Alle soorten › Zangvogels › Prachtvinken › Vuurvinkje

Vuurvinkje | Lagonosticta senegala

Red-Billed Firefinch | Amaranta Senegalesa

Het vuurvinkje is de kleinste en meest algemene amarant van het gebied, een rozerood vinkje dat in dorpen, kampen en droge savanne op de grond scharrelt. Het is de waardvogel van de staalvink.

Vuurvinkje (Lagonosticta senegala)
Hoofdfoto · Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Een korte, stijgende fluittoon, fwiet, en een scherp tsjik-tsjik in de vlucht. De zang is een eenvoudige reeks zachte fluitjes, tsjoe-wiet-tsjoe-wiet, afgewisseld met een zachte triller. Mannetjes van de staalvink bootsen deze roepen en zang na.

Luister: ZangXC1063707

Opname: Bernard BOUSQUET — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

9–10 cm, met een rode snavel met een donkere snavelrug en een smalle gele oogring. Het mannetje is grotendeels rozerood op kop en onderzijde, met enkele kleine witte stipjes op de borstzijden, een bruine rug en vleugels, een rode stuit en een donkere staart; onderbuik en onderstaartdekveren zijn bleek bruinachtig, niet zwart. Het vrouwtje is egaal bruin met een rode teugelvlek, een rode stuit, witte stipjes op de borstzijden en een roze snavel. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, maar missen de rode teugel en hebben een donkere snavel. Loopt in kleine groepjes over kale grond en vliegt bij verstoring laag naar de dichtstbijzijnde struik.

Verwarrings­soorten

De roze amarant (Lagonosticta rhodopareia) heeft een blauwgrijze snavel, geen gele oogring en een zwarte onderbuik en onderstaartdekveren. De donkerrode amarant (Lagonosticta rubricata) heeft eveneens een blauwgrijze snavel en een zwarte onderbuik, en daarbij een grijze kruin en nek. De bruine amarant (Lagonosticta nitidula) is bruin met alleen rood in het gezicht en op de borst en heeft een bruine stuit; hij leeft in riet en oeverstruweel in het noordoosten van Namibië, het noorden van Botswana en Zambia. Rode snavel en gele oogring onderscheiden het vuurvinkje van alle andere amaranten.

Leefgebied

Droge savanne, doornveld, oeverstruweel, akkerranden en vooral de omgeving van mensen: dorpen, kralen, kampen en tuinen, meestal in de buurt van water. Foerageert op de grond op kleine graszaden en soms insecten, vaak samen met andere astrilden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Wijdverspreid in de noordelijke en oostelijke helft van het gebied: Angola, Zambia, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, Botswana, het noorden en midden van Namibië, Eswatini en in Zuid-Afrika Limpopo, Mpumalanga, Gauteng, Noordwest, KwaZulu-Natal en de Noord-Kaap langs de Oranjerivier. Ontbreekt in de Westelijke Kaap, Lesotho en het grootste deel van de Karoo. Daarbuiten over vrijwel heel Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot Ethiopië, met kleine geïsoleerde populaties in de Sahara en in het zuidwesten van het Arabisch Schiereiland.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In kampen in Kruger, Etosha, Chobe en rond de Okavangodelta zoekt het vuurvinkje voedsel tussen de tenten en bij kraantjes. In de broedtijd, in de tweede helft van de zomer, loont het om te letten op staalvinken in de buurt: het staalblauwe mannetje zingt vanaf een uitkijkpost met de roepen van zijn waardvogel. Let bij iedere amarant eerst op de kleur van snavel en onderbuik.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; algemeen en door de voorkeur voor dorpen en erven eerder toegenomen dan afgenomen. Wordt geparasiteerd door de staalvink, die zijn eieren in het nest legt zonder die van de waardvogel te verwijderen.

Wetenschappelijke naam

Lagonosticta senegala | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Fringilla Senegala; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lagonosticta werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Lagonosticta komt van het Griekse lagōn, 'flank', en stiktos, 'gestippeld' — naar de witte stippen op de flanken van de amaranten. senegala verwijst naar Senegal, waar het beschreven exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.