Alle soortenZangvogelsRietzangers › Grote vale spotvogel

Grote vale spotvogel | Hippolais languida

Upcher's warbler | Zarcero escita

De spotvogel van de steenwoestijn: een grijze, langstaartige vogel van dorre hellingen in Zuidoost-Turkije, de Kaukasus en de Levant, die zijn zwarte staart voortdurend zijwaarts zwaait en omlaag drukt. Dat gebaar is zijn handtekening en verraadt hem al voordat je de kleuren ziet. Hij zingt onbeschut, boven op een struik, en is daardoor een van de makkelijkste spotvogels om echt te zien.

Grote vale spotvogel (Hippolais languida)
Foto: Jacky Judas — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is opvallend welluidend voor een spotvogel: een reeks korte, karekietachtige zinnetjes met heldere, bijna fluitende noten ertussen, langzamer en zuiverder dan het gehaaste gebabbel van de oostelijke vale spotvogel. Vaak begint hij vanaf een struiktop en gaat dan over in een zangvlucht: traag klapwiekend omhoog, dan met wijd gespreide vleugels schuin omlaag. De roep is een diep, zacht tsjek of tak, vaak in korte reeksen. Zang van eind april tot in juli, ook midden op de dag.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Groter en grijzer dan de vale spotvogels, met een lange, zware snavel met oranje ondersnavel en een bleke wenkbrauwstreep boven een wit oogringetje. De kop en nek zijn duidelijk grijs en steken af tegen de bruinere mantel. Onderdelen wit, met een crème- of grijsbruine waas over de flanken. Doorslaggevend is de staart: lang, breed en zwartbruin, met witte zomen en punten aan de buitenste pennen, zodat de staart donkerder oogt dan de rug — bij de vale spotvogels is de staart juist even bruin als de rug. Op de armpennen ligt een bleek paneel; de poten zijn stevig en vleeskleurig grijs. Geslachten gelijk.

Verwarrings­soorten

Van de spotvogel en de orpheusspotvogel is hij zo gescheiden: die twee zijn kleiner, groener of geler en hebben nooit een zwarte staart. Het echte vraagstuk is de oostelijke vale spotvogel, waarmee hij in Turkije en de Levant naast elkaar broedt: die is kleiner en compacter, warmer bruin, mist het grijze koptje tegen de bruine mantel, heeft een gelijkmatig bruine staart en tikt de staart alleen omlaag, niet zijwaarts. De Griekse spotvogel is een maat groter, nog zwaarder van snavel en heeft een lichtgrijze, niet donkere staart.

Leefgebied

Droge en halfwoestijnachtige hellingen met verspreide lage struiken, stenige heuvels, wadi's met tamarisk en oleander, en akkerrandjes met wijngaarden en fruitbomen. Hij heeft altijd struiken nodig om in te nestelen en boven uit te zingen, maar geen bos; in de bergen van Turkije en Iran komt hij tot ruim tweeduizend meter hoogte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van Zuidoost-Turkije, Syrië, Libanon, Israël en Jordanië, van Armenië en Azerbeidzjan, en verder oostwaarts door Iran tot in Afghanistan en Centraal-Azië. Binnen het kaartgebied is hij dus een gewone broedvogel van de oostrand, en géén dwaalgast: naar Europa dwaalt hij vrijwel nooit af. Overwintert in oostelijk Afrika, van Soedan en Ethiopië tot Kenia en Somalië.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Mei, halverwege de ochtend, op een stenige helling met verspreide struiken in de Golanhoogte, de Beka'avallei of Zuidoost-Anatolië. Zoek de hoogste struik van de helling af: de zingende vogel zit er meestal bovenop, goed zichtbaar. Blijf kijken tot hij de staart beweegt — de zijwaartse zwaai, niet het simpele omlaag tikken, is het kenmerk dat hem van de vale spotvogels scheidt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en over het hele areaal nog wijdverbreid, met een stabiele stand. Plaatselijk knagen overbegrazing van de struiklaag, het omzetten van droge hellingen in geïrrigeerde landbouw en de aanleg van stuwmeren aan zijn leefgebied, maar zijn voorkeur voor schraal, half verlaten terrein maakt hem minder kwetsbaar dan de meeste soorten van dezelfde streken.