasland waar kadavers te vinden zijn. In het eigen areaal broedend op kliffen in droge savanne, halfwoestijn en bergland.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Een zeldzame dwaalgast, sinds de jaren negentig vrijwel jaarlijks gemeld en vooral in het noorden en noordoosten van Zuid-Afrika (onder meer in Limpopo, Noordwest en Mpumalanga) en in KwaZulu-Natal, vaak tussen Kaapse gieren en soms maandenlang op één kolonie; enkele meldingen ook uit aangrenzende landen. Het eigenlijke areaal loopt door de Sahel van Senegal tot Soedan en door Oost-Afrika van Ethiopië tot Tanzania.

Hoe en wanneer kijken

Controleer bij een broedkolonie of een gierenrestaurant van de Kaapse gier elke donkere, geschubde vogel met een lichte snavel. Houd rekening met jonge witruggieren en jonge Kaapse gieren en noteer vooral de snavelkleur, de oogkleur en de schubbentekening; foto's zijn vrijwel altijd nodig voor aanvaarding.

Staat van instandhouding

Ernstig bedreigd op de Rode Lijst, na een snelle afname van naar schatting meer dan negentig procent in drie generaties, vooral in West-Afrika en de Sahel. De belangrijkste oorzaken zijn vergiftiging, jacht en handel voor traditioneel gebruik, en de afname van wild en vee als voedselbron. De toename van meldingen in zuidelijk Afrika weerspiegelt meer aandacht en wellicht verschuivingen van zwervende vogels, geen herstel van de soort.

Wetenschappelijke naam

Gyps rueppelli | (Brehm, 1852)

Brehm beschreef de soort in 1852 als Vultur Ruppellii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gyps werd in 1809 ingevoerd door De Savigny. Gyps is het Griekse gups 'gier'. rueppelli eert de Duitse natuuronderzoeker en Afrikareiziger Eduard Rüppell (1794–1884). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Khartoem in Soedan.