Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Amerikaanse wintertaling

Amerikaanse wintertaling

Anas carolinensis | Green-winged teal | Cerceta aliverde

De Amerikaanse evenknie van de wintertaling, en op één streepje na precies dezelfde vogel. Wie hem wil vinden moet leren om in een groep van driehonderd wintertalingen naar één verticale witte lijn te kijken.

Amerikaanse wintertaling (Anas carolinensis)
Foto: Mykola Swarnyk — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Klinkt als de wintertaling en is dus geen hulp bij de determinatie: het mannetje geeft een helder, kort en bijna belachtig krit, het vrouwtje een schrale, korte kwak. Vanaf januari roepen baltsende groepjes de hele dag door, en een enkele Amerikaan roept gewoon mee.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Het mannetje is grijs met een kastanjebruine kop en een groen oogmasker, net als de wintertaling, maar draagt een smalle verticale witte streep die vlak vóór de gevouwen vleugel van de borstzijde omlaag loopt. De horizontale witte schouderstreep die bij de wintertaling over de flank ligt, ontbreekt. De crèmekleurige lijnen die bij de wintertaling het groene masker omlijsten zijn hier flauw of afwezig, waardoor de kop egaler oogt; borst en flanken zijn gemiddeld iets warmer en fijner getekend. Vrouwtjes en jonge vogels zijn in het veld niet van de wintertaling te scheiden.

Verwarrings­soorten

Alles draait om de wintertaling Anas crecca. Onthoud de twee vragen: staat er een verticale streep op de borstzijde, en ontbreekt de horizontale streep over de flank? Alleen ja op beide levert een goede kandidaat op. De valkuil zijn hybriden tussen beide vormen, die zowel een verticale als een horizontale streep tonen, vaak allebei zwakker; ook de kopstreping is bij hybriden meestal half aanwezig. Een vogel die maar op één punt afwijkt laat je lopen.

Leefgebied

Zit tussen wintertalingen op ondiepe zoete plassen, slikkige oevers, ondergelopen grasland en in het getijdengebied op wadplaten en in kreken. Foerageert grondelend en zeefend in enkele centimeters water, vaak dicht bij de rietrand en op de laagste delen van een plas-drasgebied.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt in Noord-Amerika van Alaska tot Newfoundland en overwintert daar zuidwaarts tot Midden-Amerika. In Nederland waren er tot en met 2014 vierenzeventig aanvaarde gevallen; sinds 1 januari 2015 wordt de soort niet meer beoordeeld omdat hij vrijwel jaarlijks verschijnt, met een piek in maart en april en een tweede in oktober en november. Vrijwel alle vogels zijn mannetjes, wat vooral zegt dat vrouwtjes niet te herkennen zijn.

  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga van februari tot begin april naar een gebied waar wintertalingen op korte afstand komen: een kijkhut aan een plas-drasgebied, een kreek achter de dijk of een slikrand met beschutting. Scan lage, zittende vogels vanaf de zijkant, want alleen dan zie je de flank goed; een vogel schuin van voren toont de verticale streep wel maar de flankstreep niet. Neem foto's van beide flanken, dat scheelt discussie.

Staat van instandhouding

Wereldwijd talrijk en stabiel, met een van de grootste broedarealen van alle Noord-Amerikaanse eenden. De Europese vogels zijn echte dwaalgasten en hun aantal zegt meer over de kijkinspanning dan over de populatie. Verlies van moerassen langs de trekbanen en jachtdruk in de overwinteringsgebieden zijn de bekende drukfactoren.