Alle soorten › Zangvogels › Boszangers › Fitis
Fitis
Phylloscopus trochilus | Willow warbler | Mosquitero musical
De fitis is de tweelingbroer van de tjiftjaf en de meest talrijke zomervogel van jong berken- en wilgenstruweel. Zwijgend is hij een puzzel, zingend een van de mooiste geluiden van het voorjaar: een zachte, dalende strofe die klinkt als een zucht.
Geluid
De zang is het onbetwiste kenmerk en een van de zuiverste geluiden van het Europese voorjaar: een strofe van twee tot drie seconden die aarzelend en hoog begint met een paar losse tonen, dan aanzwelt en vervolgens gestaag daalt en wegsterft in een wat vollere, wat weemoedige slotfrase — sie-sie-swie-swie-swoi-swoi-swoe-swoe-swuu. Elke strofe eindigt lager dan hij begon; dat afdalende verloop is precies waar de tjiftjaf, met zijn springende tjif-tjaf, het tegendeel van doet. Tussen twee strofen zit vijf tot tien seconden stilte. De roep is een zacht, tweelettergrepig, opgaand hoe-iet, weker en langgerekter dan bij de tjiftjaf, en klinkt het hele najaar door in struwelen. Zingt van half april tot begin juli, het felst in de laatste week van april en de eerste helft van mei, en dan van zonsopgang tot een uur of tien 's ochtends bijna onafgebroken; na half juli valt de zang stil.
Opname: Zdeněk Vermouzek — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Slank en langgerekt, olijfgroen boven en zwavelgeel doorwaasd op keel en borst, met een lange, scherp afgetekende geelwitte wenkbrauwstreep die tot ver achter het oog doorloopt. De poten zijn licht: vleeskleurig, geelbruin tot oranjebruin, en dat is op afstand het eerste wat opvalt. De handpenprojectie is lang, ongeveer twee derde van de lengte van de tertials, waardoor de vleugelpunt ver over de staartbasis steekt. Het staartje wordt niet naar beneden getikt, hooguit zijwaarts bewogen. Verse najaarsvogels zijn opvallend geel, noordelijke vogels van de vorm acredula juist grauw en vaalwit.
Verwarringssoorten
De tjiftjaf is de enige echte verwarringssoort en vier kenmerken hakken de knoop door: poten (bij fitis licht vleeskleurig, bij tjiftjaf donker tot zwart), handpenprojectie (bij fitis lang, bij tjiftjaf kort en gedrongen), wenkbrauwstreep (bij fitis lang, geel en scherp, bij tjiftjaf kort en vaag boven een donkere oogstreep) en gedrag (de tjiftjaf tikt voortdurend met de staart naar beneden, de fitis niet). Beslissend blijft de stem: fitis roept een zacht, tweelettergrepig en stijgend hoe-iet, tjiftjaf een monosyllabisch, scherper hwiet. Let op: een minderheid van de fitissen heeft donkere poten. De fluiter is groter, met een felgele keel tegen een sneeuwwitte buik en een nog langere vleugelpunt. Bladkoning heeft een felle vleugelstreep.
Leefgebied
Jong, open loofbos en vooral struweel met veel structuur: berkenopslag op de heide, wilgenstruweel in duinvalleien en langs beken, kapvlaktes, jonge aanplant, houtwallen, verruigde bosranden en moerasstruweel. Anders dan de tjiftjaf mijdt hij hoog gesloten bos. Het nest is een overkoepeld bolletje op de grond in ruig gras. Op doortrek in vrijwel elk struikgewas, ook in tuinen, duindoorn en olijfgaarden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt van Ierland tot Oost-Siberië en overwintert volledig ten zuiden van de Sahara. In Nederland een van de talrijkste broedvogels van duin, heide en beekdal, met tienduizenden paren; aankomst vanaf begin april, de laatste vogels trekken half september door. In Spanje broedt de soort alleen zeer plaatselijk in het noorden, in de Cantabrische bergen en de Pyreneeën, maar in augustus en september trekken enorme aantallen door het hele land op weg naar Afrika; dan zit de fitis in élk stukje struweel, tot in de rambla's van het zuiden toe.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De laatste week van april, in berken- of wilgenstruweel op een heideveld of in een vochtige duinvallei, tussen zonsopgang en een uur of negen. Zoek dan bewust naar een vogel die laag zit en kijk eerst naar de poten en pas daarna naar het verenkleed: pootkleur is bij dit soortenpaar sneller af te lezen dan wat ook. In september loont een doortrekkersstruweel achter de zeereep, waar fitissen en tjiftjaffen naast elkaar foerageren en je de handpenprojectie rechtstreeks kunt vergelijken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, met een zeer grote wereldpopulatie. Binnen Europa loopt er echter een duidelijke scheidslijn: in het noorden en oosten blijven de aantallen stabiel of nemen toe, terwijl de soort in Zuid-Engeland, België en delen van Nederland en Duitsland sinds de jaren tachtig is afgenomen. Verdroging van struweel, het dichtgroeien of juist opruimen van jonge opslag en de omstandigheden in de Afrikaanse overwinteringsgebieden worden als oorzaken genoemd.



