Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Bandijsvogel
Bandijsvogel | Megaceryle alcyon
Belted kingfisher | Martín gigante norteamericano
De Noord-Amerikaanse ijsvogel: blauwgrijs in plaats van kobalt en oranje, met een zware kop, een ruige punkkuif en een brede witte halsband. In Europa is hij een van de allerzeldzaamste dwaalgasten — een handvol vogels, vrijwel alle langs de Atlantische westrand, en bijna altijd eerst gehoord als een hard geratel boven het water.
Geluid
Een hard, droog geratel, alsof iemand een houten ratel rondzwaait of met een nagel langs een kam gaat: krrrek-ek-ek-ek-ek, ongelijk van tempo, klankloos en verrassend ver hoorbaar. Meestal uitgestoten in vlucht laag over het water, en ook vanaf een zitplaats bij onraad. Het is het geluid dat hem verraadt; bijna elke Europese vinder hoorde eerst een onbekende ratel boven het water en zocht daarna pas.
Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Fors en zwaargebouwd, met een grote kop, een lange dolkvormige snavel en een ruige kuif die in twee slierten uitwaaiert en zelden plat ligt. Bovendelen en een brede borstband blauwgrijs, halsband en onderdelen wit; in vlucht licht een wit veld op de handpennen op. Het vrouwtje draagt onder de grijze borstband een tweede, roestbruine band die over de flanken doorloopt: bij deze soort is dus juist het vrouwtje het kleurigst, wat bij vogels ongewoon is. Jonge vogels van beide geslachten hebben roestbruine spikkels in de borstband. Hij jaagt vanaf een paal of overhangende tak en bidt zwaar en luidruchtig boven het water voordat hij duikt.
Verwarringssoorten
In Europa is er maar één vergelijking, en dat is de ijsvogel. De bandijsvogel is ruim twee keer zo lang en enkele malen zo zwaar, blauwgrijs en wit in plaats van kobalt en oranjebruin, en draagt een kuif en een witte halsband die de ijsvogel allebei mist. Bij redelijk zicht is verwarring dus uitgesloten. Lastiger is een verre, kort geziene vogel bij een Ierse riviermonding: op afstand valt formaat niet te schatten, en een grijze vogel die boven brak water bidt en dan laag wegvliegt, wordt zonder meer voor iets anders aangezien. Let dan op de zware kop met kuif, op de witte halsband, en vooral op het geratel.
Leefgebied
Thuis aan helder water met uitkijkposten en vis binnen duikbereik: beken, rivieren, kanalen, meren, riviermondingen en rotsige kusten. Om te broeden heeft hij een steile kale zandwal nodig waarin hij een nestgang van één tot bijna twee meter graaft; groeves en afgravingen leveren die evengoed. De Europese vogels zaten in precies zulk water: een riviertje in Cornwall, een reservoir bij Penzance, een beschutte zeearm op het Ierse schiereiland Beara, en in Lancashire een rivier en een kanaal.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel over vrijwel heel Noord-Amerika, van Alaska en Canada tot in het zuiden van de Verenigde Staten; noordelijke vogels wijken in de winter uit naar het zuiden van de VS, Midden-Amerika en de Antillen. In Europa broedt hij niet en trekt hij niet door: het gaat om losse vogels die in het najaar met aanhoudende westenwind de oceaan oversteken. Groot-Brittannië en Ierland komen samen op ongeveer twaalf aanvaarde gevallen sinds 1908. Nederland heeft er één: een vogel die op 17 december 1899 bij Rheden werd geschoten en waarvan de opgezette huid in mei 1940 bij een bombardement verloren ging.
Waar en wanneer kijken
Dit is geen vogel die u gaat zoeken, maar een die u toevallig vindt. Wie in oktober en november langs een westelijke riviermonding of kreek loopt, doet er goed aan op geluid te letten: dat geratel hoort in Europa nergens thuis, en het is de reden dat de meeste gevallen überhaupt zijn opgemerkt. Verder is het een kwestie van meldingen volgen. Een vogel die eenmaal een stuk rivier heeft gekozen, kan er maanden blijven, zoals die in Lancashire van november 2021 tot in april 2022.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), met een Noord-Amerikaanse broedpopulatie die op ongeveer 1,8 miljoen vogels wordt geschat. De Amerikaanse broedvogeltellingen laten tussen 1966 en 2019 wel een gestage teruggang van ruim een derde zien, toegeschreven aan het vastleggen en beschoeien van oevers waardoor steile nestwanden verdwijnen, en aan verstoring van bezette oeverstukken. Voor Europa valt er niets te beschermen: het gaat om enkele vogels. Wel is het veelzeggend dat we de vroegste ervan — in Nederland, in Ierland en in Cornwall — alleen kennen doordat ze werden geschoten.




